Stel een vraag Maak een afspraak
+31 (0)20 2060700info@devos.nl
1.3
Over

Over de Vos & Partners

Niet moeilijk doen als het makkelijk kan: zo werken we het liefst en dat leidt tot langdurige en goede relaties met onze vele ondernemende cliënten. Van grote merken tot startups: iedereen kan bij ons terecht.

Wij zijn creatieve advocaten voor dynamische ondernemingen. Wij werken graag voor ondernemers en we nemen het begrip ondernemer ruim. Wij worden vooral blij van de samenwerking met ondernemers die in hun sector maken, creëren en innoveren. Zo behartigen wij voor de creatieve industrie veel zaken op het gebied van entertainment, muziek, merken, kunst en cultuur. Wij zijn voorts sterke partners voor gerenommeerde cliënten in handel en industrie, het MKB, de reisbranche, het vastgoed, de zakelijke dienstverlening en de sportsector. Wij helpen bedrijven bij hun ontwikkelingen en adviseren hen met visie en strategie bij complexe problemen. Kijkt u vooral eens bij de sectoren die wij bedienen en die wij een brede juridische dienstverlening aanbieden. Lees meer

Expertises

Expertises

Uitgelichte expertise • Creatieve industrie

Creatieve industrie

De topsector Creatieve Industrie is een van de snelst groeiende sectoren van de Nederlandse economie. Deze sector is ontstaan tussen de traditionele sectoren van de economie (landbouw, industrie en dienstverlening) en de cultuursector. De creatieve sectoren (zoals design, dance, media en entertainment, mode, gaming en architectuur) zorgen ervoor dat steden aantrekkelijker worden, er meer ondernemingen worden gestart en de werkgelegenheid groeit. Bovendien is de creatieve sector een aanjager van innovatie en levert de creatieve industrie oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. De creatieve industrie is in Nederland traditiegetrouw het sterkst vertegenwoordigd in Amsterdam. Maar cliënten uit opkomende creatieve steden, zoals Eind...

Cliënten

010 Bookings
Achmea Rechtsbijstand
Adobe
Amsterdams Fonds voor de Kunst
Afrojack
Andre Rieu
Anita Doth
ARAG
Armada
Audentity
Automotive
Avalon
Bakermat
BCMM
Biem
Bizon onstage
Broederliefde
Burak Yeter
Cloud9
Converse
Daily Paper
DAS
David Lewis
Deckers
De Gedachtendokter
Duncan Lawrence
&V
Fedde Legrand
Fifpro
FNV
Global DJ bookings
Golden Earring
Grand mono
Hans van Hemert productions
Het Nieuwe Instituut
Het Scheepvaartmuseum
Hortipoint
Houseoftracks
Ice Watch
Interact Law
ITDS
ITV media
Jayh Jawson
Jiskefet
Joyce Mercedes
Karsu
Kensington
Kvadrat
Lolbarz
Luxottica
Madurodam
Tabitha
Microsoft
Museumkaart
Museumvereniging
NDC
Nedfilm
Nevlin
Nicky Romero
NLCR
NMUV
NOVU
Oostappen
Parachute Music
PS FM
Quintino
Radio 8FM
Radio NL
Ray-Ban
Royal Air Maroc
SEFA
Sena
Showtek
Si Music
Sorted management
Sound Education Nederland
Soundscape
Stars Agency
Stern
Studio Drift
Style School ByDanie
Symbol Music Publishing
Tiesto
UGG
VMN
Warner Music Group
Will Knox
Nieuws

Laatste nieuws

20-09-2021 - door roeland van gelder

De rechtsgevolgen van de ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring (september 2021)

Indien de wederpartij de gerechtvaardigdheid van de ontbindingsverklaring bestrijdt, bestrijdt zij daarmee in beginsel ook het met de ontbindingsverklaring beoogde rechtsgevolg. Beslist de rechter dat de ontbindingsverklaring niet gerechtvaardigd was, dan staat daarmee in beginsel vast dat de overeenkomst partijen nog steeds bindt met een mogelijke uitzondering in drie hieronder besproken gevallen. Niet nakomen en ontbinden van de overeenkomst Als partijen een wederkerige overeenkomst hebben gesloten zijn partijen verbonden om hetgeen is overeengekomen ook jegens elkaar na te komen. Regelmatig komt het echter voor dat één van de partijen, de zogenaamde schuldenaar, zijn verplichting(en) uit de overeenkomst niet nakomt zoals bij het niet betalen van een factuur, het loon, de huur, het leveren van een  ondeugdelijk product of werk enzovoorts. De andere partij, de zogenaamde schuldeiser, komt dan voor de vraag te staan wat te doen? In mijn bijdrage van juli 2021 ben ik ingegaan op de verbintenis tot vervangende schadevergoeding. In deze bijdrage zal ik nader in gaan op het buitengerechtelijk ontbinden van de overeenkomst door de schuldeiser. Wat te doen? Bij de vraag wat te doen indien de schuldenaar niet nakomt dient de schuldeiser na te gaan of voor het met succes instellen van vorderingen tot ontbinding van de overeenkomst en/of schadevergoeding het in verzuim zijn van de schuldenaar is vereist en zo ja, op welke wijze het verzuim intreedt. In verzuim zijn en het verzuim zuiveren In mijn bijdrage van februari 2021 “In verzuim zijn met of zonder ingebrekestelling” ben ik naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 31 januari 2020 over het niet nakomen van de schuldenaar ingegaan op de mogelijkheden voor de andere partij, de schuldeiser. Vervolgens ben ik in mijn bijdrage van april 2021  “Het schuldenaarsverzuim zuiveren?” ingegaan op de mogelijkheden om het schuldernaarsverzuim te zuiveren naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad d.d. 7 december 2018. Ontbinding van de overeenkomst Artikel 6:265 BW geeft aan dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van één van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Indien een partij een overeenkomst niet nakomt, en nakoming is onmogelijk of de schuldenaar is in verzuim geraakt, kan de schuldeiser in de meeste gevallen de overeenkomst buitengerechtelijk of door de rechter (laten) ontbinden met als gevolg een ongedaanmakingsverbintenis en vordering tot aanvullende schadevergoeding (artikelen 6:267, 6:271 en 6:277 BW).   Bij verschil van mening tussen partijen over de gerechtvaardigdheid van de buitengerechtelijke ontbinding dient deze door de rechter te worden getoetst. Wat nu indien blijkt dat de buitengerechtelijke ontbinding bij de toetsing niet gerechtvaardigd wordt bevonden? De Hoge Raad De Hoge Raad heeft in het arrest G4/Hanzevast d.d. 8 juli 2011 (ECLI:NL:HR: 2011:BQ1684) zich uitgesproken over de rechtsgevolgen van de niet gerechtvaardigde ontbindingsverklaring op grond van een toerekenbare tekortkoming. De Hoge Raad geeft aan dat wanneer de rechter beslist dat de ontbindingsverklaring niet gerechtvaardigd was, daarmee in beginsel niet alleen vast staat dat de overeenkomst partijen nog steeds bindt, maar ook dat de ontbindingsverklaring heeft geleid tot verzuim van de partij die deze verklaring aflegde. Voorts heeft de Hoge Raad aangegeven dat ook al kan de wederpartij bestrijden dat de ontbindingsverklaring gerechtvaardigd was, deze zich er echter bij kan neerleggen dat degene die de ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring heeft uitgebracht de overeenkomst niet meer uitvoert. In voorkomend geval zal de wederpartij dan ook van haar zijde de overeenkomst niet (verder) uitvoeren. In een zodanig geval ziet de wederpartij weliswaar af van haar recht op nakoming, maar dat betekent niet zonder meer dat zij daarmee ook haar rechten prijsgeeft die voortvloeien uit de niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring. Ook de schade die het gevolg is van het niet (verder) uitvoeren van de overeenkomst, daaronder begrepen het zogenoemde positief contractsbelang, moet vergoed worden door de schuldenaar wiens verzuim heeft geleid tot het niet (verder) uitvoeren van de overeenkomst. Hierbij geeft de Hoge Raad aan dat het op zichzelf juist is dat de vordering van een partij bij een wederkerige overeenkomst tot vergoeding van het positief contractsbelang op de grond dat haar wederpartij als schuldenaar in verzuim verkeert, kan afstuiten op het in art. 6:86 BW besloten recht op zuivering van het verzuim van die wederpartij. Maar indien deze laatste van de mogelijkheid tot zuivering van haar verzuim geen gebruik heeft gemaakt, kan zij aan de vordering tot vergoeding van het positief contractsbelang niet tegenwerpen dat de overeenkomst niet is ontbonden. De Hoge Raad heeft in een arrest d.d. 29 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:152) in navolging van het arrest G4/Hanzevast zich nog eens expliciet uitgesproken over de rechtsgevolgen van de vordering tot ontbinding op grond van een toerekenbare tekortkoming. De Hoge Raad geeft aan dat indien een wederpartij de gerechtvaardigdheid van de ontbindingsverklaring bestrijdt, zij daarmee in beginsel ook het met die verklaring beoogde rechtsgevolg bestrijdt. Als de rechter vervolgens beslist dat de ontbindingsverklaring niet gerechtvaardigd was, dan staat daarmee in beginsel vast dat de overeenkomst partijen nog steeds bindt. De Hoge Raad geeft voorts uitdrukkelijk in bovengenoemd arrest drie gevallen aan waarin een ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring is uitgebracht en dit mogelijk toch anders ligt, te weten: Partijen kunnen zich naar aanleiding van een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring zodanig tegenover elkaar gedragen dat daarin een nadere, tot beëindiging van de overeenkomst strekkende, beëindigingsovereenkomst ligt besloten. Het beroep op het voortbestaan van de overeenkomst kan afstuiten op artikel 6:248 lid 2 BW en dus onaanvaardbaar zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De wederpartij kan bestrijden dat de ontbindingsverklaring gerechtvaardigd was, maar zich erbij neerleggen dat degene die de ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring heeft uitgebracht de overeenkomst niet meer uitvoert. De wederpartij zal dan ook van haar zijde de overeenkomst niet (verder) uitvoeren. Conclusie Indien de wederpartij de gerechtvaardigdheid van de buitengerechtelijke ontbindingsverklaring bestrijdt, bestrijdt zij daarmee in beginsel ook het met de ontbindingsverklaring beoogde rechtsgevolg. Beslist de rechter dat de ontbindingsverklaring niet gerechtvaardigd was, dan staat daarmee in beginsel vast dat de overeenkomst partijen nog steeds bindt met een mogelijke uitzondering van de drie hierboven genoemde gevallen. Het is derhalve van belang om zorgvuldig in ieder concreet geval de juistheid van een buitengerechtelijke ontbinding na te gaan om niet in een gerechtelijke procedure te worden geconfronteerd met een ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring met alle gevolgen van dien. Indien er vragen zijn over de onderwerpen ontbinding, vervangende schadevergoeding, ingebrekestelling, in verzuim zijn en/of het zuiveren van het verzuim kunt u natuurlijk contact opnemen met ons kantoor om door één van de advocaten de vraag te bespreken en te worden geadviseerd.    

Lees meer

17-09-2021 - door Els Doornhein

Els Doornhein in 'Boos' (Youtube serie van Tim Hofman)

Als een volgens Tim Hofman van YouTube kanaal BOOS “zwaargewicht van een advocaat” heeft Els Doornhein in deze uitzending van Boos haar mening mogen vertellen dat huizenzoekers met een betaald account vooraf door Kamernet geïnformeerd zouden moeten worden als verhuurders die je via Kamernet treft extra kosten in rekening (kunnen) brengen om een kamer te mogen bezichtigen. Het weglaten van essentiële informatie zoals die over de totale prijs en kosten van een dienst is “een oneerlijke handelspraktijk”. Kamernet heeft dit zeer positief en sportief  opgepakt en laat Boos in de uitzending weten dat zij dit soort verhuurders voortaan zullen weren, of dit in hun algemene voorwaarden zullen aanpassen zodat dit vooraan wel van te voren duidelijk is. Top! 

Lees meer

31-08-2021 - door Carel Abeln

Overdragen van activiteiten aan nieuwe zustervennootschap en achterlaten leeg zusje: onrechtmatig jegens schuldeisers?

Een dochtervennootschap wordt met een forse claim geconfronteerd en, zoals dat dan gaat, worden vervolgens (met of zonder begeleiding?!), de meest creatieve ideeën ontwikkeld om daarvan te worden bevrijd. Het laten doodbloeden van een dochtervennootschap is er zo een. Haar activiteiten binnen de groep worden overgenomen door een nieuw opgerichte zustermaatschappij. De voor het bedrijf benodigde activa (die worden overgedragen aan de holding) worden aan de nieuwe zuster (voor weinig of niets) ter beschikking gesteld. De veroordeelde dochter krijgt geen nieuwe opdrachten meer en na verloop van tijd valt daar niets meer bij haar te verhalen. Mooi toch? En waarom zou dit niet mogen? Maar kan dit zomaar ongestraft plaatsvinden? Dat daar wringt iets.  In de kwestie die speelde bij het Hof Arnhem-Leeuwarden van 28 mei 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:4587, JOR 2019/157) werd Tieben Bouwbedrijf BV opgericht kort nadat een aannemingsovereenkomst met Bouwbedrijf Tieben BV wegens wanprestatie was ontbonden. Bestaande opdrachten werden weliswaar nog door deze vennootschap uitgevoerd en ook langlopende schulden werden nog afgelost, maar toen na verloop van tijd in de door de opdrachtgever aangespannen procedure de schade definitief was vastgesteld, bood Bouwbedrijf Tieben BV geen enkel verhaal. Een vergelijkbare constructie om onder de betalingsverplichtingen uit te komen werd toegepast in de casus die aan de orde was in het vonnis van de rechtbank Gelderland van 25 juli 2019 (ECLI:NL:RBGEL:2019:4456). In beide gevallen werd geoordeeld dat dit onaanvaardbaar was. Zonder geldige reden waren de inkomsten van de tot schadevergoeding veroordeelde dochter ten gunste van een nieuwe groepsmaatschappij omgeleid. Er was daarbij geen rekening gehouden met de belangen van de benadeelde wederpartij. Sterker nog: de constructie en de benadeling waren uitdrukkelijk op benadeling van de handelsrelatie gericht. Zowel de bestuurder/aandeelhouder als diens (in)directe bestuurders trof een persoonlijk ernstig verwijt. Daarvan is niet zomaar sprake. De bestuurders moeten persoonlijk onrechtmatig hebben gehandeld en daaronder vallen niet zomaar ernstige fouten of nalatigheden die een bestuurder kunnen worden verweten. Maar in deze kwestie werden de bestuurders tot hoofdelijke schadevergoeding uit onrechtmatige daad veroordeeld. De indirecte bestuurders werden veroordeeld met toepassing van art. 2:11 BW (waardoor altijd de eindverantwoordelijke natuurlijke persoon/bestuurder aansprakelijk gehouden kan worden). De nieuwe zustermaatschappijen werden eveneens tot schadevergoeding veroordeeld wegens het onrechtmatig profiteren van de ‘verhanging’ van activiteiten. Beide uitspraken laten zien dat de bestuurders bij het gebruik maken van alle mogelijkheden om de onderneming in te richten, altijd rekening moeten houden met de gerechtvaardigde belangen van haar schuldeisers/ leveranciers en zich met name moeten afvragen of de door hen gekozen, in beginsel volkomen sluitende constructies, niet een onrechtmatige uitwerking hebben. In beide kwesties heeft de beoordeling van de feiten tot een alleszins begrijpelijke en redelijke uitkomst geleid.

Lees meer

31-08-2021 - door José Geerdes

Ontslag werknemer die met verkoudheidsklachten op het werk verschijnt, weigert naar huis te gaan en twee dagen later positief test op COVID-19.

Een werknemer (20 jaar in dienst) is met verkoudheidsklachten op het werk verschenen. Omdat hij  ernstig hoest adviseren zijn collega’s hem om naar huis te gaan maar dat weigert hij. De dag daarna meldt de werknemer zich ziek en twee dagen later blijkt dat hij positief is getest op het coronavirus. Bij de werkgever zijn interne coronagedragsregels van toepassing inhoudende dat je thuis moet blijven bij klachten. De werknemer heeft niet betwist dat hij van die gedragsregels op de hoogte is. De werkgever heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van verwijtbaar handelen of nalaten (de zogenoemde “e-grond”), dan wel op grond van verstoorde arbeidsverhouding (de zogenoemde “g-grond”) dan wel op grond van een combinatie van omstandigheden (de zogenoemde “i-grond, in dit geval een combinatie van de e- en g-grond). Verwijtbaar handelen of nalaten De kantonrechter oordeelt dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door met verkoudheidsklachten op het werk te verschijnen en door niet naar huis te gaan nadat meerdere collega’s hem hierop hadden aangesproken nu dat in strijd is met de interne coronagedragsregels en de richtlijnen van de Rijksoverheid. Dat is volgens de kantonrechter echter niet ernstig genoeg om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op e-grond (verwijtbaar handelen of nalaten). Daarbij heeft meegewogen dat de werknemer de gedragsregels uiteindelijk wel heeft nageleefd (door de ziekmelding en door zich te laten testen), dat hij een solistische functie had waarbij hij weinig contact had met collega’s en dat (waarschijnlijk) niemand anders binnen het bedrijf door zijn aanwezigheid besmet is geraakt. Verstoorde arbeidsverhouding Naar het oordeel van de kantonrechter is wel sprake van een verstoorde arbeidsrelatie omdat de werknemer het vertrouwen van zijn collega’s heeft beschaamd door zich niet te houden aan de regels en door ondanks de adviezen niet naar huis te gaan. Het vertrouwen was nog meer verstoord geraakt doordat de werknemer zich de volgende dag toch had ziekgemeld en zich had laten testen (en positief is bevonden) ondanks zijn stelling dat hij geen klachten had. De vertrouwensbreuk werd bovendien bevestigd doordat de werknemer in de procedure stelde dat de verklaringen van zijn collega’s niet geloofwaardig waren, dat ze niet klopten en dus in feite dat zijn collega’s hadden gelogen. De kantonrechter ziet niet in hoe de werknemer weer terug kan keren bij de werkgever en met deze collega’s kan samenwerken. De verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond is toegewezen. Conclusie Het enkele feit dat een werknemer tegen de interne gedragsregels en/of de richtlijnen van de Rijksoverheid in toch naar zijn werk komt met verkoudheidsklachten blijkt in deze zaak onvoldoende reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Deze gedraging kan echter in samenhang met andere gedragingen wel leiden tot een verstoorde arbeidsrelatie waardoor de arbeidsovereenkomst op die grond ontbonden kan worden. Het hangt dus af van de concrete feiten en omstandigheden die per zaak weer anders kunnen zijn.

Lees meer



Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage