Stel een vraag Maak een afspraak
+31 (0)20 2060700info@devos.nl
1.3
Over

Over de Vos & Partners

Niet moeilijk doen als het makkelijk kan: zo werken we het liefst en dat leidt tot langdurige en goede relaties met onze vele ondernemende cliënten. Van grote merken tot startups: iedereen kan bij ons terecht.

Wij zijn creatieve advocaten voor dynamische ondernemingen. Wij werken graag voor ondernemers en we nemen het begrip ondernemer ruim. Wij worden vooral blij van de samenwerking met ondernemers die in hun sector maken, creëren en innoveren. Zo behartigen wij voor de creatieve industrie veel zaken op het gebied van entertainment, muziek, merken, kunst en cultuur. Wij zijn voorts sterke partners voor gerenommeerde cliënten in handel en industrie, het MKB, de reisbranche, het vastgoed, de zakelijke dienstverlening en de sportsector. Wij helpen bedrijven bij hun ontwikkelingen en adviseren hen met visie en strategie bij complexe problemen. Kijkt u vooral eens bij de sectoren die wij bedienen en die wij een brede juridische dienstverlening aanbieden. Lees meer

Expertises

Expertises

Uitgelichte expertise • Creatieve industrie

Creatieve industrie

De topsector Creatieve Industrie is een van de snelst groeiende sectoren van de Nederlandse economie. Deze sector is ontstaan tussen de traditionele sectoren van de economie (landbouw, industrie en dienstverlening) en de cultuursector. De creatieve sectoren (zoals design, dance, media en entertainment, mode, gaming en architectuur) zorgen ervoor dat steden aantrekkelijker worden, er meer ondernemingen worden gestart en de werkgelegenheid groeit. Bovendien is de creatieve sector een aanjager van innovatie en levert de creatieve industrie oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. De creatieve industrie is in Nederland traditiegetrouw het sterkst vertegenwoordigd in Amsterdam. Maar cliënten uit opkomende creatieve steden, zoals Eind...

Cliënten

010 Bookings
Achmea Rechtsbijstand
Adobe
Amsterdams Fonds voor de Kunst
Afrojack
Andre Rieu
Anita Doth
ARAG
Armada
Audentity
Automotive
Avalon
Bakermat
BCMM
Biem
Bizon onstage
Broederliefde
Burak Yeter
Cloud9
Converse
Daily Paper
DAS
David Lewis
Deckers
De Gedachtendokter
Duncan Lawrence
&V
Fedde Legrand
Fifpro
FNV
Global DJ bookings
Golden Earring
Grand mono
Hans van Hemert productions
Het Nieuwe Instituut
Het Scheepvaartmuseum
Hortipoint
Houseoftracks
Ice Watch
Interact Law
ITDS
ITV media
Jayh Jawson
Jiskefet
Joyce Mercedes
Karsu
Kensington
Kvadrat
Lolbarz
Luxottica
Madurodam
Tabitha
Microsoft
Museumkaart
Museumvereniging
NDC
Nedfilm
Nevlin
Nicky Romero
NLCR
NMUV
NOVU
Oostappen
Parachute Music
PS FM
Quintino
Radio 8FM
Radio NL
Ray-Ban
Royal Air Maroc
SEFA
Sena
Showtek
Si Music
Sorted management
Sound Education Nederland
Soundscape
Stars Agency
Stern
Studio Drift
Style School ByDanie
Symbol Music Publishing
Tiesto
UGG
VMN
Warner Music Group
Will Knox
Nieuws

Laatste nieuws

24-01-2022 - door danielle den hartog

Man verzoekt tot vaststelling vaderschap

Eind 2021 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de vraag centraal stond of een man een verzoek kan doen tot vaststelling vaderschap. Inleiding De man die op de dag van de geboorte van het kind met de moeder is gehuwd wordt van rechtswege aangemerkt als de vader. Als je ongehuwd bent, moet je als man twee dingen doen: (i) je kind erkennen en (ii) het juridisch ouderschap regelen. Voor de erkenning is de toestemming van de moeder (totdat het kind 16 jaar is) of het kind (als het ouder is dan 12 jaar) nodig. De erkenning van een kind wordt gezien als een verklaring van een man om het ouderschap van het kind op zich te nemen. Deze erkenning leidt niet tot het ouderschap. Pas na het aanvragen van het juridisch ouderschap verkrijgt de man het ouderschap van het kind. Ook hiervoor heeft de man toestemming nodig van de moeder van het kind. Als de moeder op de geboortedag gehuwd is, dan regelt de wet dat haar echtgenoot de vader van het kind is. Maar hoe zit het dan als de biologisch vader een ander is dan de echtgenoot? Casus Een getrouwde vrouw heeft tijdens haar huwelijk een relatie met een getrouwde man, hierna: “buurman”, gehad. Op een zeker moment raakt deze vrouw zwanger, maar van welke man is op dat moment onbekend. Toen de buurman hoorde over de zwangerschap heeft hij gezegd dat hij een rol in het leven van het kind te willen vervullen. De buurman voelde zich betrokken bij de zwangerschap, mede doordat de vrouw echofoto’s met hem deelde en bij hem informatie vroeg over zijn bloedgroep en resusfactor. Ook na de geboorte van het kind heeft de buurman herhaald een rol in het leven van het kind te willen spelen. Doordat het kind is geboren tijdens het huwelijk van de vrouw en haar echtgenoot, zijn zij samen (juridisch) ouders van het kind geworden, hoewel de echtgenoot mogelijk niet de biologische vader is. De buurman heeft verzocht om een omgangsregeling en een DNA-test. Dit is door de vrouw en haar echtgenoot geweigerd, mede omdat zij vonden dat het in het belang van het kind is om in alle rust in een gezinsverband op te groeien. De buurman vond dat het kind recht heeft om te weten wie de echte vader is en start een juridische procedure. Het Hof heeft geconcludeerd dat de buurman onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de biologisch vader kon zijn en dat hij niet met het kind in een family life heeft geleefd. De buurman is het hier niet mee eens en zegt bovendien dat de moeder en haar echtgenoot voorkomen dat er contact tussen de buurman en het kind kan komen. Na de uitspraak van het Hof is de buurman in cassatie gegaan. Uitspraak Hoge Raad De Hoge Raad oordeelde in navolging van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat een (beweerde) verwekker van een kind die omgang met en informatie over het kind wenst, een beroep kan doen op art. 8 EVRM ter bescherming van zijn privéleven en ter bescherming van zijn beoogde familieleven. Bij een zodanig verzoek moet vastgesteld worden of de omgang en het verstrekken van informatie in het belang van het kind is. Pas als is vastgesteld dat de omgang in het belang van het kind is, komt pas de vaststelling van het biologische vaderschap aan de orde. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof. Het kan dus zomaar in de toekomst mogelijk worden dat ook de man kan verzoeken om vaststelling vaderschap. Wil je meer weten over erkenning kind, juridisch ouderschap en vaststellen vaderschap, neem dan contact op met ons kantoor.

Lees meer

21-01-2022 - door wieke verberne

Doorstart na faillissement

Als een bedrijf failliet wordt verklaard, wordt er een curator aangesteld die de belangen van de gezamenlijke schuldeisers moet behartigen. Vanzelfsprekend zijn de schuldeisers het meest gebaat bij een zo hoog mogelijke opbrengst voor de boedel, zodat zij (een gedeelte van) hun vordering betaald kunnen krijgen. De curator zal daarom proberen om de activa van het bedrijf voor de hoogst mogelijke prijs te verkopen. In dat kader zal de curator onderzoeken of er een doorstart mogelijk is. Doorstart Een doorstart na een faillissement houdt in dat de gehele onderneming (of een deel daarvan) wordt verkocht. Door middel van een doorstart worden alle waardevolle bezittingen van het failliete bedrijf als het ware in één transactie overgedragen aan de doorstartende partij. Kort nadat het faillissement is uitgesproken, zal de curator op zoek gaan naar partijen die geïnteresseerd zijn in de overname van de activa. Om zo veel mogelijk geïnteresseerde partijen te bereiken, stelt de curator vaak een biedingsprotocol op, dat de curator vervolgens naar potentiële doorstarters stuurt. De curator geeft daarmee iedere partij een gelijke kans. Mocht de bestuurder of aandeelhouder van het failliete bedrijf interesse hebben in een doorstart, dan zal deze bestuurder of aandeelhouder dus moeten concurreren met andere geïnteresseerde partijen. In het biedingsprotocol brengt de curator in kaart waarop partijen een bod kunnen uitbrengen. Denk daarbij aan de inventaris, de voorraden, het personeel, het klantenbestand en de handelsnaam. Partijen mogen dan een bod uitbrengen op de genoemde activa. Indien de curator met een geïnteresseerde partij overeenstemming bereikt over de overname van de activa en de koopprijs die deze partij daarvoor betaalt, zullen de activa in één transactie worden overgedragen. De koopprijs die de doorstarter daarvoor betaalt, vloeit vervolgens in de boedel en komt naar evenredigheid toe aan de gezamenlijke schuldeisers.   Personeel Bij een doorstart is het mogelijk om (een gedeelte van) de werknemers van het failliete bedrijf over te nemen. Als geïnteresseerde partij is het van belang om bij de curator kenbaar te maken of je wel of niet geïnteresseerd bent in de overname van de werknemers. Zoals ik in de inleiding van dit artikel aangaf, behartigt de curator de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Het hoogste bod zal daardoor doorgaans het meest interessant voor de curator zijn. De Hoge Raad heeft echter eerder bepaald dat het behoud van de werkgelegenheid bij een doorstart – vanuit maatschappelijke overwegingen – ook van zwaarwegend belang is. In dat kader is het voor de curator interessant als een geïnteresseerde partij een aantal werknemers wil overnemen. Op die manier zorgt de curator ervoor dat een gedeelte van de werkgelegenheid behouden blijft. Beoordeling van het bod Bij de beoordeling van de biedingen die de curator naar aanleiding van het biedingsprotocol heeft ontvangen, zal de curator allereerst kijken naar de hoogte van het bod. Omdat de curator de belangen van de gezamenlijke schuldeisers moet behartigen, zal het hoogste bod in beginsel het meest aantrekkelijk zijn. De schuldeisers zijn immers gebaat bij een zo hoog mogelijke opbrengst voor de boedel. Gezien het maatschappelijke belang om werkgelegenheid te behouden, kan de curator er ook voor kiezen om in zee te gaan met een partij die weliswaar niet het hoogste bod heeft uitgebracht, maar wel bereid is om een aantal werknemers over te nemen. Heeft u vragen over een mogelijke doorstart na een faillissement? Neem dan contact op met de advocaten van De Vos & Partners. Zij voorzien u graag van advies.

Lees meer

17-01-2022 - door Margriet Koedooder

#TVOH MACHTSMISBRUIK EN SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG – wat vindt de rechter?

Afgelopen weekend is er een groot schandaal losgebarsten over jarenlang machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag van enkele direct betrokkenen bij de populaire talentenshow The Voice of Holland. Bijzonder aan het ontstane rumoer is dat de uitzending van het programma #BOOS, waarin de beschuldigingen worden gedaan, nog moet komen. Wel heeft één betrokkene alvast erkend en één betrokkene de beschuldigingen met klem ontkend. Ik word als civielrechtelijk advocaat regelmatig benaderd om op te treden voor hetzij slachtoffers, hetzij media, dan wel vermeende daders, die menen op een onrechtmatige wijze in een programma of ander medium te zijn betrokken. Voor alle betrokkenen bij het TVOH-schandaal – zowel de slachtoffers, de media als de vermeende daders – leg ik hieronder uit hoe de civiele rechter naar dergelijke zaken kijkt. Dergelijke zaken kunnen overigens ook middels strafrechtelijke weg nader worden onderzocht. Die zaken gaan dan over de vraag of de daders wel of niet een taakstraf, boete en/of gevangenisstraf opgelegd moeten krijgen wegens wangedrag. In een civielrechtelijke zaak gaat de procedure over de vraag of een publicatie onrechtmatig is geweest en de slachtoffers van zo’n publicatie (zoals de ten onrechte als ‘dader’ aangewezen personen, dan wel de slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag) wel of geen rectificatie, verbod voor de toekomst en/of schadevergoeding kunnen krijgen. Feiten Allereerst is het vaststellen van de feiten voor de rechter van groot belang. Blijken de in het bericht voorgestelde feiten aantoonbaar onjuist, terwijl de beschuldigingen ernstig zijn, dan volgt er een verwijdering van de publicatie en een gebod de publicatie te staken en gestaakt te houden. Ook kan een dwangsom worden toegewezen tot wel € 25.000 per dag als de gewraakte uiting tegen het verbod in alsnog opnieuw wordt gedaan. Hier kwam Thierry Baudet half december 2021 bijvoorbeeld achter, toen enkele Joodse organisaties klaagden over zijn tweets en foto’s op Twitter. Tweets waarin een (onsmakelijk geoordeelde) vergelijking werd gemaakt tussen de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de overheidsmaatregelen tegen Corona. Context Ook de context blijkt altijd van groot belang te zijn voor de uitkomst van een smaad- en/of lasterzaak. In het geval van The Voice is de context – voor zover op dit moment kenbaar – er één van machtsmisbruik en grensoverschrijdend, al dan niet seksueel getint gedrag. Gelet op alle reacties van direct betrokkenen bij The Voice, zoals juryleden Anouk en Waylon en presentatrice Chantal Jansenis daarnaast de mening van deze betrokkenen van belang over hun ervaringen met het programma en de programmamakers en de situaties die daardoor in heden en verleden zijn ontstaan. Daarnaast zijn de inmiddels vele meningen die via de media (Shownieuws, praatprogramma’s zoals Beau, HLF8, RTL Boulevard en Op1, maar ook Twitter, Instagram en Facebook) tot ons komen relevant voor de beoordeling. Evenals de inhoud en ernst van de beschuldigingen. Zo las ik dat er inmiddels een Whatsapp-groep schijnt te zijn van tenminste 40 (vermeende) slachtoffer Het is nogal wat als blijkt dat deze mensen inderdaad allemaal het slachtoffer van machtsmisbruik of (seksuele) intimidatie zijn geweest. De hierdoor ontstane maatschappelijke onrust speelt een rol, evenals de vraag of hoor en wederhoor is toegepast. Zeker bij ernstige beschuldigingen als de onderhavige, dient programmamaker #BOOS voldoende journalistiek onderzoek te hebben verricht alvorens de beschuldigingen zijn gedaan. Of aan deze eis is voldaan weten we op dit moment niet omdat het programma nog moet worden uitgezonden. Maar juist door de erkenning van Jeroen Rietbergen (bandleider bij The Voice) het door RTL direct staken van het programma, het door de sponsor T-Mobile opzeggen van het sponsorcontract en het door Linda de Mol beëindigen van haar relatie met Jeroen Rietbergen, is wel duidelijk dat er kennelijk erg veel aan de hand is (geweest) bij The Voice. Belangenafweging In zaken als de onderhavige dient de rechter een belangenafweging te maken tussen in beginsel gelijkwaardige belangen. Enerzijds is er het belang van – in dit voorbeeld - #BOOS (en de slachtoffers!) om zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over misstanden als de onderhavige, die de samenleving raken. Daarnaast is er het belang van een (onterecht) beschuldigde partij, dan wel een werkgever zoals RTL om (oud)medewerkers niet lichtvaardig te laten blootstellen aan verdachtmakingen (door hen op één lijn te stellen met het grensoverschrijdende gedrag van Jeroen Rietbergen bijvoorbeeld, die immers heeft erkend). De privacy van deze mensen mag niet onnodig worden geschonden. Artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting) moet worden afgewogen tegen artikel 8 EVRM (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer). Verder is nog van belang of er een noodzaak is tot het noemen van namen van (vermeende) daders, gekoppeld aan de vraag of het daarmee nagestreefde doel ook langs andere weg had kunnen worden bereikt. Zo zijn er werkgevers die beschikken over interne commissies waar wantoestanden aan de kaak kunnen worden gesteld. Het overslaan van deze stap en direct ‘naar buiten’ treden met beschuldigingen kan er dan toe leiden dat een vermeend slachtoffer/werknemer alsnog een schadevergoeding moet betalen, bijvoorbeeld als de publicatie heeft geleid tot het ontslag van de (directeur van) werkgever. Maatstaf en anonieme bronnen Stel: iemand vraagt een verbod op de uitzending van #BOOS van donderdag a.s. wegens een vermeende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Zo’n verbod vóór de uitzending van het programma, moet vrijwel altijd sneuvelen omdat een dergelijk verbod indruist tegen het in Nederland geldende censuurverbod. Willem Holleeder kwam hier al eens eerder achter, toen hij op voorhand een speelfilm die was gemaakt over zijn leven wilde verbieden. Maar na de uitzending kunnen betrokkenen alsnog naar de rechter stappen om rectificatie en verdere verspreiding van het gewraakte programma te voorkomen en een dwangsom en/of (voorschot op) schadevergoeding te eisen van de wederpartij. Toewijzing van een gebod tot rectificatie en een verbod tot verdere verspreiding is in feite een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. De maatstaf die de rechter dan moet toepassen is de volgende. Toewijzing van de vorderingen van zou een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van (medium) op de vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (zie artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake, indien het artikel van (medium) onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse – in beginsel gelijkwaardige – belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van (medium) is er met name in gelegen dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van de wederpartij is er met name in gelegen dat zij dan wel haar medewerkers niet lichtvaardig worden blootgesteld aan verdachtmakingen en dat derhalve hun privacy niet onnodig wordt geschonden. Bij deze belangenafweging dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen. Het medium dat een publicatie doet waarin personen met naam en toenaam worden beschuldigd, moet aantonen voldoende journalistiek onderzoek te hebben verricht én in een kort geding voldoende aannemelijk maken dat de beschuldigingen voldoende steun vinden in de feiten. Is dat het geval, dan hoeft de publicatie niet persé feitelijk juist te zijn. Als de getrokken conclusies maar voldoende aannemelijk zijn volgens de beschikbare informatie ten tijde van de publicatie of de berichtgeving als zodanig maar voldoende genuanceerd is. Het medium mag zich beroepen op anonieme bronnen en die bronnen mag het medium ook geheim houden, maar de zorgvuldigheid kan zich er tegen verzetten dat zij daarbij uitlatingen als vaststaande feiten presenteert, zeker als daarbij geen wederhoor is toegepast. Conclusie Uit de berichtgeving rond The Voice begrijp ik dat het verzoek van #BOOS aan RTL om te reageren op de beschuldigingen in het nog uit te zenden programma juist heeft geleid tot de mediastorm. RTL heeft er kennelijk voor gekozen om direct te stoppen met The Voice en de eerste BOOS-uitzending van donderdag bijvoorbeeld niet eerst af te wachten. Dat belooft helaas weinig goeds en doet vrezen dat de geruchten, dat er bij The Voice – naar de leiding en/of omroep RTL wist, had kunnen weten of had behoren te weten - kennelijk al jarenlang sprake was van onoorbaar gedrag door enkele direct betrokkenen, feitelijk waar zullen zijn. Het stilzwijgen van machtsmisbruik en seksuele intimidatie op de werkvloer kan als in strijd met ‘goed werkgeverschap’ worden gezien, als het gaat om de werknemers van het programma of van RTL (artikel 7:646 BW – gelijke behandeling). Voor de muzikale talenten die aan dergelijk wangedrag zijn blootgesteld en géén werknemer zijn, geldt dat zij wellicht de programmamakers en/of omroep wanprestatie en/of onrechtmatig gedrag kunnen verwijten als gevolg waarvan zij schadeplichtig zijn. Helaas is de Nederlandse rechter niet erg scheutig met schadevergoedingen, maar mogelijk dat dit anders is indien de slachtoffers hierbij gezamenlijk optrekken. Tekst: Margriet Koedooder, 17 januari 2022 De Vos & Partners Advocaten te Amsterdam Hét advocatenkantoor voor de culturele en creatieve sector en voor de digitale economie

Lees meer

17-01-2022 - door nicola ebbink

De coronamaatregelen vergelijken met de situatie tijdens de bezetting: gaat dat te ver?

​​​​​​Folder Arnhem: vergelijking coronamaatregelen met bezetting In Arnhem is de afgelopen weken een folder verspreid door een organisatie die het niet eens is met het huidige coronabeleid. De titel van de folder luidt: “Begrijpt u nog wat er aan de hand is?” In de folder wordt een vergelijking gemaakt tussen de situatie in Nederland met betrekking tot de coronamaatregelen (volgens de verspreiders van de folder dan) en de situatie in Nederland tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog. In de folder wordt gesuggereerd dat zowel toen als nu sprake zou zijn van onder meer extreme censuur, angst zaaien, binnenvallen in huizen en het overtreden van de Grondwet. Ook worden twee foto’s vergeleken – een foto uit 1941 en een foto uit 2021. Op de foto’s is te zien dat een Duitse soldaat respectievelijk een politieagent met mondkapje de papieren van een vrouw controleert. Het is niet (meteen) duidelijk van wie de folder afkomstig is. In de folder wordt slechts verwezen naar een Telegramaccount “FallCabal”, wat het ‘officiële informatieaccount’ is van Janet Ossebaard en Cynta Koeter (twee Nederlandse complotkoninginnen die geloven dat het coronavirus bedacht is door Bill Gates in combinatie met 5G). Naar verluidt zijn veel bewoners van Arnhem geschrokken van de folder en de burgemeester heeft inmiddels het OM verzocht de toelaatbaarheid van de folder te onderzoeken.               Tweets Thierry Baudet: vergelijking coronamaatregelen met Jodenvervolging Het is niet voor het eerst dat tegenstanders van het coronabeleid de coronamaatregelen vergelijken met de situatie tijdens de bezetting. De folder doet denken aan de tweets van Thierry Baudet, waarin hij de ‘uitsluiting’ van niet-gevaccineerden vergeleek met de holocaust. Zo tweette hij: De ongevaccineerden zijn de nieuwe joden, de wegkijkende uitsluiters zijn de nieuwe nazi’s en NSB-ers”. De rechtbank Amsterdam oordeelde afgelopen december dat Baudet de tweets diende te verwijderen. Ook werd beslist dat hij zich in de toekomst diende te onthouden van het doen van dergelijke uitspraken, op straffe van een dwangsom van € 25.000 per dag. Of uitingen, zoals de tweets van Baudet, door de beugel kunnen, wordt door de rechter bepaald aan de hand van een afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van degene die de uiting doet en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van degene die door de uiting geraakt wordt. Uitgangspunt is dat ook uitingen die “beledigen, choqueren of storen”, beschermd worden door het recht op vrijheid van meningsuiting, maar uitingen die ‘onnodig grievend’ zijn vallen buiten de beschermingsomvang. De tweets werden onnodig grievend bevonden. De rechter legde aan de beslissing onder meer ten grondslag dat “de coronamaatregelen zich op geen enkele manier verhouden tot de haat en discriminatie jegens Joden in de jaren ’30 en ’40. Door het lot van een ongevaccineerde burger in de huidige maatschappij te vergelijken met dat van een Jood in de maatschappij van de jaren ’30-’40 – wordt het onrecht en leed dat door de Holocaust is veroorzaakt gebagatelliseerd.” Het verbieden van de uitingen leverde daarom volgens de rechtbank geen ontoelaatbare beperking op de vrijheid van meningsuiting van Baudet op. Arnhemse folder: klacht indienen bij de Reclame Code Commissie (RCC)? Terug naar de Arnhemse folder. Voor wie zich gekwetst voelt door de uitingen in de folder staat in principe de gang open naar zowel de strafrechter (aangifte), als de civiele rechter. Een gerechtelijke procedure kost echter vaak veel tijd (en geld). Een laagdrempeliger alternatief kan zijn om een klacht in te dienen bij de Reclame Code Commissie (RCC). De RCC toetst of reclame-uitingen voldoen aan de regels uit de Nederlandse Reclame Code (NRC). In de NRC staat bijvoorbeeld dat reclame in overeenstemming dient te zijn met de wet, de waarheid, de goede smaak en het fatsoen (art 2 NRC). Ook mag reclame niet nodeloos kwetsend zijn (art. 4 NRC). Anders dan de rechter, geeft de RCC slechts aanbevelingen. Aan haar uitspraken kan zij geen sancties verbinden. Om de RCC een oordeel te laten vellen over de toelaatbaarheid van de folder, moet de folder dus eerst als ‘reclame’ gekwalificeerd kunnen worden. De definitie van reclame uit de NRC is zeer breed: “Onder reclame wordt verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden.” (art. 1 NRC).Oftewel: ook de (indirecte) aanprijzing van denkbeelden, waarvan in de folder sprake lijkt te zijn, kan dus reclame zijn. Wanneer is een reclame-uiting waarin met de situatie tijdens de bezetting van WO-II wordt vergeleken in strijd met de goede smaak? De vraag is dan of de folder in strijd is met de goede smaak/het fatsoen/nodeloos kwetsend is (strijd met artikelen 2 en 4 NRC). Bij de beoordeling of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak, stelt de RCC zich over het algemeen terughoudend op, mede omdat het gaat om subjectieve normen; de één kan een uiting als ‘onfatsoenlijk’ beschouwen, terwijl een ander er de lol wel van in kan zien. Daarnaast wordt rekening gehouden met de “huidige algemene maatschappelijke opvattingen”. Reclames waarin wordt vergeleken met de omstandigheden tijdens de bezetting worden in Nederland relatief snel als strijdig met de goede smaak aangemerkt. Uitingen waarin vergelijkingen met de holocaust worden gemaakt (zoals de tweets van Baudet) zijn daarvan een voorbeeld.   Folder tatoeage BSN-nummer Een ander voorbeeld is een uitspraak van de RCC uit 2010 over een folder afkomstig van een organisatie (“Het Nieuwe Rijk”) die zich verzette tegen een (toen) nieuwe regeling die mensen verplichtte vingerafdrukken af te staan bij het aanvragen van een paspoort. In de folder stond onder meer: “het is vanaf vandaag mogelijk om, op vertoon van uw nieuwe reisdocument, uw Burger Service Nummer te laten tatoeëren op uw arm. Doordat u hiermee nog eenvoudiger geïdentificeerd kunt worden vergroot dit uw gemak o.a. aan de balie en bij internationale vluchten.” De RCC overwoog dat de organisatie met de folder een (ontoelaatbaar) verband legde tussen nazipraktijken en de nieuwe wettelijke regeling. Het tatoeëren van een BSN-nummer op de arm deed namelijk denken aan de situatie tijdens de bezetting, waarin gevangenen, en in het bijzonder Joden, in concentratiekampen een identificatienummer op hun arm getatoeëerd kregen. Deze vergelijking ging de grenzen van het toelaatbare te buiten en de folder werd dus in strijd bevonden met de goede smaak en het fatsoen. Reclamespot “De Oorlogskranten” Een reclamespot voor “De Oorlogskranten” uit 2017, werd eveneens door de RCC in strijd bevonden met de goede smaak. In de commercial werden beelden getoond uit de Tweede Wereldoorlog en sprak een voice-over de volgende tekst: : “10 mei 1940, Duitsland valt Nederland binnen. Mensen lezen het nieuws in de krant. De oorlogskranten brengen deze momenten opnieuw tot leven. Een collectie kranten uit de Tweede Wereldoorlog, volledig herdrukt zoals ze toen verschenen. Lees over het leven van toen alsof u erbij was. De Oorlogskranten, Deel 1 De Duitse Inval, nu in de winkel.” Volgens de RCC waren de beelden door hun indringendheid in combinatie met de woorden dat de kranten “deze momenten opnieuw tot leven” brengen “alsof u erbij was”, dermate ongepast, dat de commercial in strijd met de goede smaak en het fatsoen werd geacht. De commercial was volgens de RCC nodeloos kwetsend voor een aanzienlijk deel van het publiek, waaronder diegenen die onder de Tweede Wereldoorlog hadden geleden of nog steeds lijden. 5 mei-poster Forum voor Democratie Niet alle klachten over reclame-uitingen waarin aan de periode tijdens de bezetting wordt gerefereerd worden echter door de RCC gehonoreerd. Zo vond de RCC de poster van Forum voor Democratie (FvD), waarop stond: “Op 5 mei vieren we 75 jaar vrijheid”, met daaronder de tekst “1945 – †2020”, niet in strijd met het fatsoen. De RCC oordeelde als volgt: “De voorzitter verwijst naar de ruime vrijheid van meningsuiting die een politieke partij heeft op grond van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het enkele feit dat adverteerder in de uiting aanleiding ziet een verband te leggen tussen de ‘vrijheid’ tijdens de coronamaatregelen en de ‘vrijheid’ tijdens of na de Tweede Wereldoorlog, geeft daarom geen aanleiding om te oordelen dat de grens van het toelaatbare is overschreden.” Arnhemse folder: in strijd met de goede smaak? Of de in het begin van dit artikel afgedrukte folder in strijd met de goede smaak/nodeloos kwetsend wordt geacht, zullen we wellicht nog gaan zien. In de folder wordt niet (letterlijk) een vergelijking gemaakt met de holocaust – wat volgens de lijn van uitspraken van de RCC tot een toewijzing van een klacht zou kunnen lijden. Het is desalniettemin goed voor te stellen dat de folder associaties oproept met de holocaust. Zo wordt in de folder gesproken van het “binnenvallen van huizen”, wat doet denken aan de situatie tijdens de bezetting, waarin Joden door de politie uit hun huizen werden gehaald om gedeporteerd te worden. Als de folder als een ‘simpele’ vergelijking tussen ‘de coronamaatregelen’ en ‘de maatregelen tijdens de bezetting’ kan worden gezien - zoals volgens de RCC het geval was bij de 5 mei-poster van FvD - dan bestaat de kans dat de folder toelaatbaar zal worden bevonden. Mijn verwachting is toch dat de vergelijking in de Arnhemse folder niet door de beugel zal kunnen. Naast dat de tekst associaties kan oproepen met de Jodenvervolging, zullen daarbij waarschijnlijk de twee foto’s in de folder een grote rol spelen. Deze beelden zijn nu eenmaal zeer indringend. Vergelijkingen van de coronamaatregelen met de Jodenvervolging kunnen zowel bij de rechter als bij de RCC in principe niet door de beugel. Dat lijkt mij terecht. Ons kantoor heeft ruime ervaring met onrechtmatige publicatie-zaken. Mocht u hiermee te maken hebben, dan helpen wij u graag. Tekst:   Nicola Ebbink (met medewerking van Margriet Koedooder) De Vos & Partners Advocaten Hét kantoor voor de culturele & creatieve sectoren en de digitale economie.

Lees meer



Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage