adobestock_62385222

Geheime videosurveillance binnen de arbeidsrelatie

Mag je als werkgever heimelijk camera’s ophangen op de werkplek?

Onlangs heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een uitspraak gedaan die belangwekkend is voor de vraag of het toepassen van geheime videosurveillance binnen de arbeidsrelatie mogelijk is.

De feiten en omstandigheden

De uitspraak betrof een Zwitserse zaak waarbij twijfel bestond omtrent de arbeidsongeschiktheid van een persoon. De verzekeringsmaatschappij had vervolgens een geheime videosurveillance uitgevoerd waaruit bleek dat het wel mee viel met de arbeidsongeschiktheid van de persoon in kwestie. De persoon voerde bij het Europees Hof aan dat de geheime videosurveillance in strijd was met artikel 8 EVRM (inbreuk op de privacy). Het Hof oordeelde in dit geval dat inderdaad sprake was van een inbreuk op de privacy, zodat sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs. Echter het Hof oordeelde tevens dat het onrechtmatig verkregen bewijs geen inbreuk maakte op artikel 6 EVRM (eerlijk proces) omdat het uiteindelijke oordeel van het Zwitserse Hof niet uitsluitend was gebaseerd op de onrechtmatig verkregen videobeelden.

Geheime videosurveillance binnen de arbeidsrelatie

De uitspraak is van belang voor de vraag of een werkgever gebruik mag maken van heimelijk opgenomen videobeelden. Artikel 8 lid 2 EVRM geeft aan onder welke voorwaarden inbreuk gemaakt mag worden op de privacy van (in dit geval) de werknemer.

Deze voorwaarden zijn:

  • Er moet een wettelijke grondslag zijn;
  • Er moet sprake zijn van legitiem doel;
  • Er moet voldaan worden aan de noodzakelijkheid en proportionaliteit.

In het Nederlandse arbeidsrecht is niets geregeld omtrent het gebruik maken van geheime videobeelden. In de rechtspraak is dit probleem opgelost door het goed werkgever- en werknemerschap ex artikel 7:611 BW. Op grond van de bovenstaande uitspraak lijkt een beroep op artikel 7:611 BW niet meer voldoende te zijn om te gelden als wettelijke grondslag. Reden is gelegen in het feit dat deze grondslag te vaag is omdat niet duidelijk is onder welke voorwaarden en hoe lang een geheime videosurveillance kan plaatsvinden, noch is er iets geregeld over het opslaan van de gegeven en de toegang daartoe. Een interne regeling binnen de organisatie van de werkgever over geheime videosurveillance zou wel als een wettelijke grondslag kunnen worden gebruikt indien de interne regeling voldoende concreet is. Het is dan ook van belang om in de huisregels hier een uitgebreide regeling over op te nemen. Indien er geen interne regeling aanwezig is dan is de kans groot dat geheime videobeelden in strijd met de privacy zullen zijn en derhalve als onrechtmatig verkregen bewijs zullen gelden. Echter uit de rechtspraak blijkt vervolgens dat onrechtmatig verkregen bewijs vrijwel nooit wordt uitgesloten in het arbeidsrecht. Dit vanwege het feit dat de arbeidsrelatie is gebaseerd op een vertrouwensrelatie. Indien de rechter het onrechtmatig verkregen bewijs niet zou toelaten in bijvoorbeeld een ontbindingsprocedure dan zal dat tot consequentie hebben dat de arbeidsovereenkomst niet kan worden ontbonden en dat partijen verder met elkaar moeten. Dit is niet gewenst. Indien sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, welke wordt gebruikt in een procedure, zal mogelijk wel kunnen leiden tot de toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer. Dit laatste is natuurlijk moeilijk verteerbaar voor een werkgever indien uit de onrechtmatige videosurveillance zou blijken dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. De werkgever rest dan weinig anders dat de Nederlandse staat bij het Europees Hof aansprakelijk stellen omdat zij niet heeft voldaan aan haar verplichting om zorg te dragen voor wetgeving in deze die voortvloeit uit artikel 8 lid 2 EVRM.

  • Martijn Zaal
    Martijn ZaalAdvocaat

    t: +31 (0)20 2060762
    m: +31 (0)6 12999656

    Werkt voor: werkgevers, statutair directeuren en werknemers.

    Opleiding: Universiteit van Amsterdam, Nederlands recht, Postacademische specialisatie opleiding Grotius Arbeidsrecht.

    Nevenactiviteit: docent IMK Opleidingen te Alphen aan de Rijn.