+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Creatieve industrie

Creatieve industrie

De topsector Creatieve Industrie is een van de snelst groeiende sectoren van de Nederlandse economie. Deze sector is ontstaan tussen de traditionele sectoren van de economie (landbouw, industrie en dienstverlening) en de cultuursector. De creatieve sectoren (zoals design, dance, media en entertainment, mode, gaming en architectuur) zorgen ervoor dat steden aantrekkelijker worden, er meer ondernemingen worden gestart en de werkgelegenheid groeit. Bovendien is de creatieve sector een aanjager van innovatie en levert de creatieve industrie oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. De creatieve industrie is in Nederland traditiegetrouw het sterkst vertegenwoordigd in Amsterdam. Maar cliënten uit opkomende creatieve steden, zoals Eindhoven, Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Tilburg en Rotterdam weten ons inmiddels ook goed te vinden. Wij adviseren en procederen met veel plezier voor particulieren en ondernemingen uit het MKB en de verzameling van sectoren die de Creatieve Industrie wordt genoemd.

CREATIVITEIT IS BELANGRIJK

De huidige maatschappij vraagt om flexibele, creatieve ondernemers en ondernemingen met nieuwe ideeën en vaardigheden. Creatieve ondernemers hebben vaak weinig tijd, capaciteit en financiële middelen beschikbaar voor het doorontwikkelen en uitrollen van hun nieuwe producten en diensten. De Vos & Partners helpt creatieve ondernemingen met het maken van een professionaliseringslag. De creatieve industrie maakt voor de financiering van haar activiteiten of de eigen onderneming vaak gebruik van nieuwe financieringsinstrumenten, zoals crowdfunding, microkredieten of de inschakeling van business angels. Ook zijn er voor de negen Topsectoren fondsen beschikbaar gesteld door de rijksoverheid. De Vos & Partners helpt startups en andere creatieve bedrijven bij de opzet, inrichting en financiering van de onderneming of organisatie.

INTERNATIONAAL

Veel creatieve ondernemers werken internationaal. Zo is Dutch Design een begrip geworden in het buitenland, horen vele Nederlandse DJ’s inmiddels bij de wereldtop en verkopen Nederlandse bedrijven TV-formats aan buitenlandse producenten. De Vos & Partners adviseert bij het opstellen en sluiten van contracten met allerlei buitenlandse partijen. Dat doen wij deels zelf, maar daar waar nodig worden buitenlandse specialisten ingeschakeld via de wereldwijde netwerken waar wij lid van zijn, zoals MI Interact en de IAEL: International Association of Entertainment Lawyers. InterAct is ‘a close collaborative network of specialist global legal firms committed to offering outstanding legal solutions’. De Vos & Partners is mede-initiatiefnemer van dit netwerk.



Recente blog berichten • Creatieve industrie

07-06-2021 - door Joris Lensink

Monopoly vs. Drinkopoly

Volgens de Oxford English and Spanish Dictionary is de definitie van ‘evergreening’: “the action or process of renewing or updating something, especially on an ongoing basis; the action or process of making something permanent or long-lasting”.  Een merk kan nietig worden verklaard als het niet binnen vijf jaar na inschrijving normaal wordt gebruikt voor de waren en diensten waarvoor merk werd geregistreerd. Er zijn echter bedrijven die deze regel omtrent ‘normaal gebruik’ proberen te omzeilen door dezelfde merken opnieuw te registreren, omdat bij een nieuwe registratie steeds weer een nieuwe termijn van vijf jaar gaat lopen. Aldus houdt een merkhouder door deze ‘nieuwe’ registraties zijn registratie in stand, zonder dat het merk wordt gebruikt binnen de vijf jaar die daar voor staat. Deze praktijk noemen we ‘evergreening’. In een arrest van 21 april 2021 (T-663/19 - Hasbro, Inc. tegen EUIPO) heeft het Gerecht van de EU een eerdere beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO bekrachtigd over deze “evergreening”. Deze beslissing is het gevolg van een procedure die in 2011 was aangespannen door de Kroatische onderneming Kreativni Događaji, de producent van het bordspel DRINKOPOLY, in een poging de EU-merkinschrijving van Hasbro voor MONOPOLY ongeldig te laten verklaren op grond van kwade trouw. Het Gerecht is van oordeel dat Hasbro inderdaad te kwader trouw heeft gehandeld door opnieuw een aanvraag in te dienen voor haar merk MONOPOLY voor waren en diensten van de klassen 9, 16, 28 en 41 in de EU, met de enige bedoeling te ontkomen aan de verplichting om het normale gebruik van het merk aan te tonen. Voor het Gerecht speelde mee dat medewerkers van Hasbro tijdens de zittingen hebben verklaard dat Hasbro haar merken steeds opnieuw registreerde om in procedures geen bewijs van gebruik te hoeven aanleveren. Het Gerecht oordeelde dat het handelen van Hasbro in strijd is met de doelstellingen van de EU-Merkenverordening nr. 207/2009. Let wel; het Gerecht heeft niet gezegd dat het opnieuw registreren van merken per definitie een bewijs is van kwade trouw; elk geval zal op zijn (eigen) merites moeten worden beoordeeld. De beslissing van het Gerecht is echter wel een belangrijke slag voor de omstreden praktijk van evergreening. Het is belangrijk voor merkeigenaren om kennis te nemen van deze uitspraak vanwege de impact op kwesties van normaal gebruik en kwade trouw in het EU-merkenrecht. Of u nu zelf nadenkt over de her-inschrijving van een merk, om welke reden dan ook, of dat u geconfronteerd wordt met een partij vermoedelijk het EU-Merkenregistratiesysteem misbruikt, is het belangrijk de kwestie van kwade trouw in overweging te nemen. Ook Hasbro had wellicht een aantal van de problemen in deze procedure kunnen voorkomen door haar goede trouw aan te tonen en bewijs te overleggen van het ‘normaal gebruik’  van haar merken. Onze advocaten van de sectie Intellectueel Eigendom denken in dergelijke gevallen graag met u mee.

Lees meer

28-05-2021 - door Margriet Koedooder

Wat is het verschil tussen een schriftelijke en een elektronische handtekening als het gaat om de overdracht of exclusieve licentie van muziek(uitgave)rechten?

Inleiding Regelmatig heb ik in mijn praktijk te maken met de overdracht van auteursrechten. Ook word ik regelmatig betrokken bij het verlenen van een exclusieve licentie door de ene partij aan de andere partij. De vraag is dan: welke eisen gelden er voor een rechtsgeldige overdracht en voor het rechtsgeldig verstrekken van een exclusieve licentie? Op deze vraag ga ik hieronder wat dieper in. Persoonlijkheidsrechten Auteursrechten en naburige rechten zijn overdraagbaar. Dat blijkt uit de Auteurswet en de Wet Naburige Rechten. Niet alle onderdelen van een auteursrecht zijn overdraagbaar. Zo blijft bij de maker van een werk altijd het persoonlijkheidsrecht om zich te kunnen verzetten tegen verminkingen van zijn of haar werk. Van dit recht kan de maker geen afstand doen. Ook al kom ik in contracten regelmatig tegen dat de maker afstand doet van alle persoonlijkheidsrechten, voor het recht om je te verzetten tegen verminkingen geldt dat niet. De regeling is van dwingend recht en geldt ook voor artiesten, oftewel uitvoerende kunstenaars. Eisen overdracht Wil van een rechtsgeldige overdracht van een auteursrecht of een naburig recht sprake kunnen zijn, dan moet er aan drie eisen worden voldaan: Er moet sprake zijn van een geldige titel, oftewel een onderlinge rechtsverhouding tussen de overdrager en de partij die overgedragen krijgt; De overdrager moet daadwekelijk over de rechten kunnen beschikken en dus zelf écht de eigenaar ervan zijn, in andere woorden: beschikkingsbevoegd zijn; De auteursrechten of naburige rechten moeten daadwerkelijk zijn geleverd. Het verstrekken van een niet-exclusieve licentie oftewel gebruikstoestemming aan een partij, kan nog steeds mondeling. Maar voor de overdracht en de exclusieve licentie vereist de Auteurswet en de Wet Naburige Rechten (WNR) een ‘daartoe bestemde akte’, oftewel een akte, waaruit de levering blijkt. Maar wat is een akte? Een akte is een geschrift, dat is ondertekend door de overdragende partij. De wetgever wil de maker of uitvoerend kunstenaar door het stellen van deze schriftelijkheidseis met name een moment geven om even goed na te denken over de beoogde transactie. Op die manier kunnen te lichtvaardige acties van de maker of artiest worden voorkomen, zo is de gedachte. Sinds de invoering van de Wet Auteurscontractenrecht per 1 juli 2015, is de auteur en de artiest volgens de wetgever een ‘zwakke partij’ die moet worden beschermd tegen de ‘sterke’ exploitanten. Grijs repertoire In de periode voor de uitvinding van de computer, was het voor een ieder wel duidelijk wat een geschrift was. Een ieder begrijpt dat het dan gaat om papier waarop tekst staat en waar – wil sprake zijn van een akte - een handtekening onder staat. Een ondertekend papier is nodig, doordat auteursrechten en naburige rechten heel erg lang meegaan en het ondertekende papier dient tot bewijs van de overdracht of licentie. Zo’n geschrift moet dus gedurende lange tijd raadpleegbaar zijn. In de praktijk gaat dat bij oudere werken wel eens mis. Documenten van meer dan vijftig jaar geleden zijn lang niet altijd gedigitaliseerd opgeslagen zodra dat kon en raken dan wel eens zoek bij een verhuizing, worden vernietigd door een brand of raken om andere redenen kwijt. Het gevolg daarvan is dat – mocht het op enig moment nodig zijn – de rechthebbende zijn ‘titel’ niet meer kan bewijzen. In de muziekindustrie is er best wel veel ‘grijs repertoire’ om deze redenen, oftewel repertoire waarvan het niet (meer) zeker is of betwist kan worden wie de echte rechthebbende is. Elektronisch akte De wetgever heeft dankzij de opkomst van de computer en het internet voorzien in een elektronische variant van de ‘akte’. In artikel 156a Rv staat daarover het volgende: Artikel 156a Lid 1 Onderhandse akten kunnen op een andere wijze dan bij geschrift worden opgemaakt op zodanige wijze dat het degene ten behoeve van wie de akte bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt. Lid 2 Aan een wettelijke verplichting tot het verschaffen van een onderhandse akte kan alleen op een andere wijze dan bij geschrift worden voldaan met uitdrukkelijke instemming van degene aan wie de akte moet worden verschaft. Een instemming ziet, zolang zij niet is herroepen, eveneens op het verschaffen van een gewijzigde onderhandse akte. Het in de eerste zin van dit lid bepaalde lijdt uitzondering indien de akte eveneens is ondertekend door degene aan wie de akte op grond van de wet moet worden verschaft. Deze regeling betekent in de praktijk, dat een door bijvoorbeeld de koper van een auteursrecht op een werk per fax of email ontvangen document, waaruit de instemming van de auteursrechthebbende blijkt met de verkoop, als zo’n elektronische akte kan gelden. Daarnaast is er een wettelijke regeling van de elektronische handtekening (artikel 3:15a BW) en van de overeenkomst die langs elektronische weg tot stand is gekomen (artikel 6:227a BW). Handtekening Maar er dient – wil sprake zijn van een geldige levering - niet alleen sprake te zijn van een ‘geschrift’ maar ook van een handtekening. Vroeger ging het dan dus altijd om een schriftelijke handtekening, maar tegenwoordig bestaan er ook drie soorten elektronische handtekeningen die in de wet zijn geregeld, te weten: De gewone elektronische handtekening; De geavanceerde elektronische handtekening; De gekwalificeerde elektronische handtekening. Aan de gewone elektronische handtekening worden weinig (technische) eisen gesteld, maar de betreffende handtekening moet wel voldoende betrouwbaar zijn. Aan de andere twee soorten handtekeningen worden hogere eisen gesteld. Voor de rechtsgeldige levering van de rechten op een werk of een prestatie van een artiest, kan met een gewone elektronische handtekening worden volstaan als de gebruikte methode ‘voldoende betrouwbaar’ is. Wanneer dat wel en niet het geval is, is voor discussie vatbaar. Vandaar dat veel professionals kiezen voor de ‘geavanceerde elektronische handtekening’. Daarvoor is veel software beschikbaar op de markt. Een veel gebruikt programma voor de elektronische ondertekening van contracten en documenten is bijvoorbeeld Docusign. Praktijk In de dagelijkse muziekpraktijk komt het heel vaak voor, dat overdrachten en licenties plaatsvinden door: Ondertekening door beide partijen van een print van een elektronisch document; Het maken van een scan van die ondertekende print; Het versturen van de scan naar de wederpartij. Of daarmee écht is voldaan aan alle wettelijke eisen staat echter ter discussie. Nu gaat het in heel veel gevallen goed, doordat niemand een beroep doet op de ongeldigheid van de overdracht of exclusieve licentie. Maar een partij zou dat wel kúnnen doen. De straf op een ongeldige levering is dat de wederpartij de nietigheid of de vernietigbaarheid van de transactie kan inroepen. Wordt zo’n beroep terecht gedaan, dan heeft de (ver)nietig(baar)heid) terugwerkende kracht en dat kan enorme gevolgen hebben. Digitale platforms In de dagelijkse praktijk worden ook veelvuldig rechten op muziekwerken min of meer automatisch overgedragen of exclusief in licentie gegeven door middel van het uploaden van de eigen muziek naar een digitaal platform, bijvoorbeeld Beatstars. Hierover heb ik al eens eerder een artikel geschreven. Ik vermoed dat dergelijke transacties naar Nederlands recht vrijwel altijd vernietigbaar zullen blijken te zijn, maar dat kan voor de maker die ondoordacht een werk heeft geupload, welk werk ineens ontzettend populair blijkt te zijn worden, dan vooral een zegen zijn. Dit vanwege de mogelijkheid als maker en artiest om de transactie alsnog te vernietigen vanwege de ongeldigheid van de elektronische handtekening. Een geluk bij een ongeluk, zeg maar. Tekst: Margriet Koedooder De Vos & Partners Advocaten, Amsterdam Hèt advocatenkantoor voor de creatieve industrie  

Lees meer



Werkwijze en Tarieven

Snel, efficiënt en to the point, zo werken we het liefst.

BEKIJK HIER AL ONZE TARIEVEN EN WERKWIJZE

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage