+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Familierecht

Familierecht

Het familierecht heeft betrekking op allerlei ingrijpende gebeurtenissen die zich in uw leven kunnen voordoen. Het gaat hierbij om leuke gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld adoptie of de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, maar ook om zeer verdrietige en ingrijpende gebeurtenissen zoals een echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap.

Onze familierechtadvocaten houden zich onder andere bezig met de volgende onderwerpen:

OPLOSSINGSGERICHT

Doordat de familierechtadvocaten van De Vos en Partners zijn getraind in het herkennen en sturen van emotionele aspecten, kunnen wij uw juridische positie goed in kaart brengen. Een duidelijk advies over uw juridische positie zal u uiteindelijk helpen om weloverwogen keuzes te maken. Ons doel is om voor onze cliënten het beste juridische en financiële resultaat te bereiken waarbij het belang van de kinderen voorop staat.

Er zal altijd worden geprobeerd om in onderling overleg tot een oplossing te komen, maar dat is niet in alle situaties realistisch en haalbaar. Door een geruime ervaring in de rechtszaal van onze familierechtadvocaten, wordt een juridische procedure in deze gevallen niet uit de weggegaan.

VOOR WIE WERKEN ONZE FAMILIERECHTADVOCATEN?

Onze familierechtadvocaten treden op voor zowel particulieren als ondernemers. Dit kunnen zij doen in de rol van advocaat maar ook in de rol van (echtscheidings)mediator.

NATIONAAL EN INTERNIONALE ECHTSCHEIDINGEN

Aan de verbreking van een relatie zijn geregeld internationale aspecten verbonden. Men kan met iemand zijn gehuwd in het buitenland maar zich nadien hebben gevestigd in Nederland. Men kan zich met iemand van een andere nationaliteit en vermogen in het buitenland in Nederland hebben gevestigd. Zo zijn er nog tal van mogelijkheden te noemen.

Onze familierechtadvocaten zijn dan ook gespecialiseerd in het toepassen van deze internationale aspecten, denk hierbij aan de bevoegde rechter en het van toepassing zijnde recht op diverse juridische vraagstukken.

Al uw problemen en vragen in familierecht gerelateerde kwesties kunt u met onze advocaten delen. Op ons kantoor zijn dat: Frederique Mackay-BeinsMandy Roggeveen, Danielle den Hartog en Rick de Boer.



Recente blog berichten • Familierecht

07-05-2021 - door Rick de Boer

De bekende (anonieme) zaaddonor

De rechtbank Gelderland heeft op 24 maart 2021 een onbevredigende uitspraak gedaan over het prijsgeven van de identiteit van een bekende zaaddonor. De moeder en dochter vorderden de verstrekking van de gegevens van de B-donor van het ziekenhuis, waar de donatie heeft plaatsgevonden. Het ziekenhuis wilde de gegevens wel verstrekken, maar stelde zich op het standpunt dat zij daartoe niet is gemachtigd, omdat de donor op enig moment heeft aangegeven anoniem te willen blijven. De rechtbank heeft geoordeeld dat een afweging van de belangen van de dochter enerzijds en de belangen van de donor anderzijds niet kan worden gemaakt, doordat de donor geen partij is in deze procedure en de rechtbank summiere informatie heeft over zijn motieven en belangen. Het ziekenhuis kan dus niet worden verplicht de identiteit van de donor bekend te maken. Categorieën donoren Alvorens in te gaan op de wettelijke bepalingen en inhoud van de uitspraak is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de categorieën B-donoren en A-donoren. B-donoren zijn mannen die bij de zaaddonatie hebben aangegeven voorlopig anoniem te willen blijven voor het donorkind. Het donorkind heeft later wel de mogelijkheid om te kunnen achterhalen wie zijn biologische vader is. Het donorkind kan op 12-jarige leeftijd bij Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) al een aantal basisgegevens van zijn/haar donor opvragen. Wanneer het donorkind de leeftijd van 16 jaar of ouder heeft bereikt, krijgt het donorkind de mogelijkheid om de biologische vader te kunnen ontmoeten. A-donoren zijn mannen die bij de zaaddonatie hebben aangegeven geheel anoniem te willen blijven voor het donorkind. Het donorkind zal dus nooit kunnen achterhalen wie zijn biologische vader is. Sinds de invoering van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) op 1 juni 2004 is het in Nederland verboden om als A-donor te doneren. Het blijkt namelijk dat kinderen psychische schade kunnen lijden onder het feit dat ze hun biologische vader niet kennen. De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting Sinds 1 juni 2004 is de Wdkb in werking getreden, waarbij het uitgangspunt is dat elk kind recht heeft op kennis over zijn afstamming. Dat heeft dus tot gevolg dat het vanaf dat moment niet meer mogelijk is om anoniem (als A-donor) zaad te doneren. De Wdkb voorziet nu in de verplichting om de afstammingsgegevens van de donor in een centraal registratiesysteem te bewaren. Dit systeem wordt beheerd door de SDKB. In dit systeem worden alleen de behandelingen die leiden tot een zwangerschap geregistreerd. Een ander belangrijk onderdeel van de wet is neergelegd in artikel 12 Wdkb, waarbij de donor, die voorafgaande aan de volledige inwerkingtreding heeft gedoneerd, de mogelijkheid wordt gegeven tegenover de SDKB te verklaren dat zijn identiteit niet kan worden vrijgegeven. Dit artikel zou met name van belang moeten zijn voor de A-donoren, aangezien zij bij de donatie reeds hebben aangegeven anoniem te willen blijven. Het opnemen van dit artikel heeft echter ook tot gevolg gehad, dat B-donoren, die eerder hebben aangegeven dat de identiteit op enig moment vrij mag worden gegeven, nu de mogelijkheid hebben gekregen om toch anoniem te blijven. Het effect daarvan is, dat moeders die specifiek hebben willen kiezen voor een B-donor, geconfronteerd kunnen worden met een A-donor. Zo geschiedde ook in de uitspraak die hiernavolgend wordt besproken. De rechtszaak De dochter, het donorkind en eiseres in deze procedure, is in 1998 geboren. De moeder is zwanger geworden door middel van een ivf-behandeling en heeft toentertijd uitdrukkelijk gekozen voor een zaaddonatie van een B-donor. Zij vond het kennelijk belangrijk dat haar kind de identiteit van de biologische vader kon achterhalen. Toen de dochter 16 jaar werd, heeft zij de gegevens van de donor bij het ziekenhuis opgevraagd. Daar kreeg zij nul op het rekest. Zonder dat de dochter of de moeder het wisten, heeft de donor namelijk op enig moment na de donatie – op grond van artikel 12 Wdbk – bij het ziekenhuis verklaard toch anoniem te willen blijven. De dochter en moeder hebben nu gevorderd dat het ziekenhuis alsnog de gegevens van de donor dient te verstrekken en hebben tevens een schadevergoeding gevorderd. Het standpunt van het ziekenhuis is dat zij de gegevens wel wil verstrekken, maar dat zij daartoe niet is gemachtigd, omdat de donor die toestemming niet heeft gegeven. Het ziekenhuis beroept zich dus kortgezegd op overmacht (artikel 6:75 Burgerlijk Wetboek). Het oordeel van de rechtbank is dat niet in geschil is dat de dochter in beginsel recht heeft op de gegevens en dat het ziekenhuis dus is gehouden de verlangde gegevens van de donor aan de dochter te verstrekken. Deze gegevens, zo vervolgt de rechtbank, kunnen echter pas worden verstrekt nádat een afweging heeft plaatsgevonden tussen de belangen van de dochter enerzijds en de belangen van de donor anderzijds. Aan de ene kant heeft de dochter het grondrecht om te weten wie haar ouders zijn en aan de andere kant heeft de donor het grondrecht dat zijn identiteit niet tegen zijn wil wordt prijsgegeven. Doordat de donor geen partij is in deze procedure en de rechtbank summiere informatie heeft over zijn motieven en belangen, oordeelt de rechtbank dat zij de belangenafweging niet kan maken. Daarbij is voor de rechtbank tevens van belang, dat de donor bij een oordeel in zijn nadeel, niet in hoger beroep kan zonder zijn identiteit alsnog prijs te moeten geven. De rechtbank wijst de vorderingen daarom af. De taak van de wetgever De rechtbank concludeert dat deze beslissing een onbevredigende slotsom is, maar dat de grens is bereikt van wat de rechter kan beslissen en dat de wetgever hier aan zet is. De rechtbank overweegt het volgende: “Dat er, naast anonieme donoren en door de moeder zelf aangedragen bekende donoren, ook donoren zijn geweest die enkel bij de KID-instantie bekend waren en die hun aanvankelijke instemming met bekendmaking van hun gegevens naderhand hebben ingetrokken, is door de wetgever onvoldoende onderkend bij de totstandkoming van art. 12 WDKB. Dit terwijl de kinderen die met het zaad van laatstbedoelde donoren zijn verwekt, zoals [de dochter], erop mochten rekenen dat zij de identiteit van hun biologische vader te weten zouden komen en dus door de rechtsgevolgen van het derde lid van deze bepaling bijzonder hard worden getroffen in hun grondrecht te weten van wie zij afstammen. Bovendien is er geen reden te bedenken waarom kinderen die vóór 1 juni 2004 met zaad van een bekende donor zijn verwekt de belangenafweging wordt onthouden, waarin art. 3 lid 2 WDKB voorziet voor kinderen die ná 1 juni 2004 met zaad van een donor zijn verwekt.” Conclusie Het moge duidelijk zijn dat deze uitspraak een onbevredigende uitkomst is voor wellicht vele donorkinderen. Deze uitspraak schept immers een precedent voor toekomstige vergelijkbare kwesties en heeft verstrekkende gevolgen voor kinderen van zaaddonoren, die hadden verwacht de identiteit van hun vader te weten te komen. Naar aanleiding van het rapport van de Tweede evaluatie Wdkb, heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onder meer aangegeven dat de mogelijkheid om van B-donor naar anonieme donor te veranderen, niet past bij de geest van de Wdkb. Afhankelijk van toekomstige rechterlijke uitspraken zou de minister bereid zijn een wetwijziging in gang te zetten. Het laatste woord hierover is dus nog niet gezegd. Wij zullen u op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Heeft u vragen over het donorschap, of overweegt u wellicht zelf zaaddonor te worden, aarzel dan niet en neem vrijblijvend contact op via 020-2060700 of info@devos.nl Een team van ervaren familierechtspecialisten zit voor u klaar om uw vragen te beantwoorden.

Lees meer

20-04-2021 - door Mandy Roggeveen

Het wetsvoorstel ‘dubbele achternaam’

Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, heeft onlangs het nieuwe wetsvoorstel ‘dubbele achternaam’ ter internetconsultatie voorgelegd. Dat houdt in dat mensen hun mening, ideeën en eventuele opmerkingen kenbaar kunnen maken waarna het wetgevingstraject kan worden vervolgd.  Minister Dekker heeft dit wetsvoorstel ingebracht omdat uit een onderzoek in 2020 is gebleken dat 1/3e van de ouders de mogelijkheid zou willen hebben om hun kind een dubbele achternaam te geven. Om een willenkeurig voorbeeld te noemen:   Mevrouw Jansen en de heer Rodríguez García ontmoeten elkaar tijdens hun studie in Uruguay. Ze worden stapelverliefd en gaan zich samen in Nederland vestigen. Na een paar jaar raakt mevrouw Jansen in verwachting van hun eerste kind. In Nederland kan het kind alleen Rodríguez García óf Jansen heten; de achternamen kunnen niet gecombineerd worden.  Als vader en moeder kiezen voor de achternaam van vader, lijkt het voor de vader in dit geval net of zijn eigen kind, zijn broer of zus is, omdat zijn broer en zus ook dezelfde achternaam hebben (namelijk een combinatie van de achternamen van hun ouders). Met dit wetsvoorstel wordt de mogelijkheid gecreëerd om het kind de achternamen: “Jansen”, “Jansen Rodríguez García”, “Rodríquez García Jansen” of “Rodriquez García” te geven. Hiermee wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de wens van de vader uit dit voorbeeld om de achternaam van vader en moeder te combineren. De achternaam van vader wordt in Nederland gezien als één achternaam en kan niet gesplitst worden, ook niet in het wetsvoorstel. De ouders kunnen onder het wetsvoorstel een keuze maken voor een dubbele achternaam, maar zij zijn hiertoe niet verplicht. Als ouders geen keuze maken, krijgt het kind automatisch de achternaam van de vader (of duomoeder) in het geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Bij ongehuwde ouders of niet geregistreerde partners krijgt het kind automatisch de naam van de geboortemoeder. Een en ander conform de huidige Nederlandse wetgeving als ouders geen keuze maken voor een achternaam.  De huidige wetgeving kent overigens de zogenoemde ‘eenheid van naam’, wat betekent dat het tweede kind dat binnen dezelfde relatie geboren wordt, dezelfde naam zal krijgen als het eerste kind. Het is dus niet mogelijk om het eerste kind de naam Jansen te geven en de broer of zus Rodríguez García.   Zoals gezegd, het wetsvoorstel is in consultatie gegaan en de vraag is of deze wetswijziging na het wetgevingstraject en parlementaire behandeling uiteindelijk in werking zal treden.  Wij houden u in ieder geval op de hoogte van de ontwikkelingen!  Team familierecht De Vos en Partners Advocaten   

Lees meer



Werkwijze en Tarieven

Snel, efficiënt en to the point, zo werken we het liefst.

BEKIJK HIER AL ONZE TARIEVEN EN WERKWIJZE

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage