+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Insolventie

Insolventie

Faillissementen zijn van alle tijden. In 1602 wordt de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. In 1800 wordt deze eerste multinational ter wereld door de Staten-Generaal opgeheven. Het financieringsbeleid van de VOC was niet solide gebleken. De Nederlandse belastingbetaler draaide op voor de enorme schuld van de VOC.

In 1656 ging de schilder van ‘de Nachtwacht’ Rembrandt van Rijn failliet. Hij had boven zijn stand geleefd maar maakte met behulp van zijn zoon Titus en zijn vrouw Hendrickje Stoffels ‘een doorstart’ te Amsterdam.

ZWAK MANAGEMENT LEIDT TOT BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID

Waar ging het toen mis en waar gaat het tegenwoordig nog steeds vaak fout met bedrijven die bankroet gaan? De curatoren van De Vos & Partners constateren regelmatig dat zwak management een oorzaak is van een faillissement. Dit kan er onder omstandigheden zelfs toe leiden dat een bestuurder van een gefailleerde onderneming door de curator aansprakelijk wordt gesteld. De curator beschikt over een wettelijk instrumentarium om tot een dergelijke aansprakelijkheidsstelling – vanwege onbehoorlijke taakvervulling  – over te gaan.

PREPACK EN DOORSTART

Een faillissement hoeft niet een definitief einde van een onderneming te betekenen. Al dan niet met behulp van een pre-pack (op basis van de Wet Continuïteit Ondernemingen) kan de ondernemingsactiviteit in afgeslankte vorm en met een ‘schone balans’ worden gecontinueerd. Een prepack is een beproefde manier om te zorgen dat de gezonde onderdelen van een bedrijf niet worden meegezogen in een faillissement. Zij kunnen met een prepack en een doorstart een nieuw leven krijgen. Inmiddels heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat er geen reden is om werknemers de bescherming van de Richtlijn overgang ondernemingen te ontzeggen. De gevolgen van een doorstart zullen wij uitvoerig met u in kaart brengen.

VEEL ERVARING ALS CURATOR

Een bekwame curator is een veelzijdig persoon. Niet alleen juridische kennis maar ook zakelijk inzicht en (snel) beslissen behoort tot zijn takenpakket en talent. De advocaten van De Vos & Partners hebben als curator een groot aantal omvangrijke faillissementen (al dan niet met een doorstart) behandeld, bijvoorbeeld Novaxess (communicatie & IT), Madge (Nasdaq/IT), Better Place Netherlands (innovatie/automotive), Erny van Reijmersdal (mode), Emergo/Denim Air (luchtvaart), Adera (reclame), MC Theater (cultuur) en DA drogisterij groothandel (franchise & retail).

BELANGEN VAN ALLE BETROKKENEN

De in het insolventierecht gespecialiseerde advocaten van De Vos & Partners kennen het belang van banken en andere schuldeisers en het belang van werkgelegenheid in samenhang met een surséance van betaling, faillissement en doorstart.

Door hun kennis en ruime ervaring kunnen de gespecialiseerde advocaten van De Vos & Partners ook cliënten bijstaan die een geschil hebben met een curator, zoals schuldeisers en bestuurders. Het is niet alleen de rechtbank die ons weet te vinden voor een aanstelling tot bewindvoerder of curator in een insolventie.



Recente blog berichten • Insolventie

16-04-2021 - door wieke verberne

Het deponeren van een jaarrekening: onderschat uw verplichtingen niet!

De meeste ondernemingen zijn op grond van de wet verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen. Voor het opstellen van een jaarrekening geldt een maximale termijn van vijf maanden na afloop van het boekjaar. Met goedkeuring van de algemene aandeelhoudersvergadering kan deze termijn met nogmaals vijf maanden worden verlengd. Nadat de jaarrekening door het bestuur is opgesteld en definitief door de aandeelhoudersvergadering is vastgesteld, rust op het bestuur de wettelijke verplichting om de jaarrekening te deponeren. Voor het deponeren van een jaarrekening geldt een termijn van maximaal twaalf maanden na afloop van het betreffende boekjaar. Indien het boekjaar van de onderneming gelijk is aan het kalenderjaar, dan dient het bestuur de jaarrekening dus uiterlijk op 31 december te deponeren. Het vaststellen en deponeren van een jaarrekening is wellicht voor bestuurders van ondergeschikt belang, maar bestuurders zouden deze verplichting niet moeten onderschatten. Indien de vennootschap namelijk in staat van faillissement wordt verklaard en de jaarrekeningen zijn niet of niet tijdig gedeponeerd, dan loopt het bestuur een risico op aansprakelijkheid. Wettelijk bewijsvermoeden In geval van faillissement is iedere bestuurder jegens de boedel aansprakelijk voor het tekort in het faillissement, indien het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Indien het bestuur de deponeringsplicht heeft geschonden, wordt de curator geholpen in zijn bewijspositie tegenover bestuurders van de failliete vennootschap. Bij schending van de deponeringsplicht staat namelijk vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit wordt ook wel het wettelijk bewijsvermoeden genoemd, en vormt een nuttig instrument voor de curator. De bestuurders kunnen namelijk niet meer weerleggen dat er sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling; zij kunnen enkel weerleggen dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Indien de bestuurders er niet in slagen om het bewijsvermoeden te weerleggen, dan leidt dit tot aansprakelijkheid van de bestuurders voor het tekort in het faillissement. Weerleggen van het bewijsvermoeden: hoe werkt dit in de praktijk? Zoals gezegd, kunnen de bestuurders aansprakelijkheid voorkomen, door het wettelijk bewijsvermoeden te weerleggen. Het bestuur zal aldus moeten weerleggen dat de schending van de deponeringsplicht een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het ligt in een dergelijk geval voor de hand om aannemelijk te maken dat andere feiten en omstandigheden het faillissement hebben veroorzaakt. Indien de bestuur erin slaagt om een andere oorzaak van het faillissement aannemelijk te maken, dan volstaat dit in beginsel als een weerlegging van het wettelijk bewijsvermoeden. De bestuurders ontsnappen alsdan aan de aansprakelijkheid jegens de boedel.   Het voorgaande betekent dat het deponeren van een jaarrekening wel degelijk van groot belang is. Mocht u met een dergelijke situatie worden geconfronteerd, dan kunnen de advocaten van de sectie Insolventierecht van De Vos & Partners Advocaten u daar goed mee helpen. Onze advocaten hebben veel ervaring als curator, wat hen in staat stelt om door een bril van de curator naar uw vennootschap te kijken. Zo bent u goed voorbereid op een faillissementsscenario.

Lees meer

09-04-2021 - door Duco van Dongen

Besturen in tijden van Corona: een duivels dilemma?

Het zijn rare tijden. Hoewel we ons bevinden in een globale pandemie, is het aantal uitgesproken faillissementen in de afgelopen maanden uitzonderlijk laag. In februari 2021 werden er bijvoorbeeld 173 faillissementen uitgesproken. In februari 2020, kort voordat de Corona-crisis uitbrak en de economie nog hoogtij vierde, waren dat er meer dan twee keer zoveel: er werden die maand 405 faillissement uitgesproken. De oorzaken van dat lage aantal faillissementen zijn bekend. Gedacht kan worden aan de ruime steunmaatregelen van de overheid, de terughoudendheid van banken met het opzegging van financieringen en de coulance van de Belastingdienst. Er is zelfs een betalingsuitstelregeling opgenomen in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV, op grond waarvan faillissementsverzoeken kunnen worden aangehouden. Dat lijkt allemaal positief, maar een nadelig effect van deze (steun)maatregelen is dat er geen marktwerking meer plaatsvindt. Ondernemingen die normaliter in een hoogconjunctuur failliet zouden gaan, worden nu (kunstmatig) in leven gehouden. In deze blog zal ik ingaan op de risico’s die daarmee gepaard gaan. Moet de stekker eruit? Het besturen van een vennootschap brengt een hoop verplichtingen met zich mee. Het bestuur dient zich bij de uitoefening van zijn taak te richten naar het belang van de vennootschap, maar het bestuur zal ook rekening moeten houden met de belangen van de medewerkers, de schuldeisers en andere stakeholders. Een onderdeel van die verplichting, is dat het bestuur niet te lang doormoddert ten koste van de stakeholders. Mocht er onverhoopt toch een faillissement volgen, dan zal de rechtbank een curator aanstellen. Een curator zal onderzoeken op welk moment het bestuur zich had moeten realiseren dat de vennootschap een (voorzienbaar) liquiditeitsprobleem had en dus rekening had moeten houden met een (mogelijk) faillissement. Dat wordt de peildatum genoemd. Belangrijke voorbeelden van een peildatum zijn de opzegging van de financiering door de bank, het einde van de steunmaatregelen of het wegvallen van een grote klant. Het uitgangspunt is dat er op de peildatum geen perspectief meer bestaat voor de vennootschap, waardoor de activiteiten moeten worden gestaakt. Op dat moment veranderen de rechten en verplichtingen van het bestuur. Het bestuur kan dan niet zomaar meer nieuwe verplichtingen aangaan, en moet goed oppassen met het selectief (wan)betalen van crediteuren. In de praktijk komt het vaak voor dat het bestuur ná de peildatum zijn eigen (achterstallige) management fee nog snel betaalt, of bijvoorbeeld een rekening-courant schuld aan zijn eigen holding aflost. Dat kan onrechtmatig zijn. Welke vragen moet het bestuur stellen? Het beoordelen van de perspectieven van de onderneming moet periodiek gebeuren, bij voorkeur onderbouwd met een liquiditeitsprognose. Met een onderbouwde liquiditeitsprognose kan er achteraf aan een curator worden uitgelegd waarom de activiteiten op dat moment niet zijn gestaakt. Het is overigens niet ondenkbaar dat een ondernemer de activiteiten voortzet, terwijl er een operationeel verlies wordt geleden. Wel is het in dat soort scenario’s van belang om inzichtelijk te hebben wie dat operationele verlies draagt. Indien de aandeelhouder of de bank (in overleg) voor de verliesfinanciering zorgt, is het voortzetten van de activiteiten in beginsel niet onrechtmatig. Dat kan anders zijn, wanneer de (handels)crediteuren het verlies dragen. Handelscrediteuren zijn zich vaak niet bewust van mogelijke liquiditeitstekorten en mogen daarvan niet de dupe worden. Het bestuur zou zichzelf periodiek de navolgende vragen moeten stellen: Zijn er nog (voldoende) perspectieven om de activiteiten voort te zetten? Zo ja, blijken die perspectieven uit een liquiditeitsprognose of businessplan? Heb ik de toekomstige scenario’s c.q. variabelen die daarop van grote invloed kunnen zijn voldoende in kaart? Geeft die liquiditeitsprognose voldoende comfort voor het aangaan van nieuwe verplichtingen? Wie draagt het eventuele toekomstige (operationele) verlies? Zijn die crediteuren/stakeholders daarvan op de hoogte? Ben ik nog vrij in het bepalen welke crediteuren er worden betaald, of moet ik de wettelijke rangorde in acht nemen? De advocaten van De Vos & Partners kunnen u helpen bij het beantwoorden van deze vragen. Ook kunnen zij een quick scan maken van de risico’s die u als bestuurder loopt in een eventueel faillissement. De advocaten van De Vos & Partners hebben veel ervaring als curator, wat hen in staat stelt om door een bril van de curator naar uw vennootschap te kijken. Zo bent u goed voorbereid op een faillissementsscenario.  

Lees meer



Werkwijze en Tarieven

Snel, efficiënt en to the point, zo werken we het liefst.

BEKIJK HIER AL ONZE TARIEVEN EN WERKWIJZE

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage