+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Aanvullende financiering onder de WHOA

Aanvullende financiering onder de WHOA

In deze lastige Corona tijden moeten veel ondernemingen de bakens verzetten. Zij zoeken in dat kader vaak aanvullende financiering om het hoofd boven water te kunnen houden en de onderneming going concern te kunnen herstructureren. Als een onderneming al in staat is nieuwe financiering te vinden, doet zich vaak het probleem voor dat een dergelijke financiering in de regel niet wordt verstrekt als daar geen (nieuwe) zekerheden tegenover staan.

Juist in die situatie ligt het risico van paulianeus handelen op de loer, mede omdat veelal een faillissement is te voorzien. En als vervolgens blijkt dat een faillissement daadwerkelijk niet is te voorkomen, dan zal een curator met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid overwegen de verstrekte zekerheden te vernietigen met een beroep op de faillissementspauliana (artikel 42 Faillissementswet).

De op 1 januari 2021 in werking getreden Wet Homologatie Onderhands Akkoord (hierna: de “WHOA”) voorziet in de mogelijkheid om dit risico, met machtiging van de rechter, weg te nemen. Het nieuwe artikel 42a van de Faillissementswet bepaalt dat een rechtshandeling die is verricht nadat de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een startverklaring heeft gedeponeerd niet met een beroep op artikel 42 van de Faillissementswet kan worden vernietigd, als de rechter op verzoek van de schuldenaar voor die rechtshandeling een machtiging heeft afgegeven. Het verzoek wordt gehonoreerd als het verrichten van de rechtshandeling noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van een akkoord te kunnen blijven voortzetten en op het moment dat de machtiging wordt verstrekt redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers bij de rechtshandeling gediend zijn, terwijl geen van de individuele schuldeisers daardoor wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad.

Op basis van deze nieuwe bepaling kan een onderneming de rechter verzoeken een machtiging af te geven, op grond waarvan een financiering in het kader van de herstructurering van de onderneming onder de WHOA en de daarvoor verstrekte nieuwe zekerheden niet kunnen worden vernietigd op grond van de faillissementspauliana.

Wil de rechter een dergelijk verzoek honoreren, dient hij (of zij) vast te stellen dat:

  1. de rechtshandeling noodzakelijk is voor de totstandkoming van een akkoord;
  2. het herstructureringskrediet en de daarbij behorende zekerheid in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers en
  3. geen van de individuele schuldeisers van die rechtshandeling wezenlijk nadeel ondervindt.

Zo heeft de rechtbank Rotterdam begin maart 2021 de Rabobank toegestaan aan een tuindersbedrijf een ‘oogstkrediet’ te verstrekken om het bedrijf voort te kunnen zetten tijdens de voorbereiding van een akkoord onder de WHOA. De rechtbank stelde als voorwaarde dat het krediet wordt gebruikt op de wijze zoals door verzoekster beschreven, te weten ter voorbereiding van de teelt en oogst voor het volgende seizoen en de rechtbank merkte op dat de machtiging alleen ziet op krediet dat wordt verschaft na de deponering van de startverklaring. Met die machtiging had de Rabobank het ‘comfort’ dat zij nodig had en kon het tuindersbedrijf zich zetten aan het voorbereiden van een akkoord onder de WHOA.

Mocht u met een dergelijke situatie worden geconfronteerd, dan kunnen de advocaten van de sectie Insolventierecht van De Vos & Partners Advocaten u daar goed mee helpen.

Geschreven door

Joris Lensink

Partner

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

07-06-2021 - door

Monopoly vs. Drinkopoly

**Volgens de Oxford English and Spanish Dictionary is de def... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage