+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Afgebroken onderhandelingen

Afgebroken onderhandelingen

**Met die woorden onderstreepte John F. Kennedy het belang van onderhandelingen. Hij had advocaat moeten worden. **

Via onderhandelingen probeert men tot overeenstemming te komen. Dat lukt natuurlijk lang niet altijd en de contractsvrijheid brengt mee, dat dat ook niet hoeft; waar je vrij bent overeenkomsten te sluiten, ben je ook vrij om dat niet te doen. Het is echter een (ook/vooral onder buitenlandse partijen bestaand) hardnekkig misverstand te denken, dat er geen gebondenheid kan bestaan zolang er geen handen zijn geschud of handtekeningen zijn gezet en men (dus) altijd ongestraft van de onderhandelingstafel weg mag lopen. Vooral wanneer gedurende de onderhandelingen het vertrouwen is gewekt dat enige overeenkomst wel tot stand zou komen, kan de partij die dat vertrouwen heeft gewekt door de rechter worden gedwongen (in redelijkheid) verder te onderhandelen of zelfs feitelijk al aan afspraken worden gehouden die nog definitief zijn gemaakt. Dat klinkt vergaand en dat is het ook. Niet voor niets legt de Hoge Raad voor deze zogenaamde precontractuele fase een heel strenge maatstaf aan en verlangt hij terughoudendheid van lagere rechters.

Recent werd een dergelijk vertrouwen terecht aangenomen. Het betrof onderhandelingen tussen een universiteit en een huisarts die op het terrein van die universiteit een gezondheidscentrum wilde opzetten. De universiteit stemde daar in beginsel mee in, mits overeenstemming zou worden bereikt over de voorwaarden, waaronder de totstandkoming van een erfpachtovereenkomst. Daarna werden al de nodige voorbereidingen getroffen. De grond werd bouwrijp gemaakt, er werd een bouwvergunning aangevraagd (en verkregen) en een concept erfpachtovereenkomst opgesteld. Een week voordat die overeenkomst zou worden getekend, trok de universiteit de stekker uit het project. Men voelde zich, plat gezegd, ‘genaaid’, omdat de huisarts ook met een andere partij over huisvesting bleek te onderhandelen. Daar bleek echter een goede reden voor te zijn (de huisarts wilde een plan B hebben) en de universiteit had, mede gelet op de hele voorgeschiedenis (men was al zo’n 3 jaar in gesprek), de onderhandelingen niet op deze manier mogen afbreken.

Als eenmaal is vastgesteld dat onderhandelingen niet hadden mogen worden afgebroken, rijst de vraag wat de gevolgen zijn als toch wordt afgebroken. Het korte antwoord is, dat dan doorgaans de portemonnee getrokken moet worden. De ‘afgebrokene’ kan kiezen of hij vergoeding wil van het zogenaamde negatieve of van het positieve contractsbelang.

In het eerste geval (negatief contractsbelang) worden de onderhandelingen als het ware weggedacht; in welke financiële positie zou de afgebrokene hebben verkeerd als überhaupt geen onderhandelingen hadden plaatsgevonden. Dan moet vooral worden gedacht aan kosten die zijn gemaakt (advies, ontwerpkosten, kosten aanvragen vergunningen etc). Ook het laten lopen van andere deals (en de winst die met die deals had kunnen worden gemaakt) kan onder dit negatieve contractsbelang worden gebracht.

Bij het positieve contractsbelang wordt uitgegaan van de situatie dat de onderhandelingen niet zouden zijn afgebroken en zouden hebben geresulteerd in een contract, waarbij vervolgens de winst die met dat contract zou zijn gemaakt, moet worden vergoed. Dit kan natuurlijk tot lastige discussies leiden. Wie zegt immers, dat de onderhandelingen ook echt tot overeenstemming zouden hebben geleid? En welke voordelige gevolgen zou die overeenstemming dan voor de afgebrokene hebben gehad? De rechter heeft hier een grote mate van vrijheid. Hij mag echter niet zo ver gaan, dat hij buiten het partijdebat treedt. Hij mag, simpel gezegd, geen stellingen innemen waarover de partijen in een procedure zich niet hebben uitgelaten. Hier ging het ‘mis’ in de huisartsenzaak. Het Hof in die zaak had namelijk geoordeeld, dat het gezondheidscentrum niet een ‘unieke kans’ was en ook op een ander terrein dan dat van de universiteit had kunnen worden opgezet. Er zou dan wel tijd verloren zijn en die moest worden vergoed, maar het ging het Hof te ver om de volledige looptijd van de (niet tot stand gekomen) erfpachtovereenkomst (30 jaar!) als uitgangspunt te nemen. Dat argument was echter in de procedure niet aangevoerd.

Toch maar bang zijn om te onderhandelen dus? Nee natuurlijk. Maar zorg dat je niet het vertrouwen wekt dat er ook een overeenkomst tot stand zal komen. Dat kan door steeds duidelijke voorbehouden te maken. Als langdurige onderhandelingen worden verwacht en het belang voldoende groot is, kan bovendien worden gekozen voor een zogenaamde intentieverklaring, ook wel letter of intent genoemd. In feite spreek je dan de voorwaarden af waaronder je onderhandelt. En mocht er toch vertrouwen zijn gewekt, is het zaak die stellingen in te nemen en te onderbouwen die de rechter de handvatten geeft om in elk geval de schade enigszins beperkt te houden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3632

Dennis van Beem

De Vos & Partners Advocaten N.V.

Geschreven door

Dennis van Beem

Partner

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

15-02-2019 - door

Doorstart in faillissement B.V. Hotel Operational Services

Ons kantoor is trots dat in het faillissement van B.V. Hotel... Lees meer

04-02-2019 - door

Els Doornhein bij Kassa in de tv uitzending over de klachttermijn voor consumenten

In de tv uitzending van Kassa d.d. 2 februari 2019 kwam Els ... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3