+31 (0)20 2060700info@devos.nl
CZ ook in bodemprocedure teruggefloten bij eigen uitleg ZGC

CZ ook in bodemprocedure teruggefloten bij eigen uitleg ZGC

CZ ook in bodemprocedure teruggefloten bij eigen uitleg ZGC

In het verleden zijn meerdere procedures gevoerd tussen zorgaanbieders enerzijds en zorgkantoren en zorgverzekeraars anderzijds over het door zorgkantoren en zorgverzekeraars gevoerde inkoopbeleid en de daarbij door hen gestelde eisen en wijze van selectie. Meer specifiek doelen wij dan op de door zorgkantoren en zorgverzekeraars aan zorgaanbieders gestelde eisen zoals neergelegd in zorginkoopdocumenten. Tendens in deze gerechtelijk uitspraken was dat aan zorgkantoren en zorgaanbieders een grote mate van vrijheid werd toegekend met betrekking tot de door hen gestelde eisen aan zorgaanbieders en dan met name eisen over het aantoonbaar invoeren van de Zorgbrede Governance Code (ZGC), en de wijze van selecteren. Aan deze tendens is thans een einde gekomen.

In dit geval ging het om een zorgaanbieder uit de regio Haaglanden, genaamd HVP. HVP schreef zich jaarlijks in bij CZ Zorgkantoor om in aanmerking te komen voor een AWBZ-overeenkomst. Haar inschrijvingen werden ieder jaar door CZ Zorgkantoor gehonoreerd. In 2014 ging het echter – met betrekking tot de inschrijving voor jaar 2015 – mis. Als gevolg van het per 1 januari 2015 verdwijnen van de AWBZ, diende HVP zich voor het jaar 2015 bij zowel CZ Zorgkantoor als CZ  Zorgverzekeraar (gezamenlijk CZ) in te schrijven om in aanmerking te komen voor een overeenkomst op basis van de Wet Langdurige Zorg (Wlz), respectievelijk een overeenkomst wijkverpleging op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw). CZ heeft de inschrijvingen van HVP geweigerd op (onder andere) de grond dat HVP niet aantoonbaar de Zorgbrede Governance Code had ingevoerd. Deze eis was door CZ neergelegd in de door haar opgestelde zorginkoopdocumenten. Om precies te zijn stelde CZ dat HVP artikel 4.2 lid 9 ZGC niet in haar statuten had verwerkt omdat in de statuten van HVP alleen de ontslaggronden voor de leden van de Raad van Toezicht waren vermeld, en niet de schorsingsgronden.

HVP kon zich niet verenigen met de afwijzingen van CZ en heeft daarom een kort geding opgestart. In eerste aanleg werd CZ in dit geding door de voorzieningenrechter in het gelijk gesteld maar in hoger beroep oordeelde het Hof ’s-Hertogenbosch op 7 april 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:1278) anders.  Het Hof oordeelde dat artikel 4.2 lid 9 ZGC het ter discretie aan de zorgaanbieder laat of zij in haar statuten naast een regeling voor ontslag ook een regeling voor schorsing opneemt en laat in het artikel de zorgaanbieder de ruimte om daarin op te nemen welke eventuele procedures daarbij worden gevolgd. Voorts – zo overwoog het Hof – volgt uit artikel 4.2 lid 9 ZGC niet klip en klaar dat in statuten separaat zowel de gronden voor ontslag van leden van de Raad van Toezicht als de gronden voor schorsing van leden van de Raad van Toezicht moeten zijn opgenomen. Het Hof concludeerde dat CZ HVP ten onrechte niet in aanmerking had laten komen voor de overeenkomsten waarvoor HVP zich had ingeschreven.

CZ heeft vervolgens een bodemprocedure tegen HVP bij de Rechtbank Den Haag aangespannen in welke zaak de rechtbank op 6 juli 2016 vonnis heeft gewezen. De Rechtbank heeft in die zaak als volgt geoordeeld.

In artikel 4.2 lid 9 ZGC is volgens CZ bepaald dat, zodra een zorgaanbieder blijkens haar statuten  voor de mogelijkheid van zowel schorsing als ontslag van een lid van de Raad van Toezicht kiest, de gronden voor zowel schorsing als voor ontslag in die statuten moeten worden opgenomen. De Rechtbank is van oordeel dat CZ zich niet met succes op artikel 4.2 lid 9 van de ZGC kan beroepen reeds omdat de verplichting die CZ daarin leest, voor een zorgaanbieder en dus ook HVP onvoldoende duidelijk tot uitdrukking is gebracht. De Rechtbank overwoog daartoe het volgende.

Artikel 4.2 lid 9 ZGC luidt:

Statutair is vastgelegd op welke gronden de Raad van Toezicht respectievelijk de Algemene Vergadering een lid van de Raad van Toezicht kan schorsen of ontslaan, welke meerderheid van stemmen hiertoe vereist is en welke eventueel daarbij te hanteren procedures worden gevolgd.

De ZGC dient ertoe “een richtinggevend normenkader” te geven voor goed bestuur en goed toezicht binnen de brancheorganisaties in de zorg, waartoe ook zorgaanbieders behoren. Artikel 4.2 lid 9 ZGC maakt onderdeel uit van de paragraaf in de ZGC over de Raad van Toezicht, in welke paragraaf de taak en de werkwijze van de Raad van Toezicht is beschreven, en tevens bepalingen zijn opgenomen ter zake van “benoeming, ontslag, samenstelling en deskundigheid” van de Raad van Toezicht. De rechtbank constateerde dat artikel 4.2 lid 9 in de algemene toelichting op de ZGC niet nader is uitgewerkt. In de door CZ zelf verstrekte “Toelichting bij de geschiktheidseis Zorgbrede Governancecode” die onderdeel uitmaakt van het Zorginkoopdocument AWBZ, wordt wel aandacht besteed aan artikel 4.2 lid 9 ZGC.  Behalve een algemene paragraaf over het belang van de positie van de Raad van Toezicht en de onafhankelijkheid van de leden van de Raad van Toezicht, is in genoemde toelichting een paragraaf opgenomen die is toegesneden op het ontslag van leden van de Raad van Toezicht.

De Rechtbank stelt vervolgens vast dat aan de schorsing van leden van de Raad van Toezicht niet afzonderlijk aandacht is besteed. Uit de tekst van de ZGC in combinatie met de toelichting daarop van CZ heeft HVP dan ook niet zonder meer hoeven te begrijpen dat, indien zij de ontslaggronden in de statuten opneemt, zoals zij heeft gedaan, ook de schorsingsgronden in de statuten separaat vermelding behoeven. Juist omdat CZ dermate verregaande consequenties – te weten uitsluiting van overeenkomst – verbindt aan de niet-naleving van de door CZ gestelde eisen dienen die eisen voor een zorgaanbieder volkomen helder, oftewel, in termen van het Hof ‘s-Hertogenbosch van 7 april 2015 “klip en klaar” te zijn.

Voorts acht de Rechtbank nog van belang dat HVP onbetwist heeft aangevoerd en aangetoond dat niet alleen een tiental zorgaanbieders, wiens statuten zij eigenhandig heeft bekeken, aan artikel 4.2 lid 9 ZGC niet de uitleg had gegeven die CZ voorstaat, maar dat CZ er naar aanleiding van het arrest in kort geding van het hof ’s-Hertogenbosch van 7 april 2015 toe is overgegaan alle zorgaanbieders aan te schrijven en toelichting te verschaffen op de wijze waarop CZ artikel 4.2 lid 9 ZGC leest. Kennelijk hebben derhalve ook andere zorgaanbieders de bepaling niet aldus begrepen dat ingeval van vermelding van ontslag en schorsing zowel de ontslag- als de schorsingsgronden separaat vermelding behoefden. De Rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat CZ zich niet met succes op schending van artikel 4.2 lid 9 ZGC kan beroepen en oordeelt dat CZ HVP ten onrechte niet in aanmerking heeft laten komen voor de overeenkomsten waarvoor HVP zich had ingeschreven.

Conclusie

Genoemde uitspraak van het Hof ‘s-Hertogenbosch van 7 april 2015 en de bevestiging daarvan door de Rechtbank Den Haag in het vonnis in de bodemprocedure van 6 juli 2016, luiden het einde in van een tijdperk voor CZ. Een tijdperk waarin CZ haar eigen interpretatie aan de ZGC kon geven en op basis daarvan zorgaanbieders niet in aanmerking kon laten komen voor een overeenkomst, of – hetgeen bij HVP ook is gebeurd – een lopende overeenkomst te beëindigen. CZ was bekend met het feit dat nagenoeg geen enkele zorgaanbieder in haar statuten de gronden voor schorsing van de leden van de Raad van Toezicht had opgenomen maar zij koos zelfstandig en met een grote mate van willekeur (CZ noemde dat steekproefsgewijze controle) onder de inschrijvende zorgaanbieders de kandidaten waarmee zij het contract ter discussie wilde stellen en niet wenste voort te zetten. Deze werkwijze van CZ is door de jurisprudentie jarenlang in stand gehouden maar daar is nu volkomen terecht een einde aan gekomen. Het is een ernstige zaak dat CZ door haar acties oprechte en integere zorgaanbieders ten gronde probeerde te richten. En dat met geld van de premiebetalers die zorg nodig hebben ten laste van de zorgaanbieders die hun cliënten zo graag de benodigde zorg willen bieden.

Ondergetekenden hebben HVP bijgestaan in de procedures jegens CZ. Voor vragen kunt u contact met ons opnemen.

Liza Sol: lsol@devos.nl

Carel Abeln: cabeln@devos.nl

Geschreven door

Carel Abeln

Partner

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

15-02-2019 - door

Doorstart in faillissement B.V. Hotel Operational Services

Ons kantoor is trots dat in het faillissement van B.V. Hotel... Lees meer

04-02-2019 - door

Els Doornhein bij Kassa in de tv uitzending over de klachttermijn voor consumenten

In de tv uitzending van Kassa d.d. 2 februari 2019 kwam Els ... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3