+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Geen aansprakelijkheid medebezitter dier

Geen aansprakelijkheid medebezitter dier

Is een (mede)bezitter van een dier risicoaansprakelijk jegens een andere medebezitter bij (letsel)schade veroorzaakt door dat dier?

Nee, zo volgt uit Hoge Raad 29 januari 2016

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:162

Kern

Een medebezitter van een dier is niet aansprakelijk voor aan een andere medebezitter door dat dier toegebrachte schade. Hetzelfde geldt voor de bedrijfsmatige medegebruiker van het dier. Géén overeenkomstige toepassing van het ‘Hangmatarrest’ waarin de Hoge Raad over risicoaansprakelijkheid voor gebrekkige opstallen bepaalde dat een bezitter zijn medebezitter aansprakelijk kan houden voor schade als gevolg van een gebrek in de opstal die gezamenlijk eigendom is.

Wat was de casus die leidde tot de uitspraak van 29 januari 2016?

Een echtpaar exploiteert al jaren samen een manege, in de vorm van een vennootschap onder firma. De man geeft onder andere paardrijlessen aan volwassenen en de vrouw verzorgt de paardrijlessen van de kinderen. Op enig moment, toen de vrouw aan het lesgeven was, vertoonde één van de lespaarden een schrikreactie en sloeg op hol waarbij het paard de vrouw omver liep. Hierbij liep de vrouw letsel op waardoor zij beperkt is geraakt in de uitoefening van haar werk. Zij houdt haar echtgenoot als mede-eigenaar van het lespaard aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW (risicoaansprakelijkheid bezitter dier) alsmede op basis van artikel 6:181 BW (aansprakelijkheid bedrijfsmatige gebruiker). Bij de rechtbank Noord-Holland vordert zij vervolgens van zowel haar man als van de aansprakelijkheidsverzekeraar van hun VOF vergoeding van haar schade, onder meer onder verwijzing naar het ‘Hangmatarrest’.

Hangmatarrest?

In dit arrest ging het om het volgende. Een dame lag in een hangmat die bevestigd was aan een pilaar van haar woning. De woning had zij samen met haar partner in eigendom. De pilaar brak af waardoor de dame viel en ernstig letsel opliep. Zij hield haar partner ex artikel 6:174 BW (risicoaansprakelijkheid voor opstallen) als medebezitter van de opstal (deels) aansprakelijk voor haar schade. De Hoge Raad gaf haar gelijk en oordeelde dat medebezitters van een opstal inderdaad jegens andere medebezitters aansprakelijk kunnen zijn.

De vrouw in de manegezaak stelde dat het Hangmatarrest ook in haar zaak van toepassing was, waardoor haar echtgenoot (deels) aansprakelijk zou zijn.

Hangmatarrest is niet van toepassing bij risicoaansprakelijkheid voor dieren

Naar aanleiding van de manegecasus heeft de Hoge Raad (na prejudiciële vragen van de rechtbank Noord-Holland) op 29 januari 2016 geoordeeld dat de regel zoals die uit het Hangmatarrest volgt voor opstallen, niet geldt bij de risicoaansprakelijkheid voor dieren. Medebezitters van dieren, zoals in de manegecasus het echtpaar dat gezamenlijk eigenaar was van het paard en de manege bovendien ook samen exploiteerde, maar dus ook bijvoorbeeld stellen die gezamenlijk een hond of ander huisdier hebben, kunnen elkaar bij door het dier veroorzaakt letsel niet aansprakelijk houden, zoals medebezitters van een opstal dat wel kunnen bij schade als gevolg van gebrek in die opstal. Dit is een wezenlijk verschil tussen de risicoaansprakelijkheid voor opstallen enerzijds en de risicoaansprakelijkheid voor dieren anderzijds. Overigens, ook de bedrijfsmatige medegebruiker van een dier kan de andere bedrijfsmatige medegebruiker van dat dier niet aansprakelijk houden, zo heeft de Hoge Raad in de manegezaak bepaald.

Verschil medebezitter: opstallen (artikel 6:174 BW) versus dieren (artikel 6:179 BW)

De Hoge Raad maakt dit onderscheid onder meer omdat hij vindt dat bij opstallen op de benadeelden niet het risico mag worden afgewenteld dat niet kan worden vastgesteld wie uiteindelijk een verwijt kan worden gemaakt van het gebrek in de opstal, waar in potentie ook grote gevolgen van vooral persoonsschade een rol spelen, terwijl een verborgen gebrek in een opstal voor een mogelijk slachtoffer niet bekend zal zijn. Het is maatschappelijk gewenst dat het slachtoffer dat medebezitter van de opstal is, de andere medebezitter en daarmee vaak diens aansprakelijkheidsverzekeraar kan aanspreken voor een deel van de schade, aldus de Hoge Raad.

Grondslag van de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:179 BW voor dieren is dat de bezitter het dier houdt, meestal om economisch nut of vanwege eigen genoegen. Hij schept daarmee voor derden gevaar, in verband met de onberekenbare krachten die de eigen energie van het dier als levend wezen oplevert, zo vervolgt de Hoge Raad. Deze grondslag is dus anders dan die van artikel 6:174 BW. Waar de kwalitatieve aansprakelijkheid bij opstallen berust op een risicoverdeling ter bescherming van de benadeelde, rust de kwalitatieve aansprakelijkheid bij dieren vooral op de omstandigheid dat de bezitter tegenover anderen een risico in het leven roept. De door een dier benadeelde medebezitter is volgens de Hoge Raad zelf mede verantwoordelijk voor het scheppen of handhaven van het risico dat een levend dier schade kan toebrengen. De medebezitter heeft ook voor zichzelf een gevaar in het leven geroepen waarvan hij wordt geacht zich bewust te zijn. Hierdoor ligt het niet voor de hand de medebezitter van het dier te beschermen. Ook vanuit verzekeringsoogpunt is er minder aanleiding om de medebezitter van het dier bescherming te geven. Omdat hij immers wordt geacht bekend te zijn met de mogelijkheid dat hij schade lijdt door de onvoorspelbaarheid van het dier, kan daardoor van hem, eerder dan van de medebezitter van een gebouw, worden verwacht dat hij zich verzekert, bijvoorbeeld door een ongevallenverzekering, aldus de Hoge Raad.

Dezelfde argumenten gelden in het geval de benadeelde een bedrijfsmatige medegebruiker is (artikel 6:181 BW). Om die redenen kan daarom ook géén aansprakelijkheid worden aangenomen jegens personen die de hoedanigheid hebben van bedrijfsmatige medegebruiker van het dier.

**

Conclusie**

Artikel 6:179 BW vestigt geen aansprakelijkheid jegens personen die de hoedanigheid hebben van medebezitter van een dier. Ook de bedrijfsmatige medegebruiker is niet aansprakelijk.

Voor mede-eigenaren van dieren geldt hiermee – in de privésfeer, en wellicht nog meer voor bedrijfsmatige medegebruikers van dieren – dat het verstandig is, afhankelijk van de eventuele risico’s die met de (huis)dieren gepaard gaan, om een ongevallen- of arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

Leontien Boes, 8 februari 2016

De Vos & Partners Advocaten NV

Geschreven door

Leontien Boes

Advocaat

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

01-04-2019 - door

Nieuwe column Els Doornhein in Vindingrijk: 'Uw gezondheid, andermans goud'.

Nieuwe column van mr. Els Doornhein verschenen in de lente-e... Lees meer

22-02-2019 - door

Artikel Jasper Hulsebosch: Inwerkingtreding Nederlandse Cybersecuritywet

## 1. Inleiding Eind vorig jaar is de ‘Wet Beveiliging Netw... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3