+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Huurbescherming, ontruimingsbescherming of niets? Een artikel van Leontien Boes

Huurbescherming, ontruimingsbescherming of niets? Een artikel van Leontien Boes

Huurbescherming, ontruimingsbescherming of niets?

Leontien Boes</a>, 7 april 2015

Over het algemeen hebben huurders veel rechten en genieten ze vooral ook veel bescherming. Hoe vaak

hoor je niet: “Maar de huurder krijg je toch niet zomaar weg?” Meestal klopt dat, maar het hangt nogal af van wat je precies huurt.


Huurders van woonruimte worden het meest beschermd. Hierdoor is beëindiging van hun overeenkomst doorgaans erg lastig, uitzonderingen daargelaten. Ook huurders van zogenoemde “artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte” (kort gezegd winkels, ambachtsbedrijven en horeca) zitten vaak veilig: zij hebben termijnbescherming (duur huur in beginsel 5 + 5 jaar) en huurbescherming. Zowel bij woonruimte als bij 290-bedrijfsruimte kan de huur slechts op een aantal in de wet genoemde gronden beëindigd worden. De rechter kijkt hier altijd zeer kritisch naar.


Voor overige bedrijfsruimte (artikel 7:230a BW bedrijfsruimte zoals kantoren, fabrieken en bioscopen) geldt een veel soepeler regime. Daar is géén huurbescherming! Onder bepaalde omstandigheden echter kan de huurder na het einde van de overeenkomst aanspraak maken op uitstel van de ontruiming, de zogenoemde “ontruimingsbescherming”. Uitstel is maximaal drie keer één jaar mogelijk. De huurder moet wel tijdig een verzoek daartoe instellen bij de kantonrechter: binnen twee maanden na de dag waartegen de ontruiming werd aangezegd. Laat de huurder van 230a-ruimte die termijn ongebruikt verstrijken, dan zal hij ontruimd kunnen worden.


Gaat het níet om een gebouwde onroerende zaak maar slechts om huur van een bepaald terrein, zoals een buitenparkeerplaats, of ziet de huur bijvoorbeeld op roerende zaken (zoals een auto), dan is in principe geen sprake van huur- of ontruimingsbescherming.


Geen wonder dat bij de wens van de verhuurder om de huur te beëindigen nogal eens discussie ontstaat over de vraag wat precies wordt gehuurd: woonruimte, 290-bedrijfsruimte, 230a-bedrijfsruimte of iets anders. De huurder die niet weg wil zal altijd proberen aan te knopen bij het regime dat hem de meeste bescherming geeft, dus liefst

dat van woon- of bedrijfsruimte. En anders zal hij wel een beroep willen doen op de (minder verstrekkende) ontruimingsbescherming.

Ik kwam onlangs twee uitspraken tegen van de rechtbank Amsterdam waarin de huurder, door een beroep te doen op een “ander regime”, toch probeerde bescherming te krijgen.

6 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1223).

www.rechtspraak.nl</a>: rechtbank Amsterdam 17 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1651).

lboes@devos.nl</a>.

Leontien Boes, 7 april 2015

Deel dit bericht



Laatste nieuws

15-02-2019 - door

Doorstart in faillissement B.V. Hotel Operational Services

Ons kantoor is trots dat in het faillissement van B.V. Hotel... Lees meer

04-02-2019 - door

Els Doornhein bij Kassa in de tv uitzending over de klachttermijn voor consumenten

In de tv uitzending van Kassa d.d. 2 februari 2019 kwam Els ... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3