+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Ingebrekestelling en verzuim in het kader van de aanneemovereenkomst

Ingebrekestelling en verzuim in het kader van de aanneemovereenkomst

Vaak krijg ik in bouwzaken van cliënten te horen dat zij vanwege teleurstellende resultaten niet willen dat de door hen ingeschakelde aannemer nog terugkeert op het werk. Vaak zijn zij, al dan niet terecht, van mening dat de aannemer in kwestie niet in staat is om de naar tevredenheid werkzaamheden te voltooien. Aan de keuze om een aannemer niet toe te laten tot het werk en/of de mogelijkheid te geven tot herstel kunnen echter verstrekkende gevolgen zitten. Vorige week schreef mijn collega Roeland van Gelder in algemene zin over de gevaren van het niet versturen van een ingebrekestelling in het geval van de niet-nakoming van een partij. Lees dat artikel hier.

Vandaag wil ik aan de hand van een arrest van het hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2020:2057) de ingebrekestelling en het verzuim nader toelichten in het kader van de aanneemovereenkomst.

De aanneemovereenkomst

De aanneemovereenkomst kenmerkt zich doordat een aannemer zich verbindt om voor de opdrachtgever tegen betaling iets tot stand te brengen van stoffelijke aard (artikel 7:750 BW). Bij de totstandkoming van dit wetsartikel is door de wetgever overwogen (Kamerstukken II 1992/1993, 23 095) dat ook overeenkomsten tot het wassen of stomen van kleren en het repareren van gebruiksvoorwerpen als aanneemovereenkomst gezien kunnen worden. Eveneens zijn verbouwingen aan te merken als aanneming van werk. Kortom een grote variëteit van overeenkomsten kan als aanneemovereenkomst worden beschouwd. De beoordeling of een overeenkomst kwalificeert als aanneemovereenkomst is relevant omdat in dat geval specifieke regelgeving van toepassing is.

De feiten

In het in de aanhef genoemde arrest van het hof ging het om de realisatie van een aanbouw, die in 2008 aan de opdrachtgever is opgeleverd. In 2013 ging de aanbouw lekken. De lekkage is vervolgens door de aannemer hersteld. In 2015 deden zich weer lekkages voor.  De opdrachtgever heeft toen door een deskundige onderzoek laten uitvoeren naar de oorzaak van de lekkages. De aannemer was bij dit onderzoek aanwezig. De aannemer was het met de bevindingen uit het rapport niet eens, maar hij was wel bereid om herstel uit te voeren op een door hem te bepalen wijze. De opdrachtgever kon zich daar niet mee verenigen en liet de werkzaamheden door een derde uitvoeren. Vervolgens ontbond de opdrachtgever de overeenkomst en vorderde schadevergoeding van de aannemer. De aannemer weigerde te betalen, waarop de opdrachtgever een procedure bij de rechtbank begon.  

Gevaarlijke keuze!

Uit het feitencomplex volgt dat de opdrachtgever ervoor heeft gekozen om de aannemer in 2015 niet meer in de gelegenheid te stellen de ontstane lekkages te herstellen. Een opdrachtgever is op grond van artikelen 7:759 BW en 6:82 BW in beginsel wel verplicht om de aannemer die mogelijkheid te geven. Doet hij dat niet dan kan die keuze de opdrachtgever duur komen te staan. Als namelijk blijkt dat de aannemer niet in verzuim is, dan kan de opdrachtgever de door hem gemaakte kosten niet op de aannemer verhalen. Normaal gesproken is een aannemer pas in verzuim als deze in gebreke is gesteld (schriftelijke aanmaning waarin de partij is verzocht binnen een redelijke termijn de gebreken te verhelpen). Slechts in uitzonderlijke gevallen is verzuim zonder ingebrekestelling mogelijk.  

Van rechtswege in verzuim

In de wet staan in artikel 6:83 BW drie gevallen waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt. Deze opsomming is echter niet limitatief. In sommige gevallen kan onder omstandigheden een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of kan worden aangenomen dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kan blijven. Deze rechtsregel is in 2019 door de Hoge Raad bevestigd in ECLI:HR:2019:1581 (Fraanje/Alukon). Of deze situatie zich voordoet, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het gaat echter altijd om uitzonderingsgevallen. Bij aanneemovereenkomsten kan hiervan bijvoorbeeld sprake zijn als de aannemer (zeer) onbekwaam is.

Zo werd in ECLI:NL:GHSHE:2016:3267 verzuim zonder ingebrekestelling aangenomen bij een tegelzetter. Het hof concludeerde in die zaak dat de tegelzetter “dermate slecht werk heeft afgeleverd dat kan worden gesproken van onkunde aan de zijde van de tegelzetter op het gebied van tegelwerkzaamheden en dat opdrachtgevers hieruit mochten afleiden dat de tegelzetter de gebreken niet deugdelijk zou herstellen en dus tekort zou schieten in de nakoming”. Om die reden kon een ingebrekestelling achterwege blijven. Doorslaggevend was in die zaak dat de opdrachtgevers uitvoerig bewijs hadden geleverd waaruit volgde dat de tegelzetter in kwestie zo ongeveer alles fout had gedaan wat van een tegelzetter verwacht mag worden. Dit in tegenstelling tot de zaak van onze onfortuinlijke opdrachtgever.

Terug naar de casus

In onze zaak deed de opdrachtgever zowel een beroep op de onkunde van de aannemer als op de omstandigheid dat hij de aannemer ook al in 2013 in gebreke had gesteld voor lekkages en daarom niet gehouden was om opnieuw een ingebrekestelling te sturen. Ten aanzien van dat laatste standpunt werd vastgesteld dat de in 2013 gemelde gebreken waren hersteld. Vanwege dat herstel had het op de weg van de opdrachtgever gelegen om de aannemer in 2015 opnieuw in gebreke te stellen. Ten aanzien van de gestelde onkunde achtte het hof de aanwezigheid daarvan niet bewezen. De opdrachtgever had niet kunnen aantonen dat er daadwerkelijk sprake was van ernstige onbekwaamheid. Deze onbekwaamheid volgt naar het oordeel van het hof niet uit de enkele omstandigheid dat in 2013 al herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd. In dit verband wordt nog opgemerkt dat het in beginsel aan de aannemer is om een gebrek naar eigen inzicht te herstellen. De aannemer is dus niet verplicht om een door een deskundige voorgeschreven wijze van herstel uit te voeren. Uit deze casus volgt dat de opdrachtgever niet te lichtvaardig moet omgaan met de gedachte dat de onbekwaamheid van een aannemer is aangetoond. De vorderingen van de opdrachtgever werden afgewezen.

Conclusie

Het arrest van het hof Den Haag geeft eens te meer aan dat de gevolgen van het niet correct uitvoeren van de benodigde processuele stappen groot kunnen zijn. Het is dus raadzaam om voordat u definitieve keuzes maakt deze eerst juridisch te laten toetsen om te voorkomen dat u een recht op schadevergoeding prijsgeeft. Onze advocaten kunnen u daarbij van dienst zijn. Komt u er niet uit met uw aannemer (of opdrachtgever), neem dan vooral contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken.

 

 

Geschreven door

Jim Drenth

Advocaat

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

19-02-2021 - door

Huurkorting vanwege de Corona crises

Ondertussen druppelen de eerste uitspraken binnen die door r... Lees meer

19-02-2021 - door

De Deliveroo kwestie: zijn de bezorgers zzp’ers of werknemers in loondienst?

**Op 16 februari jl. is de langverwachte appèluitspra... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage