+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Mijn kind is verhuisd zonder dat ik het wist, en nu? 

Mijn kind is verhuisd zonder dat ik het wist, en nu? 

Indien ouders die het gezamenlijk gezag uitoefenen, uit elkaar gaan, dan bepalen ze (meestal) in het ouderschapsplan hoe ver partijen uit elkaar mogen gaan wonen. De ouder waar het kind woont, kan niet zomaar verhuizen zonder toestemming van de andere ouder. Indien de ouder wel verhuist zonder toestemming, dan kan de ouder een bevel tot terugverhuizing indienen bij de rechtbank.

Wat nou als de ouders niet gezamenlijk gezag uitoefenen? Kan de ouder waar het kind woont en staat ingeschreven zomaar verhuizen met het kind zonder toestemming van de andere ouder? Afgelopen oktober heeft de Hoge Raad zich uitgelaten hierover. 

Casus

De moeder verhuist in april 2019 naar het buitenland zonder toestemming van de vader. Haar woon- en verblijfplaats was onbekend zowel bij de gemeente als bij de vader. Eerder was er in een kortgedingprocedure een voorlopige omgangsregeling tussen vader en kind vastgesteld. Naast de kortgedingprocedure had de vader een verzoek tot gezamenlijk gezag ingediend. Door de verhuizing van moeder heeft vader bij latere eis een verzoek tot het terug verhuizen ingediend. 

De rechtbank had geoordeeld dat ouders gezamenlijk gezag kregen en moeder terug moest verhuizen. Ze mocht namelijk niet zomaar verhuizen. Door haar verhuizing naar het buitenland, werd de omgangsregeling tussen vader en kind gefrustreerd. De rechtbank had ook nog een definitieve omgangsregeling tussen vader en kind vastgesteld.  De moeder is in hoger beroep gegaan. 

Het Hof overwoog - kort gezegd - dat er geen wettelijke grond was voor de rechtbank om te oordelen dat moeder terug moest verhuizen en vernietigde om die reden dan ook de beschikking van de rechtbank. De vader stelt cassatie in bij de Hoge Raad.

Arrest van de Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde dat het uitgangspunt is dat een ouder en een kind het recht hebben op omgang. Dit recht wordt gewaarborgd in onze nationale wetgeving, maar ook in de Europese wetgeving en Internationale verdragen (waaronder het internationaal verdrag van de rechten van het kind). Volgens de Hoge Raad: “Dit recht op omgang veronderstelt dat de ouder die met het gezag belast is, verplicht is de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen”. De Hoge Raad grijpt in zijn arrest terug naar het arrest van het Hof. Het Hof had wel geoordeeld dat de moeder de op haar rustende verplichting om de band tussen dochter en haar vader op grove wijze veronachtzaamd had door zonder enig bericht te vertrekken, waardoor omgang niet meer mogelijk was geweest. Volgens het Hof geldt dit des te meer, omdat de moeder hiermee in strijd handelde met de door de rechter vastgestelde gestelde omgangsregeling door de rechtbank.

De wetgever heeft als uitgangspunt genomen dat bij gezamenlijk gezag beide ouders gelijkwaardig zijn en dat het wenselijk is dat de zorg- en opvoedingstaken worden gedeeld. Dit betekent niet dat een rechter bij belangrijke beslissingen het belang van de minderjarige niet het zwaarst zou mogen laten wegen. Een verhuizing naar het buitenland kan dus tot de mogelijkheden horen.

Van een conflictsituatie omtrent de gezamenlijke gezagsuitoefening is uiteraard geen sprake op het moment dat maar één van de ouders met het gezag is belast. Immers, de ouder die met het gezag is belast mag de belangrijkste beslissingen nemen voor het kind.  

De Hoge Raad erkent dat alleen bij gezamenlijk gezag een bevel tot terug verhuizing tot de mogelijkheden behoort. De Hoge Raad oordeelt evenwel anders dan het hof en luidt: “Opmerking verdient dat ook bij eenhoofdig gezag een grondslag bestaat om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW). Op grond van art. 8 EVRM is de rechter in zodanig geval gehouden alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te nemen om de met het gezag belaste ouder ertoe te bewegen alsnog medewerking te verlenen aan omgang tussen het kind en de andere ouder. Een verbod aan de met het gezag belaste ouder om te verhuizen, dan wel een bevel aan deze om terug te verhuizen, kan een passende maatregel zijn. Daarbij valt in aanmerking te nemen dat zodanige maatregel minder ingrijpend is dan de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de andere ouder, waarin de wet uitdrukkelijk voorziet (art. 1:251a lid 1 BW en art. 1:253c leden 1 en 3 BW).”

Conclusie

De ouder met het gezag dient de omgang tussen het kind en de andere (niet-gezag) ouder te bevorderen. Deze verplichting brengt met zich mee dat de ouder een afweging moet maken of het verhuizen in het belang is van het kind en of hij/zij daarmee niet de omgang in de weg staat. Indien maar één van de ouders met het gezag is belast, kan die niet zomaar verhuizen zonder toestemming van de ander.

Heeft u vragen over de omgang, gezag of een verzoek tot terug verhuizen, aarzel dan niet en neem vrijblijvend contact op met ons kantoor via 020-2060700 of info@devos.nl. Een team van familierechtadvocaten staat voor u klaar om u te woord te staan.

 

 

 

Geschreven door

Danielle den Hartog

Advocaat

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

24-01-2022 - door

Man verzoekt tot vaststelling vaderschap

Eind 2021 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de vr... Lees meer

21-01-2022 - door

Doorstart na faillissement

Als een bedrijf failliet wordt verklaard, wordt er een curat... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage