+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Overdragen van activiteiten aan nieuwe zustervennootschap en achterlaten leeg zusje: onrechtmatig jegens schuldeisers?

Overdragen van activiteiten aan nieuwe zustervennootschap en achterlaten leeg zusje: onrechtmatig jegens schuldeisers?

Een dochtervennootschap wordt met een forse claim geconfronteerd en, zoals dat dan gaat, worden vervolgens (met of zonder begeleiding?!), de meest creatieve ideeën ontwikkeld om daarvan te worden bevrijd. Het laten doodbloeden van een dochtervennootschap is er zo een. Haar activiteiten binnen de groep worden overgenomen door een nieuw opgerichte zustermaatschappij. De voor het bedrijf benodigde activa (die worden overgedragen aan de holding) worden aan de nieuwe zuster (voor weinig of niets) ter beschikking gesteld. De veroordeelde dochter krijgt geen nieuwe opdrachten meer en na verloop van tijd valt daar niets meer bij haar te verhalen. Mooi toch? En waarom zou dit niet mogen? Maar kan dit zomaar ongestraft plaatsvinden? Dat daar wringt iets. 

In de kwestie die speelde bij het Hof Arnhem-Leeuwarden van 28 mei 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:4587, JOR 2019/157) werd Tieben Bouwbedrijf BV opgericht kort nadat een aannemingsovereenkomst met Bouwbedrijf Tieben BV wegens wanprestatie was ontbonden. Bestaande opdrachten werden weliswaar nog door deze vennootschap uitgevoerd en ook langlopende schulden werden nog afgelost, maar toen na verloop van tijd in de door de opdrachtgever aangespannen procedure de schade definitief was vastgesteld, bood Bouwbedrijf Tieben BV geen enkel verhaal. Een vergelijkbare constructie om onder de betalingsverplichtingen uit te komen werd toegepast in de casus die aan de orde was in het vonnis van de rechtbank Gelderland van 25 juli 2019 (ECLI:NL:RBGEL:2019:4456).

In beide gevallen werd geoordeeld dat dit onaanvaardbaar was. Zonder geldige reden waren de inkomsten van de tot schadevergoeding veroordeelde dochter ten gunste van een nieuwe groepsmaatschappij omgeleid. Er was daarbij geen rekening gehouden met de belangen van de benadeelde wederpartij. Sterker nog: de constructie en de benadeling waren uitdrukkelijk op benadeling van de handelsrelatie gericht.

Zowel de bestuurder/aandeelhouder als diens (in)directe bestuurders trof een persoonlijk ernstig verwijt. Daarvan is niet zomaar sprake. De bestuurders moeten persoonlijk onrechtmatig hebben gehandeld en daaronder vallen niet zomaar ernstige fouten of nalatigheden die een bestuurder kunnen worden verweten. Maar in deze kwestie werden de bestuurders tot hoofdelijke schadevergoeding uit onrechtmatige daad veroordeeld. De indirecte bestuurders werden veroordeeld met toepassing van art. 2:11 BW (waardoor altijd de eindverantwoordelijke natuurlijke persoon/bestuurder aansprakelijk gehouden kan worden).

De nieuwe zustermaatschappijen werden eveneens tot schadevergoeding veroordeeld wegens het onrechtmatig profiteren van de ‘verhanging’ van activiteiten.

Beide uitspraken laten zien dat de bestuurders bij het gebruik maken van alle mogelijkheden om de onderneming in te richten, altijd rekening moeten houden met de gerechtvaardigde belangen van haar schuldeisers/ leveranciers en zich met name moeten afvragen of de door hen gekozen, in beginsel volkomen sluitende constructies, niet een onrechtmatige uitwerking hebben. In beide kwesties heeft de beoordeling van de feiten tot een alleszins begrijpelijke en redelijke uitkomst geleid.

Geschreven door

Carel Abeln

Partner

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

20-09-2021 - door

De rechtsgevolgen van de ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring (september 2021)

*Indien de wederpartij de gerechtvaardigdheid van de ontbind... Lees meer

17-09-2021 - door

Els Doornhein in 'Boos' (Youtube serie van Tim Hofman)

Als een volgens Tim Hofman van YouTube kanaal BOOS "zwaargew... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage