+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Sturgeon-uitspraak bevestigd – door Pim de Vos

Sturgeon-uitspraak bevestigd – door Pim de Vos

Eergisteren (23 oktober 2012) heeft het Europese Hof van Justitie in de zaken Nelson/Lufthansa en TUI Travel e.a./Civil Aviation Authority een lang verwachte uitspraak gedaan. Het in het Sturgeon-arrest (2009) uitgemaakte recht van een passagier in geval van vertraging op vergoeding van € 250,–, € 400,– of € 600,– (al naar gelang de afstand van een vlucht) is bevestigd.

Passagiers van vluchten met drie uur vertraging of meer, mogen niet anders worden behandeld dan passagiers die de dupe worden van instapweigering (bij overboeking) of annulering van de vlucht. Ik kijk daar niet van op, omdat ik dit tegen de heersende opinie in had voorzien in mijn boek Mind Your Step, Reis- en Toerismerecht (2007).

Met mijn collega Frederique Mackay-Beins heb ik diverse zaken in behandeling over dit onderwerp. Veel luchtvaartmaatschappijen hebben enorm de pest in deze uitspraak en zijn tot aan deze uitspraak niet bereid geweest om conform het Sturgeon-arrest de passagiers de vergoedingen uit te keren in geval van vertraging van meer dan drie uur. Zij hebben nu geen andere keuze dan alsnog over te gaan tot betaling van deze compensatie. De uitspraak van het Europese Hof heeft terugwerkende kracht, zoals ik al lang geleden heb betoogd. De airlines zullen eraan moeten geloven.

Hun bezwaar dat de boetes vaak niet in verhouding staan tot de ticketprijs en het nadeel van de passagier gaat niet op, omdat de compensatie door de Europese wetgever niet bedoeld is als schadevergoeding, maar als een boete oftewel een prikkel om airlines aan te sporen om op tijd te vliegen en een einde te maken aan hun beleid om uit commerciële overwegingen vluchten te overboeken.

Luchtvaartmaatschappijen zijn alleen niet verplicht om deze compensatie te betalen wanneer zij kunnen aantonen dat de annulering of de langdurige vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen. Dat zijn omstandigheden waarop de luchtvervoerder geen daadwerkelijk invloed kan uitoefenen, zoals bijvoorbeeld de aswolk, een tsunami bij het vliegveld (PdV).

Het Hof overweegt daarbij dat de vervoerders het recht hebben om van derden die verantwoordelijk zijn voor de problemen, terugbetaling van de compensatie te vorderen. Het Hof vindt het niet onredelijk dat deze lasten in de eerste plaats worden gedragen door de luchtvaartmaatschappijen. De passagiers zijn gebonden aan een vervoerscontract dat hun recht geeft op een vlucht die niet geannuleerd of vertraagd zou mogen zijn. Daarbij zegt het Hof verder dat het belang van de consumentenbescherming waaronder dat van luchtreizigers, de voor sommige ´marktdeelnemers’ –zelfs aanzienlijke- negatieve economische gevolgen kan rechtvaardigen. Het Hof had zich al eerder in die zin uitgelaten in 2010 in een zaak van Vodafone en anderen.

© Pim de Vos

Deel dit bericht



Laatste nieuws

01-04-2019 - door

Nieuwe column Els Doornhein in Vindingrijk: 'Uw gezondheid, andermans goud'.

Nieuwe column van mr. Els Doornhein verschenen in de lente-e... Lees meer

22-02-2019 - door

Artikel Jasper Hulsebosch: Inwerkingtreding Nederlandse Cybersecuritywet

## 1. Inleiding Eind vorig jaar is de ‘Wet Beveiliging Netw... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3