+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Twee jaar arbeidsongeschikt maar nog geen slapend dienstverband

Twee jaar arbeidsongeschikt maar nog geen slapend dienstverband

In november 2019 oordeelde de Hoge Raad in de Xella beschikking dat het getuigt van slecht werkgeverschap als een werkgever een dienstverband slapend houdt om betaling van de transitievergoeding te voorkomen. Een slapend dienstverband is door de Hoge Raad in die uitspraak gedefinieerd als “een dienstverband dat een werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid van een werknemer niet heeft opgezegd, hoewel hij daartoe wel bevoegd is, en waarbij hij de werknemer geen loon meer betaalt”. 

Over het algemeen is een werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid inderdaad bevoegd een arbeidsovereenkomst op te zeggen. De CAO voor het Kartonnage- en Flexibele Verpakkingsbedrijf (hierna: de cao) kent echter een bepaling dat de arbeidsovereenkomst pas kan worden opgezegd na drie jaar arbeidsongeschiktheid. Hoe verhoudt zich dat tot de definitie van een slapend dienstverband uit de Xella beschikking? De kantonrechter Almelo heeft daar onlangs over moeten oordelen (ECLI:NL:RBOVE:2021:1217).

Het betrof een werkneemster die op 2 oktober 2017 arbeidsongeschikt was geworden. Met ingang van 11 oktober 2018 ontving zij een vervroegde IVA-uitkering. De werkneemster verzocht de werkgever in november 2019 (zij was toen twee jaar arbeidsongeschikt) om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen onder toekenning aan haar van een transitievergoeding. De werkgever wees dat verzoek af. Op 24 september 2020 bereikte de werkneemster de AOW-gerechtigde leeftijd en eindigde de arbeidsovereenkomst. De werkneemster stelt dat de werkgever niet heeft gehandeld als goed werkgever door haar verzoek af te wijzen en vorderde een schadevergoeding gelijk aan de hoogte van de transitievergoeding waarop zij recht had gehad als werkgeefster wel op haar voorstel was ingegaan.

De kantonrechter verwijst in het vonnis naar de definitie van een slapend dienstverband uit de Xella-beschikking en oordeelt dat het dienstverband tussen partijen geen slapend dienstverband is. Ten eerste omdat de cao bepaalt dat de werkgeefster de arbeidsovereenkomst pas mocht opzeggen na drie jaar arbeidsongeschiktheid. Het opzegverbod gold voor werkgeefster dus tot drie jaar na 2 oktober 2017. De werkneemster deed haar verzoek in november 2019 en op dat moment was werkgeefster dus (nog) niet bevoegd tot opzegging. Dit is wel vereist om van een slapend dienstverband te kunnen spreken (‘hoewel hij daartoe wel bevoegd is’). Het feit dat in de definitie van de Hoge Raad een termijn van twee jaar wordt genoemd is dus niet bepalend. Waar het om gaat is dat de werkgever bevoegd moet zijn om het dienstverband op te zeggen.

Op basis van de CAO was de werkgever verplicht om in het derde jaar van de arbeidsongeschiktheid van werkneemster haar IVA-uitkering aan te vullen tot 100% van haar loon. Die aanvulling moet beschouwd worden als loon. Ook aan het tweede vereiste uit de definitie van de Hoge Raad (“waarbij hij de werknemer geen loon meer betaalt”) werd dus niet voldaan.

De conclusie was dat er pas op 2 oktober 2020 (na drie jaar ziekte) een slapend dienstverband had kunnen ontstaan. Het  dienstverband was toen echter al geëindigd vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. De vordering van de werkneemster werd afgewezen.

José Geerdes

 

Deel dit bericht



Laatste nieuws

23-07-2021 - door

Update Huurkorting vanwege de coronacrisis

In februari van dit jaar heb ik een [artikel](https://www.de... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage