+31 (0)20 2060700[email protected]
Wat vinden de politieke partijen van de verkorting van de partneralimentatie?

Wat vinden de politieke partijen van de verkorting van de partneralimentatie?

Samenvatting Kamerdebat 27 juni 2018

Anderhalve week geleden heeft de Tweede Kamer vergaderd over het wetsvoorstel dat ziet op de verkorting van de duur van partneralimentatie van twaalf jaar naar vijf jaar. In dit artikel zullen wij de standpunten van de verschillende partijen kort samenvatten. Allereerst zal een overzicht worden gegeven van de standpunten van het kabinet Rutte-III (VVD, CDA, D66 en ChristenUnie), daarna volgen de standpunten van de initiatiefnemers van het wetsvoorstel (VVD, D66 en PvdA) en tot slot een kort overzicht van de standpunten van een aantal oppositiepartijen. 

Standpunten kabinet Rutte-III

CDA

Het CDA is overwegend positief. Het CDA vindt de huidige termijn van twaalf jaar om als ex-partners financieel aan elkaar verbonden te blijven erg lang. Het CDA is positief over de verkorting van de duur van partneralimentatie omdat arbeidsparticipatie voor een ieder belangrijk is, voor de samenleving, maar ook voor de persoon zelf.

Het belangrijkste kritiekpunt van het CDA op het huidige wetsvoorstel ziet op het feit dat het CDA zich afvraagt wat er gebeurt wanneer iemand jarenlang getrouwd is geweest, de zorgtaken op zich heeft genomen en vervolgens niet meer aan het werk komt. Madeleine van Toorenburg zegt hierover: “Is het dan niet heel erg schrijnend wanneer die persoon wordt ingeruild voor een jonger model? Het is al zo pijnlijk als dat gebeurt en vervolgens sta je daar.” Het CDA stelt voor om te zoeken naar een manier waarbij de mogelijkheid aanwezig is dat de duur van de partneralimentatie wel twaalf jaar is als een huwelijk bijvoorbeeld 25 jaar heeft geduurd (in plaats van het huidige voorstel dat dan een termijn van 10 jaar voorstelt en dit ook nog koppelt aan het bereiken van de AOW-leeftijd).

ChristenUnie

Stieneke van de Graaf is vooral kritisch op het wetsvoorstel. Er is volgens haar spanning met de maatschappelijk realiteit. Op dit moment is 59% van de vrouwen economisch zelfstandig tegenover 78% van de mannen. De ChristenUnie vraagt zich af of de initiatiefnemers de belangen en de positie op de arbeidsmarkt van met name vrouwen van rond de 50 jaar, die lang gehuwd zijn geweest, goed betrokken hebben bij hun voorstel. Deze vrouwen vallen namelijk in het huidige voorstel niet onder een uitzonderingsbepaling. Stieneke van de Graaf vraagt de indieners hoe het voorstel hiermee rekening houdt en hoe de indieners deze groep tegemoet gaan komen.

Standpunten initiatiefnemers

VVD (tevens onderdeel van kabinet Rutte-III)

Volgens de VVD past het niet bij de idealen van gelijkheid en emancipatie om twaalf jaar lang partneralimentatie te betalen. Het beperkt voor zowel de betaler als de ontvanger het zicht op eigen initiatief. Het kostverdienersmodel is ouderwets, aldus de VVD. Ten aanzien van de uitzonderingsregels merkt Svens Koopmans op dat de eerste uitzondering (een termijn van 12 jaar wanneer er sprake is van een huwelijk met jonge kinderen) niet bedoeld is om een signaal af te geven dat ouders van jongere kinderen niet ook de kost kunnen verdienen. Deze uitzondering is er volgens hem juist om hen daarbij te ondersteunen. De tweede uitzondering (een termijn van 10 jaar voor gevallen waarin sprake is van een langdurig huwelijk, waarbij de alimentatiegerechtigde partner minder dan tien jaar van de AOW-leeftijd verwijderd is) betekent volgens hem ook niet dat we ouderen afschrijven voor de arbeidsmarkt. Integendeel, de VVD juicht het juist toe als ouderen werken. De uitzondering is volgens de VVD wel redelijk en billijk omdat er situaties denkbaar zijn dat een partner in het kader van het huwelijk niet heeft gewerkt en daarmee zijn of haar verdiencapaciteit relatief is verminderd.

D66 (tevens onderdeel van kabinet Rutte-III)

Volgens de D66 is het terecht dat het wetsvoorstel een uitzondering kent voor de situatie dat er jonge kinderen in het spel zijn. Voor de kosten die direct met het kind te maken hebben, is er natuurlijk kinderalimentatie. Rens Raemakers stelt de vraag of de veronderstelling klopt dat er in de toekomst bij co-ouderschap en een gelijke verdeling van zorg- en opvoedingstaken, voor een rechter in dergelijke gevallen niet zo snel een reden zal zijn om de uitzondering van vijf naar twaalf jaar maximaal te gebruiken? Een interessante vraag naar onze mening.

PvdA

Als één van de initiatiefnemers staat de PvdA uiteraard achter het voorstel. Het voorstel past volgens de PvdA bij de groeiende arbeidsparticipatie van vrouwen. Toch stelt John Kerstens een paar kritische vragen. Een van die vragen is of het wetsvoorstel ook rekening houdt met bijvoorbeeld arbeidsgehandicapten of mensen die zonder diploma’s van school zijn gekomen? In het wetsvoorstel worden nu slechts twee groepen van de hoofdregel uitgezonderd. John Kerstens vraagt zich af of de zojuist genoemde gevallen worden “gered” door de hardheidsclausule.

Net als de SP stelt de PvdA ook vragen over de uitzondering bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Wat als de alimentatieplichtige de AOW-leeftijd bereikt maar de alimentatiegerechtigde op dat moment bijvoorbeeld zestig is en niet zo makkelijk zijn of haar weg op de arbeidsmarkt vindt?

Beknopt enkele overige standpunten

Groenlinks steunt de verkorting van de partneralimentatie maar plaatst wel een aantal kritische noten. Het voorstel is een nieuwe stap naar een andere toekomst en kan bijdragen aan een groter economische zelfstandigheid. Toch is er een aannemelijke kans dat er meer vrouwen dan mannen zijn die door dit voorstel financieel slechter af zijn. Ook wordt kritiek geuit op de uitzonderingsregel voor partners met jonge kinderen. Het nieuwe wetsvoorstel wil voor deze groep de huidige termijn van 12 jaar behouden. Volgens Groenlinks is deze regel een vreemde eend in de bijt. Immers, wordt door deze clausule niet juist erkend dat het combineren van werk en zorg heel moeilijk is?

PVV

In 2012 heeft de PVV ook een soortgelijk initiatiefwetsvoorstel ingediend. Volgens Gidi Markuszower zou iemand na een scheiding hooguit vijf jaar alimentatie van de ex-partner moeten kunnen krijgen. Dit baseert zij vooral op de gedachte dat te vaak een nieuwe relatie niet wordt geregistreerd waardoor onnodig lang (mis)gebruik wordt gemaakt van het recht op partneralimentatie. De vragen die de PVV stelt ten aanzien van het huidige voorstel zien vooral op de toepassing van het overgangsrecht. Op oude situaties zal het oude recht van toepassing zijn. Hoe zal een rechter daar in de praktijk mee omgaan? In het wetsvoorstel van de PVV was eerder geregeld dat na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ook de alimentatieplicht in bestaande gevallen van rechtswege zou worden beperkt tot maximaal vijf jaar.

Zodra er weer een update is over het wetsvoorstel inzake de verkorting van de duur van partneralimentatie van twaalf jaar naar vijf jaar berichten wij u.

Geschreven door

Frederique Mackay-Beins

Partner

 
Maak een afspraak

Hilde Nobel

Juridisch medewerker

 
Maak een afspraak

Deel dit bericht



Laatste nieuws

14-09-2018 - door

Onrechtmatige (internet) publicaties en het strafrecht. Werkt dat?

Door: Margriet Koedooder Als advocaat krijg ik van individu... Lees meer

07-09-2018 - door

Student-stages

###   De Vos & Partners Advocaten is gedurende het hel... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3