+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Wel of geen turboliquidatie mogelijk bij aanwezigheid schulden?

Wel of geen turboliquidatie mogelijk bij aanwezigheid schulden?

 

Wel of geen turboliquidatie mogelijk bij aanwezigheid schulden?

Artikel 2:19 lid 4 BW omschrijft de zogenaamde turboliquidatie. Het artikel bepaalt dat indien een rechtspersoon op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, hij ophoudt te bestaan en het bestuur dit dient op te geven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Bij een turboliquidatie wordt de ontbinding van de vennootschap niet gevolgd door een vereffening conform de regels van Boek 2 BW. De vraag die bij een turboliquidatie vaak rijst is of onder het woord “bate” mede dient te worden verstaan een schuld. Oftewel, is een turboliquidatie mogelijk ingeval de vennootschap nog schulden heeft? Het kantongerecht van de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem heeft over deze vraag geoordeeld bij vonnis van 27 juni 2016 (ECLI:NL:RBGEL:2016:3490). De kantonrechter oordeelt dat een schuld niet als een bate in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW moet worden beschouwd. Hieronder volgt een uitleg over hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

Casus

Na een dienstverband van 25 jaar zegt Meubelfabriek Raanhuis en Zonen op 30 november 2015 de arbeidsovereenkomst van een werkneemster op vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. In verband met deze bedrijfseconomische omstandigheden kondigt Meubelfabriek Raanhuis en Zonen tevens aan genoodzaakt te zijn haar activiteiten per 31 december 2015 te beëindigen. Aan de werkneemster wordt toegezegd dat op 23 december 2015 haar salaris tot en met 31 december 2015 zal worden uitbetaald plus het opgebouwde vakantiegeld.

Op 28 december 2015 is in de algemene vergadering van Meubelfabriek Raanhuis en Zonen besloten de vennootschap te ontbinden omdat er geen baten meer te verwachten zijn, derhalve een turboliquidatie.

De werkneemster verzoekt de kantonrechter te Arnhem vervolgens voor recht te verklaren dat Meubelfabriek Raanhuis en Zonen nog bestaat en niet is opgehouden te bestaan. Zij voert daartoe aan dat de vennootschap ten onrechte door middel van een turboliquidatie is ontbonden omdat er ten tijde van de ontbinding nog wel sprake was van een bate, te weten haar vordering op de vennootschap. Voorts verzoekt de werkneemster primair ten laste van Meubelfabriek Raanhuis en Zonen een vergoeding toe te kennen wegens het schenden van de opzegtermijn en haar zowel een transitie- als billijke vergoeding toe te kennen.

De beoordeling van de kantonrechter

De kantonrechter behandelt allereerst de vraag of Meubelfabriek Raadhuis en Zonen nog bestaat en overweegt daartoe het volgende.

Uit de notulen van de algemene vergadering van de vennootschap en de registratie in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel blijkt dat Meubelfabriek Raadhuis en Zonen zou zijn opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn. Dit volgt uit hetgeen is bepaald in artikel 2:19 lid 4 BW. De kantonrechter neemt aan dat de vennootschap ten tijde van de ontbinding geen baten meer had.

Blijkens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel van de wet van 29 juni 1994, Stb. 1994/506, tot invoering van de mogelijkheid van Kamers van Koophandel tot ontbinding van lege rechtspersonen, had de introductie van de turboliquidatie tot doel de ontbinding van rechtspersonen die hun werkzaamheden hadden beëindigd of die nooit actief waren geweest, te vereenvoudigen door een beschikking van de Kamer van Koophandel. Over het bestaan van schulden wordt in de parlementaire geschiedenis niet gesproken. Volgens deels recente literatuur – specifieke jurisprudentie over deze vraag is de kantonrechter niet bekend – dient onder bate in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW mede te worden verstaan een schuld. Doorslaggevend voor deze auteurs lijkt te zijn dat – indien een schuld niet ook als een bate beschouwd zou worden – misbruik van de turboliquidatie op de loer ligt. Immers, indien het besluit tot ontbinding wordt genomen terwijl er nog baten zijn, dan zal vereffend moeten worden. Indien de schulden de baten overtreffen, dan moet de vereffenaar, zo bepaalt artikel 2:23c BW, het faillissement van de vennootschap aanvragen.

Tegenover genoemde literatuur – zo overweegt de kantonrechter verder – staat dat de Hoge Raad recent prejudiciële vragen heeft beantwoord in een zaak waarin een rechtspersoon op eigen aangifte failliet was verklaard en de curator vervolgens verzet deed tegen die faillietverklaring op de grond dat de boedel (nagenoeg) geen baten bevatte en deze ook niet te verkrijgen of anderszins te verwachten was (HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2105:3636). De kantonrechter leidt uit deze uitspraak af dat volgens de Hoge Raad een turboliquidatie mogelijk is indien geen baten aanwezig zijn. Bij zijn uitleg betrekt de kantonrechter de conclusie van advocaat generaal mr. L. Timmerman voorafgaand aan genoemd arrest waarin onder meer is beschreven dat artikel 2:19 lid 4 BW in nader genoemde, bepaalde rechtspraak strikt wordt uitgelegd: als er op het tijdstip van de ontbinding geen baten zijn houdt de vennootschap op te bestaan, ongeacht of er schulden zijn. In deze gedachtegang wordt aan artikel 2:23a BW, waarin is bepaald dat de vereffenaar aangifte tot faillietverklaring doet indien hem blijkt dat de schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, niet toegekomen, omdat er van vereffening geen sprake is.

A-G Timmerman toont voorts begrip voor het standpunt dat het op het eerste gezicht vreemd is dat een vennootschap die geen baten heeft maar wel schulden, zomaar kan ophouden te bestaan. Bestuurders/aandeelhouders zouden niet zomaar van hun met schulden beladen vennootschap moeten kunnen “weglopen’, zo stelt hij. Desondanks gaat A-G Timmerman er uiteindelijk vanuit dat een turboliquidatie niet uitgesloten is ingeval er nog schulden zijn en hij onderbouwt dit met de stelling dat indien de wetgever gewenst had dat op de regel van artikel 2:19 lid 4 BW een uitzondering zou gelden ingeval de ontbonden vennootschap nog schulden heeft, deze – toch niet zeldzaam voorkomende – uitzondering expliciet benoemd zou zijn.

De kantonrechter neemt de analyse en conclusie, mede in het licht van het arrest de Hoge Raad, van A-G Timmerman over en oordeelt dat een schuld niet als een bate in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW moet worden beschouwd. Hij overweegt daartoe dat in het systeem van de wet een vereffening slechts aan de orde is als sprake is van een bate. Om deze reden kan de vordering van de werkneemster niet als een “bate” worden gezien. Dat misbruik van turboliquidatie in het huidige systeem (eenvoudig) mogelijk is en dat dit ten koste gaat van de positie van schuldeisers, maakt dit niet anders. Een en ander heeft tot gevolg dat er vanuit moet worden gegaan dat Meubelfabriek Raanhuis en Zonen is opgehouden te bestaan met als gevolg dat de werkneemster niet-ontvankelijk is in haar verzoeken.

Conclusie

De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat artikel 2:19 lid 4 BW strikt dient te worden geïnterpreteerd. Een schuld in de zin van genoemd artikel kan niet gelijk worden gesteld met een bate. Gevolg van deze uitspraak zou kunnen zijn dat deze een handvat biedt voor mogelijke fraudeurs teneinde een faillissement te omzeilen door simpelweg een vennootschap met schulden te ontbinden door middel van een turboliquidatie. Alle mogelijke aansprakelijkheden die bij een faillissement door de curator worden onderzocht, worden daarbij vermeden. Wellicht ligt hier een taak voor de wetgever om de wet aan te passen want het kan toch niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest dat het is toegestaan om een vennootschap die nog schulden heeft, te ontbinden door middel van een turboliquidatie. Voor nu is het echter – mede gelet op deze uitspraak van de kantonrechter – nog mogelijk een vennootschap te beëindigen door middel van een turboliquidatie bij de aanwezigheid van schulden.

Heeft u een vraag over de turboliquidatie of het beëindigen van de uw vennootschap? Neem gerust contact op met een van onze ondernemingsrechtadvocaten.

Deel dit bericht



Laatste nieuws

15-02-2019 - door

Doorstart in faillissement B.V. Hotel Operational Services

Ons kantoor is trots dat in het faillissement van B.V. Hotel... Lees meer

04-02-2019 - door

Els Doornhein bij Kassa in de tv uitzending over de klachttermijn voor consumenten

In de tv uitzending van Kassa d.d. 2 februari 2019 kwam Els ... Lees meer

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3