+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Subsidierecht

Subsidierecht

Subsidie is de motor van de culturele sector

84 procent van de Nederlanders bezoekt jaarlijks wel eens een voorstelling, zoals popmuziek, cabaret, toneel, dans en film. En 86 procent van de bevolking neemt jaarlijks cultuur tot zich via gedrukte media, radio & tv, internet en sociale media. 53 procent van de Nederlanders bezoekt jaarlijks wel eens een museum. De publieke interesse voor cultuur is dus groot. Veel van de culturele instellingen, van danstheater tot en met de NPO, kunnen echter niet bestaan zonder subsidies. Subsidies blijven – naast entreegelden, crowdfunding, sponsoring en kredieten – dan ook een belangrijke motor voor het bevorderen van beleid op cultureel gebied. Het totaalbedrag aan rijkssubsidies voor kunst en cultuur stijgt in de periode 2017-2020 naar ruim 389 miljoen euro per jaar. Dit bedrag wordt uitgekeerd aan 88 instellingen en zes fondsen. Ook festivals behoren tot de doelgroep.

SUBSIDIERECHT IS BESTUURSRECHT

Alhoewel subsidies als zodanig al heel lang bestaan, is er pas sinds 1 januari 1998 sprake van een aparte wettelijke regeling voor subsidies: titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Naast de Awb bestaan er ook allerlei verordeningen en specifieke regelingen die op subsidies van toepassing zijn. Subsidierecht is voor een groot deel bestuursrecht.

Jaarlijks wordt er veel geld uitgekeerd door organisaties en overheden in de vorm van een subsidie. Er bestaan zelfs meer dan 1200 verschillende regelingen waarop ondernemers, organisaties en instellingen een beroep kunnen doen. Wij richten ons als advocatenkantoor met name op de creatieve industrie in brede zin. En op dynamische ondernemingen. Partijen uit deze sectoren doen dan ook regelmatig een beroep op ons als het gaat om subsidierecht.

KUNST- EN CULTUURSUBSIDIES

Het Ministerie van OCW heeft zes verschillende cultuurfondsen ingesteld. Deze fondsen hebben met name de taak om de dynamiek, vernieuwing en experiment binnen de cultuursector te bevorderen. Deze fondsen zijn:

  • Het Fonds Podiumkunsten (voor muziek, muziektheater, dans, theater en festivals in Nederland, ondersteuning aan alle vormen van professionele podiumkunsten);
  • Fonds voor cultuurparticipatie (voor vernieuwing in de kunst, cultuureducatie en cultuurparticipatie);
  • Het Mondriaan fonds (voor Beeldende kunst en erfgoed);
  • Het Nederlands filmfonds (voor bewegende beelden);
  • Het Stimuleringsfonds creatieve industrie (voor architectuur, vormgeving e-cultuur en alle mogelijke cross-overs);
  • Het Nederlands letterenfonds (voor schrijvers, vertalers, uitgevers en festivals).

Maar er zijn naast de rijksoverheid ook allerlei gemeenten en provincies die cultuursubsidies verstrekken. Zij richten zich met name op het bevorderen en promoten van het lokale en regionale cultuuraanbod. Tot slot zijn er ook allerlei particuliere fondsen die subsidies verstrekken aan de culturele sector. Er zijn in Nederland zelfs meer dan 100 private fondsen aanwezig die cultuur scharen onder hun activiteiten voor ‘goede doelen’. Bekende voorbeelden zijn de VandenEnde Foundation, de stichting Doen, het VSB Fonds, de Bank van Nederlandse Gemeenten (BNG) en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Uit cijfers van de rijksoverheid blijkt dat ca. 85% van de structurele cultuursubsidies afkomstig zijn van de rijksoverheid, 13% van de gemeenten en 3% van de provincies. Met name de rijksoverheid en de gemeenten zijn dus heel belangrijk voor de culturele sector.

AMSTERDAM

Amsterdam ziet zichzelf graag als laboratorium voor de kunst. In Amsterdam werden in 2014 dan ook 141 instellingen meerjarig gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam voor een bedrag van in totaal 82,1 miljoen euro. 44 van deze Amsterdamse instellingen ontvingen toen zowel subsidie van het rijk als van de gemeente. Amsterdam is koploper, zowel als het gaat om aantallen als bedragen.  De gemeente Amsterdam heeft voor de Kunstenplanperiode 2017 – 2020 gekozen voor een hybride vorm van kunstfinanciering. De gemeente wil op deze manier met name de dynamiek en flexibiliteit in de kunst- en cultuursector bevorderen, zonder in te leveren op de continuïteit van de culturele infrastructuur. Ook doorstroming en innovatie zijn belangrijke doelstellingen van het Amsterdamse cultuurbeleid. Een deel van de subsidiëring van kunst- en cultuurinstellingen is onder de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur gebleven. De gemeente subsidieert 17 Amsterdamse instellingen, die een essentiële functie vervullen in de stad, zoals het Concertgebouw, Paradiso, Toneelgroep Amsterdam en het Holland Festival. Maar een groot deel van het budget is inmiddels ondergebracht bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (Afk).  Het Afk heeft voor de Kunstenplanperiode allerlei nieuwe subsidieregelingen opgesteld, zowel voor 4-jarige subsidies, 2-jarige subsidies als voor projecten. Wij  zijn vereerd dat wij het Afk mochten helpen bij het opstellen en uitvoeren van deze regelingen. Bovendien voeren wij – daar waar dat noodzakelijk is – namens het Afk gerechtelijke procedures.

ONDERWERPEN DIE SPELEN IN HET SUBSIDIERECHT

  • tenderprocedures: welke beoordelingscriteria kunnen er gelden en worden deze wel goed toegepast?
  • een subsidie is lager vastgesteld dan aanvankelijk verleend: mag dat zo maar?
  • een subsidie aanvraag is afgewezen: kan ik hier wat tegen doen?
  • een gesubsidieerde organisatie gaat failliet: wat betekent dat voor de subsidieverlening?
  • zijn de weigeringsgronden voor een subsidie juist toegepast?
  • wat is het verschil tussen een begrotingsvoorbehoud en een subsidieplafond?
  • ben ik verplicht een subsidieovereenkomst te sluiten?
  • kan ik een subsidie bij wijze van sanctie terugvorderen?
  • hoe zit het met de hoorplicht bij de voorbereiding van subsidiebeschikkingen?


Recente blog berichten • Subsidierecht



Hoofdcategorie

Werkwijze en Tarieven

Snel, efficiënt en to the point, zo werken we het liefst.

BEKIJK HIER AL ONZE TARIEVEN EN WERKWIJZE

Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Created by Supreme being 21.3