+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Duco van Dongen

Duco van Dongen

Advocaat

Duco is advocaat sinds 2014 en houdt zich bezig met het insolventierecht in brede zin. Hij wordt door de rechtbank Amsterdam regelmatig aangesteld als curator en heeft door de jaren heen gewerkt in faillissementen van kleine (startende) ondernemers, tot aan toonaangevende internationale retailbedrijven zoals Mexx, MS Mode en Intertoys.

Als advocaat heeft Duco zich gespecialiseerd in de begeleiding van ondernemingen in zwaar weer, bijvoorbeeld door het herstructureren van schulden of het oplossen van een dispuut met de bank. Daarbij komt zijn ervaring als curator goed van pas, omdat het als advocaat belangrijk is om je in een ondernemer te kunnen verplaatsen. Een advocaat moet zich namelijk niet blind staren op de juridische uitgangspunten; commerciële afwegingen maken vaak ook (een belangrijk) deel uit van de strategie in een dossier. Daarin fungeert Duco graag als sparringpartner, om samen met u te zoeken naar een oplossing die recht doet aan de juridische uitgangspunten, maar ook rekening houdt met uw commerciële belangen.

Duco heeft zijn opleiding rechtsgeleerdheid afgerond in Amsterdam, waar hij woont met zijn vrouw en dochtertje. In 2019 heeft hij ook de specialisatieopleiding Insolventierecht van de Grotius Academie afgerond, waarna hij lid is geworden van de vereniging voor insolventiespecialisten (INSOLAD).




Recente blog berichten • Duco van Dongen

09-04-2021 - door Duco van Dongen

Besturen in tijden van Corona: een duivels dilemma?

Het zijn rare tijden. Hoewel we ons bevinden in een globale pandemie, is het aantal uitgesproken faillissementen in de afgelopen maanden uitzonderlijk laag. In februari 2021 werden er bijvoorbeeld 173 faillissementen uitgesproken. In februari 2020, kort voordat de Corona-crisis uitbrak en de economie nog hoogtij vierde, waren dat er meer dan twee keer zoveel: er werden die maand 405 faillissement uitgesproken. De oorzaken van dat lage aantal faillissementen zijn bekend. Gedacht kan worden aan de ruime steunmaatregelen van de overheid, de terughoudendheid van banken met het opzegging van financieringen en de coulance van de Belastingdienst. Er is zelfs een betalingsuitstelregeling opgenomen in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV, op grond waarvan faillissementsverzoeken kunnen worden aangehouden. Dat lijkt allemaal positief, maar een nadelig effect van deze (steun)maatregelen is dat er geen marktwerking meer plaatsvindt. Ondernemingen die normaliter in een hoogconjunctuur failliet zouden gaan, worden nu (kunstmatig) in leven gehouden. In deze blog zal ik ingaan op de risico’s die daarmee gepaard gaan. Moet de stekker eruit? Het besturen van een vennootschap brengt een hoop verplichtingen met zich mee. Het bestuur dient zich bij de uitoefening van zijn taak te richten naar het belang van de vennootschap, maar het bestuur zal ook rekening moeten houden met de belangen van de medewerkers, de schuldeisers en andere stakeholders. Een onderdeel van die verplichting, is dat het bestuur niet te lang doormoddert ten koste van de stakeholders. Mocht er onverhoopt toch een faillissement volgen, dan zal de rechtbank een curator aanstellen. Een curator zal onderzoeken op welk moment het bestuur zich had moeten realiseren dat de vennootschap een (voorzienbaar) liquiditeitsprobleem had en dus rekening had moeten houden met een (mogelijk) faillissement. Dat wordt de peildatum genoemd. Belangrijke voorbeelden van een peildatum zijn de opzegging van de financiering door de bank, het einde van de steunmaatregelen of het wegvallen van een grote klant. Het uitgangspunt is dat er op de peildatum geen perspectief meer bestaat voor de vennootschap, waardoor de activiteiten moeten worden gestaakt. Op dat moment veranderen de rechten en verplichtingen van het bestuur. Het bestuur kan dan niet zomaar meer nieuwe verplichtingen aangaan, en moet goed oppassen met het selectief (wan)betalen van crediteuren. In de praktijk komt het vaak voor dat het bestuur ná de peildatum zijn eigen (achterstallige) management fee nog snel betaalt, of bijvoorbeeld een rekening-courant schuld aan zijn eigen holding aflost. Dat kan onrechtmatig zijn. Welke vragen moet het bestuur stellen? Het beoordelen van de perspectieven van de onderneming moet periodiek gebeuren, bij voorkeur onderbouwd met een liquiditeitsprognose. Met een onderbouwde liquiditeitsprognose kan er achteraf aan een curator worden uitgelegd waarom de activiteiten op dat moment niet zijn gestaakt. Het is overigens niet ondenkbaar dat een ondernemer de activiteiten voortzet, terwijl er een operationeel verlies wordt geleden. Wel is het in dat soort scenario’s van belang om inzichtelijk te hebben wie dat operationele verlies draagt. Indien de aandeelhouder of de bank (in overleg) voor de verliesfinanciering zorgt, is het voortzetten van de activiteiten in beginsel niet onrechtmatig. Dat kan anders zijn, wanneer de (handels)crediteuren het verlies dragen. Handelscrediteuren zijn zich vaak niet bewust van mogelijke liquiditeitstekorten en mogen daarvan niet de dupe worden. Het bestuur zou zichzelf periodiek de navolgende vragen moeten stellen: Zijn er nog (voldoende) perspectieven om de activiteiten voort te zetten? Zo ja, blijken die perspectieven uit een liquiditeitsprognose of businessplan? Heb ik de toekomstige scenario’s c.q. variabelen die daarop van grote invloed kunnen zijn voldoende in kaart? Geeft die liquiditeitsprognose voldoende comfort voor het aangaan van nieuwe verplichtingen? Wie draagt het eventuele toekomstige (operationele) verlies? Zijn die crediteuren/stakeholders daarvan op de hoogte? Ben ik nog vrij in het bepalen welke crediteuren er worden betaald, of moet ik de wettelijke rangorde in acht nemen? De advocaten van De Vos & Partners kunnen u helpen bij het beantwoorden van deze vragen. Ook kunnen zij een quick scan maken van de risico’s die u als bestuurder loopt in een eventueel faillissement. De advocaten van De Vos & Partners hebben veel ervaring als curator, wat hen in staat stelt om door een bril van de curator naar uw vennootschap te kijken. Zo bent u goed voorbereid op een faillissementsscenario.  

Lees meer

29-01-2021 - door Duco van Dongen

Een WHOA-akkoord alleen voor grote ondernemingen? Voorlopig niet!

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) is sinds 1 januari van dit jaar in werking getreden. Het doel van de WHOA is om ondernemers beter in staat te stellen schulden te herstructureren om zo een faillissement te voorkomen. Een WHOA-akkoord vindt grotendeels buiten de rechtbank plaats en biedt zelfs de mogelijkheid om langlopende contracten aan te passen of te beëindigen. De WHOA is een meer laagdrempelige variant van de Chapter 11 procedure uit de Verenigde Staten en de Scheme of arrangements uit Engeland. Aanvankelijk werd gedacht dat de WHOA - net als de Chapter 11 en de Scheme of arrangements - voornamelijk gebruikt zou worden door de grote ondernemingen en multinationals, maar de praktijk wijst vooralsnog uit dat die aanname onjuist is. Er is inmiddels een handvol WHOA-uitspraken, waarin het ging om ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf (MKB) met schuldenlasten van tussen de € 100.000 en - € 300.000. Het is mooi om te zien dat het MKB de gang naar de WHOA-rechter zo snel weet te vinden. In de literatuur wordt al geruime tijd gediscussieerd over de manier waarop de WHOA in de praktijk zal gaan werken. Dat is vaak koffiedik kijken, omdat het aan de rechtelijke instanties is om de wettekst van de WHOA in de praktijk toe te passen. Rechtbanken, gerechtshoven en uiteindelijk de Hoge Raad zullen bepalen op welke manier de wettekst zal worden uitgelegd en toegepast in de praktijk. Daarom was januari voor veel juristen en andere adviseurs een spannende maand. Wat hebben we van de eerste WHOA-maand kunnen leren? De rechtbank houdt toezicht! De rechtbank Gelderland ontving een WHOA-verzoek van een ondernemer die weinig concrete reorganisatieplannen had, terwijl dat wél een vereiste is voor toegang tot de WHOA. De rechtbank heeft de ondernemer toch toegelaten tot de WHOA, maar als eis gesteld dat de ondernemer op korte termijn (binnen één maand) de rechtbank moet informeren over de voortgang van de akkoordprocedure en de acties die de ondernemer in die periode heeft ondernomen. Daarnaast wenste de rechtbank een concreter plan met zicht op financiering van het akkoord te zien en een lijst van de betrokken schuldeisers. Hieruit blijkt dat rechtbank toch soepel kan zijn in de toelating, maar daarna het toezicht kan intensiveren en extra eisen kan stellen. Twijfelt de rechtbank? Dan kan zij een observator aanstellen! De rechtbank kan een observator aanstellen die controleert of de belangen van de crediteuren goed worden gewaarborgd. Daartoe kan de rechtbank zelf beslissen, dus zonder een verzoek van een van de partijen. De rechtbank Amsterdam heeft voor het eerst een observator aangesteld, omdat de rechtbank graag wilde dat er iemand toezicht hield. Tijdens de zitting bleek namelijk dat er een discussie was over wie er plaats zou nemen in het bestuur van de te reorganiseren onderneming. De rechtbank zag daarin voldoende aanleiding om een observator aan te stellen. Competenties van de herstructureringsdeskundige? De rechtbank Noord-Holland was de eerste die een herstructureringsdeskundige aanstelde, op verzoek van de ondernemer die het WHOA-traject in wilde. Er werden twee offertes van herstructureringsdeskundigen voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank lichtte haar keuze voor één van de herstructureringsdeskundige toe, waarbij zij aangaf dat werd gekeken naar de onderliggende problematiek van het akkoord en de competenties van een deskundige. Bij een verzoek om een specifieke herstructureringsdeskundige loont het dus om toe te lichten waarom juist die deskundige de juiste competenties heeft om het akkoord tot een goed einde kan brengen. Afkoelingsperiode De rechtbanken kunnen een afkoelingsperiode gelasten, wanneer dat nodig is voor het slagen van het WHOA-akkoord. Dat is een behoorlijk verstrekkende maatregel waarbinnen schuldeisers hun vordering niet kunnen opeisen, geen beslag kunnen leggen en geen procedures kunnen starten. De rechtbank kan zelfs eerder gelegde conservatoire beslagen opheffen. Dat betekent dus dat de schuldeisers die al beslag gelegd hebben, hun voorrang kwijt zijn. Daarbij geldt wel dat bepaalde schuldeisers van een afkoelingsperiode kunnen worden uitgezonderd. De rechtbank Gelderland heeft zelfs ambtshalve (dus zonder een verzoek daartoe) een schuldeiser met een pandrecht uitgezonderd van de afkoelingsperiode. Die schuldeiser kon haar pandrecht uitoefenen, ondanks het WHOA-traject en de afkoelingsperiode, terwijl andere schuldeisers het WHOA-akkoord moeten afwachten. Hoe ziet de rest van het WHOA-traject eruit? De bovenstaande uitspraken geven slechts een klein kijkje in de keuken, maar zijn helaas summier. De komende maanden zullen uitwijzen of de bovengenoemde ondernemers met succes hun schuldenlast hebben geherstructureerd, en hoe rechtbanken tegen de andere belangrijke onderdelen van de WHOA aankijken. Daarover later meer. Vreest u voor het voortbestaan van uw onderneming door een drukkende schuldenlast, of hebt u vernomen dat een van uw debiteuren een WHOA-akkoord aan het voorbereiden is? Neem u dan vrijblijvend contact op met Duco van Dongen van De Vos & Partners Advocaten.

Lees meer

Oudere berichten



Werkt voor

Grote en middelgrote (internationaal opererende) bedrijven.

Opleiding

Universiteit van Tilburg (2011) - Universiteit van Amsterdam (2014) - Beroepsopleiding Advocaten (NOvA, 2017) - Grotius postacademische specialisatieopleiding Insolventierecht (2019)

Rechtsgebieden

Ondernemingsrecht, Faillissementsrecht en Herstructurering

Expertises

Insolventie, Handel, Industrie & MKB

Contact

t: 020-2060753
m: dvandongen@devos.nl

   

Secretaresse

Esther Hemelaar-Tuilan

Secretariaat

t: 020-2060728

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage