+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Laurens Jolink

Laurens Jolink

Advocaat

Laurens Jolink is in 2018 afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in de afstudeerrichting Arbeidsrecht. Hij heeft zijn juridische praktijkervaring opgedaan met een stage bij de Federatie van Betaald voetbal Organisaties en met een stage bij de Vos & Partners advocaten. Na zijn stage bij de Vos & Partners kwam Laurens hier werken als advocaat stagiair.

Door zijn ervaring in de sport en horeca heeft Laurens een affiniteit opgebouwd met deze sectoren. In zijn dagelijkse werkzaamheden heeft hij zijn hobby’s en werk weten te combineren. De winnaarsmentaliteit heeft Laurens meegenomen vanuit de sport naar zijn werk. Met passie en gedrevenheid bijt hij zich vast in een zaak. Het recht ziet hij als een puzzel en ervaart het zoekwerk naar het juiste puzzelstukje als interessant en uitdagend. Uit een complete puzzel zal de mogelijke oplossing voor een zaak zich voordoen.




Recente blog berichten • Laurens Jolink

28-05-2021 - door Laurens Jolink

De Europese Superleague; hoe nu verder?

Onverwacht: een nieuwe Europese “super” competitie Op maandag 19 april jl. kwamen voor het eerst berichten naar buiten over de gemeenschappelijke verklaring van twaalf Europese topclubs waarin werd aangekondigd dat zij een Europese Super League zouden beginnen. De Europese Super League zou een alternatief moeten worden voor de Champions League. De twaalf Europese topclubs bestonden uit Liverpool, Manchester City, Manchester United, Arsenal, Tottenham Hotspur, Chelsea, FC Barcelona, Real Madrid, Atletico Madrid, AC Milan, Internazionale en Juventus. De bedoeling was dat er uiteindelijk twintig clubs zouden deelnemen aan de Europese Super League: de vijftien clubs die de nieuwe competitie hadden opgericht en vijf clubs die zich konden kwalificeren op basis van de prestaties in het voorgaande seizoen. Het idee achter de Europese Super League was het generen van meer inkomsten. De verwachting was dat de oprichters een bedrag van 10 miljard euro zouden genereren gedurende de periode dat de clubs zich aan het project zouden verbinden. Het nieuws over de Europese Super League sloeg in als een bom bij de rest van de voetbalwereld. Zowel bij de supporters, de UEFA (de organisatie achter de Champions League) en de clubs die niet waren betrokken bij de oprichting. Op donderdagochtend 22 april jl. drongen er zelfs boze supporters het trainingscomplex van Manchester United binnen om hun ongenoegen te uiten over de plannen voor de Europese Super League.(1) De UEFA publiceerde kort na het nieuws een statement op haar website: “Wij zullen alle middelen die voor ons beschikbaar zijn, op alle niveau’s, zowel gerechtelijk als sportief, inzetten om een Super League te voorkomen. Zoals aangekondigd door de FIFA en de zes bonden, zullen betrokken clubs worden verbannen van iedere andere competitie, zowel op nationaal en internationaal niveau. Hun spelers kunnen de kans ontnomen worden om voor hun nationale team uit te komen”.(2) Vooral het dreigement dat de spelers de kans kon worden ontnomen om voor hun nationale team uit te komen zaaide veel paniek aangezien de eerste wedstrijd van het EK 2021 (EURO 2020) op vrijdag 11 juni 2021 gepland staat. Door de dreigementen van de UEFA en de boze reacties van de supporters haakte gaandeweg steeds meer van de twaalf oprichters af bij de voortzetting van de Europese Super League. De meest prangende vraag in de voetbalwereld bleek: “Kunnen de UEFA, FIFA en de nationale voetbalbonden de twaalf Europese topclubs en hun spelers uitsluiten van competities en toernooien?”. Om deze vraag beter te kunnen beantwoorden is het handig om eens te kijken naar de juridische structuur van de voetbalwereld. Verenigingsrechtelijke structuur in de voetbalwereld De structuur in de voetbalwereld is gebaseerd op het verenigingsrecht en kan het best worden uitgebeeld in de vorm van een piramide. Bovenaan de piramide staat de internationale organisatie voor het voetbal, de Fédération Internationale de Football Association (hierna: “FIFA”). De FIFA organiseert de wereldkampioenschappen voor nationale teams: het WK. Ook heeft de FIFA een grote invloed op aanpassingen in de spelregels van het voetbal. De FIFA heeft zes leden bestaande uit de zes continentale voetbalbonden (Azië, Afrika, Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Oceanië en Europa). Het Europese lid van de FIFA is de Union of European Football Associations (hierna: “UEFA”). De UEFA organiseert de Europa League en de Champions League voor de aangesloten (Europese) nationale voetbalbonden. De nationale voetbalbond van Nederland, de KNVB, is ook aangesloten bij de UEFA. De Nederlandse clubs (professioneel- en amateurniveau) zijn aangesloten bij de KNVB. Dit is de reden dat de Nederlandse clubs zich kunnen kwalificeren voor de Europese competities de Europa League en de Champions League. De regels of maatregelen die de FIFA wenst door te voeren ten aanzien van een voetbalclub kan zij dus in beginsel bewerkstelligen via de verenigingsstructuur die vanaf de FIFA doorwerkt via de continentale voetbalbond en de nationale voetbalbond naar de aangesloten voetbalclub. Echter geniet de FIFA (en de continentale voetbalbonden zoals de UEFA) geen onbeperkte vrijheid in het opstellen van haar beleid. Beperking van de beleidsvrijheid Aangezien het oprichten van de nieuwe “super” league zich in Europa afspeelt, zal ik mij enkel in dit artikel enkel richten tot de beperking van de beleidsvrijheid ten aanzien van de UEFA. Ten eerste kan de beleidsvrijheid van de UEFA beperkt worden door de FIFA op basis van de verenigingsstructuur zoals eerder vermeld. Daarnaast heeft de UEFA niet enkel met het verenigingsrecht rekening te houden – en de daarbij behorende reglementen en statuten – maar ook met het Europese recht. Daarom dient ook te worden beoordeeld of een besluit van de UEFA in overeenstemming is met het Europese recht. Indien het verenigingsrecht in strijd is met het Europese recht, dan prevaleert in principe het Europese recht. Indien wordt gesteld dat het besluit van de UEFA in strijd is met het Europese recht en de twaalf oprichters wensen hierover te procederen, dan zal het Europese Hof zich over deze kwestie buigen. Vergelijkbare zaak: ISU vs. KNSB Een vergelijkbare zaak is de zaak tussen de International Skating Union (hierna: “ISU”) en de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond (“KNSB”).(3) Het Europese Hof heeft op 16 december 2020 uitspraak gedaan in deze zaak. In het kort ging het in deze zaak om een levenslange schorsing die de ISU wilde opleggen aan twee schaatsers vanwege het voornemen van de schaatsers om deel te nemen aan een competitie die buiten de ISU om was georganiseerd. Het Europese Hof oordeelde dat de maatregel van een levenslange schorsing in strijd was met de mededingingsregels van de Europese Unie ex artikel 101 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: “VWEU”). In hoofdlijnen is de zaak vergelijkbaar, maar uiteraard zullen de UEFA en de twaalf oprichters van de Europese Super League andere standpunten en overwegingen naar voren brengen dan de ISU en de schaatsers hebben gedaan. Het kan dus goed zijn dat het Europese Hof in de zaak tussen de UEFA en de twaalf oprichters van de Europese Super League anders beslist. Een verschil in de zaak tussen de UEFA en de twaalf oprichters van de Europese Super League is bijvoorbeeld dat er vijftien clubs bij de Europese Super League altijd verzekerd zouden zijn van deelname. Slechts vijf teams zouden mee kunnen doen aan de Europese Super League op basis van een kwalificatiesysteem. Op basis van artikel 165 van het VWEU dient de openheid van de sport te worden bevorderd. Je zou je kunnen afvragen of het openstellen van vijf “kwalificatieplekken” voldoende openheid geeft. Conclusie Het is nog maar de vraag of de geuite dreigingen en voorgenomen maatregelen van de UEFA stand zouden houden in een eventuele gerechtelijke procedure. Maatregelen moeten op basis van het Europese recht proportioneel zijn voor een legitiem doel. In deze kwestie gaat het vooral om een economisch doel. Wellicht zou de UEFA kunnen betogen dat het oprichten van de Europese Super League nadelige gevolgen zou hebben voor de andere Europese clubs. Of wellicht dat een Europese Super League afbraak zal doen aan het sportieve en financiële stelsel van de Europa League en de Champions League, die voor elke Europese voetbalclub gelijke rechten en kansen proberen te creëren. Dergelijke verweren zullen echter kritisch worden beoordeeld door de Europese rechter. Huidige stand van zaken Na de grote ophef trokken Arsenal, AC Milan, Chelsea, Atlético Madrid, Internazionale, Liverpool, Manchester City, Manchester United en Tottenham Hotspur zich terug uit de Europese Super League. De dreigementen van de UEFA hebben dus effect gehad. De negen clubs hebben zich officieel weer geschaard achter de UEFA. Ze hebben daarnaast ingestemd met een goodwill-boete van vijftien miljoen euro, die ten goede komt aan jeugdvoetbal. Ook krijgt de UEFA van deze clubs 5% van alle Europese inkomsten van volgend seizoen. Deze maatregelen kan de UEFA zonder enige problemen opleggen omdat de desbetreffende negen clubs met de maatregelen hebben ingestemd. FC Barcelona, Real Madrid en Juventus weigeren echter afstand te doen van de Europese Super League. De UEFA heeft na een onderzoek van amper twee weken aangekondigd dat er een tuchtprocedure wordt gestart. Wellicht op korte termijn duidelijk zijn wie er aan het langste eind trek; de UEFA of de drie overgebleven oprichters van de Europese Super League. Een Spaanse rechter wil overigens van het Hof van Justitie van de Europese Unie weten of de FIFA en UEFA hun machtsposities hebben misbruikt bij het tegenwerken van de Super League. Het verzoek is afkomstig van de Ondernemingskamer van Madrid.(4) Dit zal ook leiden tot een interessante uitspraak. To be continued…

Lees meer

19-02-2021 - door Laurens Jolink

De Deliveroo kwestie: zijn de bezorgers zzp’ers of werknemers in loondienst?

Op 16 februari jl. is de langverwachte appèluitspraak in de Deliveroo kwestie gepubliceerd. De belangrijkste punten uit de appèluitspraak zal ik hierna bespreken. Eerste aanleg Deliveroo besloot begin 2018 om medewerkers van wie de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde, voortaan als zzp’er voor het bedrijf te laten werken via een zogenoemde “partnerovereenkomst”. Volgens Deliveroo kregen haar bezorgers hierdoor meer vrijheid om zelf invulling aan hun werk te geven. Door de zzp constructie zouden de bezorgers van Deliveroo niet onder de algemeen verbindend verklaarde cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: “de CAO”) komen te vallen hetgeen volgens de FNV nadelig zou zijn voor de bezorgers. De FNV was het niet eens met deze wijziging en startte een procedure. De kantonrechter oordeelde dat het karakter van de rechtsverhouding tussen de bezorgers en Deliveroo sinds de invoering van de partnerovereenkomsten niet zodanig was veranderd, dat er niet meer gesproken kon worden over een arbeidsovereenkomst. Van belang was met name het element van de gezagsverhouding. De kantonrechter oordeelde (kort samengevat) dat sprake was van een gezagsverhouding nu Deliveroo nog steeds eenzijdig de contractvoorwaarden bepaalde in standaardovereenkomsten en het systeem van Deliveroo een gunfactor toepast op basis van regelmatige beschikbaarheid en daardoor bepaalt wie op welk moment voorrang bij de opdrachten krijgt. De vrijheid van de bezorgers, de mogelijkheid om zich te laten vervangen en het recht om een opdracht te weigeren konden daar niet aan af doen. De uitspraak kreeg destijds veel aandacht omdat steeds meer bedrijven (denk bijvoorbeeld aan post.nl) werkzaamheden op deze wijze gaan organiseren. Hoger beroep Deliveroo ging in hoger beroep. In hoger beroep heeft het hof de uitspraak van de kantonrechter bevestigd. Intussen had de Hoge Raad op 6 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1746) een arrest gewezen waarin zij had overwogen dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst de partijbedoeling niet van belang is. Waar het om gaat is of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. Die omschrijving houdt in dat de werknemer zich verbindt om in dienst van de werkgever tegen loon gedurende zekere tijd (persoonlijk) arbeid te verrichten. Indien dat het geval is moet de overeenkomst worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst. Het hof heeft de zaak ook langs deze lijn beoordeeld. Voor de kwalificatie zijn dus van belang de elementen ‘in dienst’ (is er wel of niet een gezagsverhouding), ‘arbeid’, ‘loon’ en ‘gedurende zekere tijd’. In dienst van Deliveroo stelt dat tussen haar en de bezorgers geen gezagsrelatie aanwezig is omdat het de bezorgers vrij staat de werkzaamheden uit te voeren op een wijze die hen goeddunkt. Het hof relativeert die vrijheid. Wil een bezorger een redelijk inkomen halen dan zal hij de maaltijd zo snel mogelijk willen en moeten bezorgen. De vrijheid van de bezorger om zelf de precieze route te bepalen is daarmee betrekkelijk en duidt naar het oordeel van het hof niet op de afwezigheid (noch op de aanwezigheid) van een arbeidsovereenkomst. Ook een vrachtwagenchauffeur in loondienst heeft doorgaans immers die vrijheid. Deliveroo heeft de inhoud van de contracten en de wijze waarop de werkzaamheden worden georganiseerd meerdere keren eenzijdig gewijzigd. Dat het Deliveroo is die de inhoud van de contracten en de wijze waarop de werkzaamheden worden georganiseerd steeds eenzijdig wijzigt, duidt er op dat Deliveroo gezag uitoefent over de bezorgers. In algemene zin is een arbeidsovereenkomst immers een overeenkomst die door de werknemer al dan niet geaccepteerd kan worden, terwijl tussen opdrachtgever en opdrachtnemer eerder zal worden onderhandeld over de inhoud van de overeenkomst. Van een bezorger wordt voortdurend de GPS-locatie bijgehouden. Het GPS-systeem geeft Deliveroo daarmee een vergaande controlemogelijkheid op de werkwijze van de bezorger die als een vorm van gezag is aan te merken. Ook de invoering van een bonussysteem heeft voor Deliveroo de mogelijkheid vergroot om invloed uit te oefenen op het gedrag van de bezorgers (bijvoorbeeld het accepteren van ritten die de bezorgers zonder die bonus niet zouden hebben aanvaard). De arbeid die de bezorgers voor Deliveroo verrichten, wordt door het hof aangemerkt als een kernactiviteit van Deliveroo. Dat kan volgens het hof duiden op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Dit is in lijn met een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Arbeid Een bezorger heeft een zekere vrijheid. Hij mag zich bijvoorbeeld laten vervangen en hij mag ook voor een concurrent werken. Het hof is echter van oordeel dat de door Deliveroo geschetste vrijheid waarmee de arbeid kan worden verricht weliswaar kan duiden op de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst maar dat de vrijheid van de bezorgers niet van dien aard is dat daarmee de kwalificatie ‘arbeidsovereenkomst’ onverenigbaar is. Het loon Deliveroo betaalt haar bezorgers voor de door hen verrichte werkzaamheden. Daarmee is voldaan aan het loonvereiste van artikel 7:610 lid 1 BW. Deliveroo bepaalt eenzijdig de hoogte van het loon. De uitbetaling aan de bezorgers vindt elke twee weken automatisch plaats en de factuur wordt door Deliveroo en niet door de bezorger zelf opgesteld. Dat lijkt meer op de gang van zaken bij een arbeidsovereenkomst, waarbij de werkgever uit zichzelf het loon moet betalen, dan op die bij een opdrachtovereenkomst, waarbij de opdrachtnemer zelf factureert. De belastingdienst kwalificeert het overgrote deel van de bezorgers niet als ondernemer omdat zij minder dan 40 % van het minimumloon verdienen en hun werkzaamheden als hobbymatig worden aangemerkt. Het ontbreken van ondernemerschap kan een indicatie vormen voor werknemerschap. Ruim tweederde van de bezorgers van Deliveroo beschouwt zich, in ieder geval als het gaat om de omzetbelasting, niet als ondernemer. Gelet op de benaming die Deliveroo aan de contracten geeft, gaat zij ervan uit dat de afwezigheid van btw-plicht (dus hobbymatig werken) uitgangspunt is, nu dit contract ‘Regular’ wordt genoemd. In de “regular” contracten die Deliveroo aanbiedt, gaat Deliveroo uit van de afwezigheid van btw-plicht (dus hobbymatig werken). Het niet zijn van ondernemer kan volgens het hof een indicatie zijn voor het zijn van werknemer. De wijze waarop de loonbetaling door Deliveroo plaatsvindt, wijst naar het oordeel van het hof eerder op de aanwezigheid dan op de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Gedurende zekere tijd Het hof komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat de bezorgers die arbeid voor Deliveroo verrichten, dit in een verwaarloosbare omvang doen zodat voldaan wordt aan het in artikel 7:610 BW neergelegde criterium dat de arbeid gedurende zekere tijd dient te worden verricht. Conclusie en uitspraak Hof Alle omstandigheden bij elkaar genomen constateert het hof dat alle elementen meer wijzen op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst dan op de afwezigheid daarvan. Reden waarom het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter van 15 januari 2019 bekrachtigt. Gevolgen Door de uitspraak kunnen bezorgers zich beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Met een arbeidsovereenkomst hebben de bezorgers recht op het cao-loon, doorbetaling bij ziekte en wordt ook de tijd dat ze bij een restaurant moeten wachten doorbetaald. Volgens het FNV kan dit per werknemer oplopen tot duizenden euro’s achterstallig loon. Het is echter nog maar de vraag of Deliveroo over zal gaan uitbetaling van het loon, nu Deliveroo heeft aangegeven in cassatie te gaan tegen het oordeel van het hof. Het is duidelijk dat het laatste woord over deze kwestie nog niet is gesproken.

Lees meer

Oudere berichten



Werkt voor

Werkgevers, werknemers, (horeca en vastgoed) ondernemers

Opleiding

Bachelor rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit - Master arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam

Rechtsgebieden

Arbeidsrecht, Vastgoed en Bouwrecht, Sportrecht

Expertises

Handel, Industrie & MKB, Rechtsbijstandsverzekeraars, Vastgoed, Bouwrecht & Wonen

Contact

t: 020-2060751
m: ljolink@devos.nl

   

Secretaresse

Ghizlan el Morabet

Office manager

t: 020-2060755

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage