+31 (0)20 2060700info@devos.nl
“Music gives a soul to the universe, wings to the mind, flight to the imagination and life to everything.”

- Plato
Margriet Koedooder

Margriet Koedooder

Partner

Margriet Koedooder (1962) wordt door haar vele bekende cliënten hoog gewaardeerd als het gaat om haar kennis, lef, energie en probleemoplossend vermogen. Ze denkt, zoekt en vraagt door, waar andere advocaten blijven steken. Dat maakt dat zij talloze rechtszaken voor haar cliënten heeft gewonnen, waarmee ze gelijk ook een bijdrage levert aan de rechtsontwikkeling in de creatieve sectoren. Als docent en als auteur van vele boeken, (blog)artikelen en twitterberichten deelt zij haar kennis graag met alle andere personen die een warme belangstelling hebben voor (met name) het muziekrecht. Als advocaat behartigt zij de zakelijke en juridische belangen van cliënten in de muziek, media, internet en entertainmentsector. Adviseren, contracteren en begeleiden waar dat kan, procederen waar dat moet.

Superspecialist

Al op jonge leeftijd bleek haar voorliefde voor muziek en speelde ze in een band. Het was dan ook niet vreemd dat zij afstudeerde in het recht dat van toepassing is op het maken en exploiteren van creativiteit: het intellectuele eigendomsrecht. Maar ook het mediarecht heeft altijd haar warme belangstelling gehad, zoals bleek uit haar eindscriptie over een toen nog onbekend fenomeen in Nederland: het commerciële omroepbestel. Daarna maakte ze kennis met de gehele breedte van de muzieksector als adjunct-directeur bij de stichting Popmuziek Nederland. Van daar uit werd de Nederlandse popmuziek in binnen- en buitenland met behulp van vele (toen) volledig nieuwe zakelijke, financiële en juridische activiteiten gepromoot. Inmiddels werkt Margriet al weer 25 jaar als superspecialist-advocaat voor cliënten binnen en buiten Nederland. De muziek- en entertainmentbranche hebben geen geheimen voor haar en ook de zeer succesvolle Nederlandse dance-DJ’s weten haar te vinden.

Veel liefde voor haar vak en een informele stijl kenmerken Margriet. Wees dus niet bang haar te benaderen.

Nevenactiviteiten

Was initiator en organisator van de jaarlijkse Kluwer Studiedag Artiest en Recht, is gastspreker voor diverse entertainmentopleidingen zoals Muziekmanagement (ondersteund door Sena) en Masterclass Muzikaal Ondernemerschap en Masterclass Musical Entrepreneurs/European Artist Manager (Immer), initieerde, organiseerde en doceerde cursussen voor advocaten getiteld Artist & Law en Entertainment & Law, verzorgt regelmatig PAO-onderwijs aan de Universiteit van Leiden op het gebied van IE-contracten en initieerde en doceerde tijdens internationale seminars, zoals ‘The Music Business & the Law’, “Celebrities’ en ‘Competition’ in Cannes, Frankrijk.

Publicaties

Is regelmatig auteur van diverse juridische publicaties in vaktijdschriften op het gebied van muziek en/of media en recht, is auteur van diverse boekpublicaties, waaronder de jaarlijkse Praktijkgids Artiest en Recht (Kluwer), het boek Entertainmentmarketing (Couthino Publishers) en diverse buitenlandse boeken van de IAEL. Publiceert regelmatig blogartikelen, onder meer via Linkedin.

Lidmaatschappen

Lid van de International Association of Entertainment Lawyers (IAEL), Vereniging voor Auteursrecht (VvA),  Vereniging voor Media en Communicatierecht (VMC), Vereniging voor Reclamerecht (VvRR), de advocaten-specialisatie-Vereniging Intellectuele Eigendom Proces Advocaten (VIEPA) en de FIPE-netwerk voor vrouwelijke experts in het intellectuele eigendomsrecht.

Bestuurservaring

Was bestuurder van diverse organisaties, zoals: Stichting Grote Prijs van Nederland (voorzitter, bestuurslid, juryvoorzitter), Sectie Eigentijdse Muziek provincie Noord-Holland, Amsterdamse lokale omroepstichting SALTO, Stichting Amsterdamse Programmaraad (APR), Stichting Algemene Programmaraad (APR), Stichting Entertainment Groep, Externe commissie ‘Integriteit’ van de KRO-omroep, Raad van Toezicht Omroep Link.

Werkte eerder voor:

Stichting Popmuziek Nederland (SPN): beleidsmedewerker, adjunct-directeur (1984-1990), Van der Kroft c.s. Advocaten, Amsterdam (1990–1993), Kalf Katz & Koedooder Advocaten, Amsterdam (1993-2006), De Vos & Partners Advocaten: sinds 2006 - heden




Recente blog berichten • Margriet Koedooder

23-07-2021 - door Margriet Koedooder

HOE MATTHEW FISHER VAN PROCOL HARUM NA VEERTIG JAAR STILZITTEN ALSNOG MEDE-AUTEUR WERD VAN ‘A WHITER SHADE OF PALE’

Inleiding Een aantal jaren geleden werd ik betrokken bij een merkwaardige zaak. Pas na 30 jaar meldde zich bij mijn cliënten een partij die beweerde dat een door hen gemaakt (algemeen bekend en zeer succesvol) muziekwerk eigenlijk door hem was gemaakt. Deze partij claimde niet alleen het auteursrecht, maar ook de inkomsten die mijn cliënten in de afgelopen dertig jaar hadden verdiend met het werk. Verjaring makerschap? Ik was ervan overtuigd dat deze zaak naar Nederlands recht om allerlei redenen zou moeten sneuvelen voor deze pseudo-auteur. Verjaring, rechtsverwerking, dwaling, opgewekte schijn, afstand van recht en de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid schoten al door mijn hoofd. Maar op de zaak was Belgisch recht van toepassing en de pseudo-auteur kwam bij de Belgische rechter helaas een heel eind. Kan een partij op zijn woord terugkomen indien een ander daar jarenlang (gerechtvaardigd) op vertrouwd en naar gehandeld heeft? Kan de claim voor het makerschap verjaren? Dat lijken de hoofdvragen te zijn waar het hierbij om gaat. Matthew Fisher Pas onlangs kwam ik erachter dat zich in Engeland enkele jaren geleden een soortgelijke zaak heeft voorgedaan. Matthew Fisher, de organist van Procol Harum en verantwoordelijk voor het wereldberoemde orgelstuk in de wereldhit A Whiter Shade of Pale van Procol Harum, werd in 2009 – ruim veertig jaar na de eerste release van deze hit – alsnog erkend als mede-auteur van de compositie. Hoe zat dat nu precies? Hieronder vat ik de essentie van deze zaak, met toch wel een spectaculaire uitkomst, voor je samen. Voorgeschiedenis Mr Platz van platenmaatschappij en muziekuitgeverij Essex sloot op 16 mei 1967 een platencontract met de leden van Procol Harum, waaronder organist Fisher. In het contract staat onder meer het volgende: “clause 3(i)(a)” - the band members granted to Essex “the right to manufacture… sell, lease, license or otherwise use or dispose of …. records embodying the performances to be recorded hereunder ….”. Further by what I shall for consistency’s sake refer to as clause 3(i)(e), the members of the band also granted to Essex “the right to incorporate in records to be made hereunder instrumentations, orchestrations and arrangements owned by the manager at the time of recording them”. Vier dagen daarvoor, op 12 mei 1967, was de eerste single uitgebracht, getiteld A Whiter Shade of Pale (hierna: AWSOP). Ongeveer twee maanden eerder, op 7 maart 1967, hadden componist en zanger Gary Brooker en de tekstschrijver en manager Keith Reid, al een contract gesloten met Essex waarbij zij hun auteursrechten op het werk hadden overgedragen aan Essex. In de woorden van het contract dragen zij dan over: “all the Copyright as defined by the Copyright Act 1956… in the words and music of the composition ‘A Whiter Shade of Pale’ [and another song] … absolutely”. Deze overdracht kwam tot stand op basis van een demo van het later bekend geworden werk, die door Brooker zelf was ingespeeld en waarbij hij zelf de pianopartijen voor zijn rekening had genomen. Essex moest daardoor 50% van de auteursrechtelijke inkomsten doorbetalen aan Brooker en Reid. Op 17 maart 1967 wordt het werk ingeschreven bij de Britse PRS (Buma) en MCPS (Stemra). In april 1967 kwam Fisher erbij en werd de ons bekende versie van AWSOP opgenomen met daarop de wereldberoemde orgelintro van Fisher. Op 12 mei 1967 werd de opname door Decca onder licentie van Essex uitgebracht als single. Pas op 16 mei 1967 ondertekende de band een platencontract met Essex. Fisher verliet de band weer in 1969, bij welke gelegenheid hij door de band werd gevrijwaard voor schulden, in ruil voor het door hem afzien van bepaalde royalty-inkomsten (niet zijnde auteursrechtaanspraken). En de rest is geschiedenis. AWSOP is het succesvolste Britse lied aller tijden en is tenminste 1000 keer gecoverd door andere artiesten. Er zijn meer dan 10 miljoen platen verkocht en het werk is heel veel gebruikt in films, commercials en als ringtone. Essex draagt haar auteursrechten op het werk in 1993 over aan Onward Music Ltd die tot op de dag van vandaag de muziekuitgever is van het werk. In 1991 en 2003 werkt Fisher mee aan nieuwe albums van Procol Harum en doet hij als muzikant mee aan de optredens. Maar de samenwerking stopt aldoor weer snel. Fisher getuigt bij de rechtbank dat hij al in 1967 voor het eerst vroeg om een aandeel in het auteursrecht op de muziek, maar daar werd toen niet op gereageerd. Hij wilde zijn verzoek destijds niet doorzetten, omdat hij bang was anders uit het zo succesvolle Procol Harum te worden gezet. Ook in 1971 en in 1991 heeft hij naar eigen zeggen aangegeven dat hij meende recht op royalties te hebben die maar niet werden betaald, maar daarmee doelde hij niet specifiek op auteursrechtelijke inkomsten. In april 2005 stuurt Fisher een sommatiebrief naar Brooker, Reid en Onward Music. Hij claimt een aandeel in het auteursrecht op de compositie en doet een schikkingsvoorstel. Dat voorstel wordt niet aanvaard en op 31 mei 2005 start Fisher – na bijna veertig jaar - alsnog een rechtszaak.                                    Rechtbank Fisher krijgt na enkel jaren procederen uiteindelijk grotendeels gelijk van de rechtbank. De rechtbank behandelt de volgende rechtsvragen: Kun je ook na 38 jaar stilzitten alsnog het auteurschap claimen van een werk? Ja dat kan, want in de Engelse wetgeving staat nergens dat dat niet kan, zijn rechten zijn niet verjaard; Is het orgelstuk origineel genoeg om een ‘werk’ te zijn in de zin van de auteurswet? Ja, dat is het geval. De rechter oordeelt dat Fisher voor 40% mede-componist is van AWSOP; Heeft Fisher zijn rechten niet al eerder overgedragen aan Essex? Nee, dat is niet het geval; Zijn Fisher’s rechten mogelijk vervallen vanwege het platencontract dat hij eerder sloot met Essex? Nee, ook dat is volgens de rechtbank niet het geval; Heeft Fisher zijn rechten mogelijk verspeeld vanwege de 40 jaar lang ‘opgewekte schijn’ dat hij geen aanspraak maakte op zijn mede-makerschap? Of heeft Fisher wellicht berust in de situatie en kan hij daar nu niet meer op terugkomen? Heeft hij wellicht door veertig jaar stil te zitten (impliciet) afstand gedaan van zijn aanspraken? Van dit alles is geen sprake volgens rechter J. Blackburne; Kan Fisher schadevergoeding vanwege niet-ontvangen royalty’s claimen tot 6 jaar vóór het sturen van de sommatiebrief? Nee, dat kan volgens de rechtbank niet. Fisher wordt geacht voor die periode een impliciete licentie te hebben verleend aan Essex/Onwards voor de exploitatie van het werk; Wat voor juridische oplossing kan Fisher nog realiseren na veertig jaar? Hij kan geen verbodsrecht uitoefenen volgens de rechtbank, maar hij krijgt wel een verklaring voor recht, te weten: Fisher is voortaan mede-auteur van de compositie AWSOP; Fisher is voortaan voor 40% mede-componist; Fisher heeft tot de start van de rechtszaak een impliciete toestemming gegeven voor de exploitatie van het werk, welke licentie per de start van de gerechtelijke procedure op 31 mei 2005 is geëindigd. Vanaf dat moment heeft Fisher recht op zijn aandeel in de inkomsten uit de auteursrechten. Hoger beroep In hoger beroep blijkt dat de strijdende partijen allebei berusten in een aantal oordelen van de rechtbank. Met name de kwesties genoemd onder a., b., f. en g. komen in hoger beroep niet meer aan de orde. Het Hof is in tegenstelling tot de rechtbank van mening dat het ‘oneerlijk’ (‘unconscionable’) is van Fisher om de ‘ impliciet’ verstrekte licentie aan Essex/Onwards in te trekken. Ook verzetten de leerstukken van ‘berusting’ en ‘rechtsverwerking’ zich tegen het oordeel van de rechtbank om Fisher alsnog een 40% aandeel in de (toekomstige) inkomsten voor de compositie te verstrekken als mede-auteur. Hooggerechtshof (Lawlords) Bij het Hooggerechtshof (dan nog: de lawLords) zijn er vervolgens nog drie te beslissen onderwerpen over, namelijk: had Fisher in 1967 zijn auteursrechten wellicht ‘impliciet’ overgedragen aan Essex? had Fisher zijn rechten verloren vanwege de in het platencontract opgenomen overdracht van rechten? was Fisher in 2005 inderdaad te laat met zijn claim en handelde hij daardoor ‘oneerlijk’ (unconscionable) en konden de verweerders zich terecht beroepen op juridische leerstukken zoals ‘ berusting’, ‘rechtsverwerking’ of zoiets als ‘opgewekte schijn’ (naar Engels recht ‘estoppel’) waardoor Fisher – ondanks zijn mede-auteurschap – inderdaad niet alsnog 40% van de inkomsten kon claimen? De Lords oordeelden op 30 juli 2009 als volgt. Ad I      Van een impliciete overdracht van auteursrechten kon volgens de Lords geen sprake zijn. Zo’n overdracht moet blijken uit de feiten, die na veertig jaar niet goed meer te reconstrueren waren. Veel betrokkenen waren overleden. Essex had de auteursrechten op het werk in maart 1967 overgedragen gekregen van Brooker en Reid. Het werk was echter pas later in de finale vorm opgenomen en uitgebracht en door Essex geëxploiteerd. Ook het platencontract was pas na de release ondertekend. De gedaagden konden niet genoeg feiten van veertig jaar geleden aanvoeren die zouden moeten leiden tot de conclusie dat Fisher al vóór de ondertekening van het platencontract, inderdaad impliciet zijn auteursrechten had overgedragen aan Essex. Sterker, Fisher werd pas na maart 1967 betrokken bij de opname van AWSOP, terwijl Brooker en Reid hun auteursrechten toen al hadden overgedragen aan Essex. Dit argument werd afgewezen. Ad II     De rechtbank had eerder geoordeeld dat het platencontract niet zo zeer ging over de overdracht van auteursrechten, maar over het verstrekken van het recht aan Essex om de muziekopname van AWSOP te exploiteren. Door de ondertekening van het platencontract had Fisher in feite uitsluitend een licentie verstrekt aan Essex om de eerste opname van het werk waarvan hij (achteraf bezien) een co-auteur was, te exploiteren. Van een overdracht van auteursrecht was in het platencontract geen sprake. Ad III    De Lords constateerden dat er in feite drie belangrijke momenten zijn aan te wijzen, namelijk: De periode in 1967 toen de opname werd gemaakt en uitgebracht; Het vertrek van Fisher uit de band in 1969; De start van de gerechtelijke procedure in 2005. 1967 Fisher had in 1967 geen auteursrecht geclaimd ten tijde van de opname en de release van AWSOP. Had Fisher dat destijds wèl gedaan, dan had hij alsnog zijn rechten moeten overdragen aan Essex, aldus de verweerders. Door pas een claim in te dienen nadat het werk enorm succesvol was gebleken, verkreeg hij op oneerlijke wijze een enorm onderhandelingsvoordeel, aldus Brooker en Reid. De Lords vonden deze redenering echter weinig consequent, aangezien de verweerders in eerdere instanties hadden beweerd dat – had Fisher in 1967 inderdaad een claim ingediend – hij uit de band zou zijn gezet en het werk zonder zijn bijdrage zou zijn uitgebracht. In cassatie waren verweerders bovendien te laat met zo’n nieuw verweer. De Lords vonden het logischer te concluderen dat – had Fisher in 1967 inderdaad zijn aandeel in het auteursrecht opgeëist – Fisher dan ook een aandeel in de royalty-inkomsten zou hebben gehad, terwijl daar juist in al die veertig jaren van exploitatie geen enkele sprake van was geweest. Dat geld was immers volledig naar Brooker, Reid en Essex gegaan. De Lords vonden dat anno 2009 duidelijk volstrekt onrechtvaardig. Van rechtsverwerking of ‘opgewekt vertrouwen’ juist doordat Fisher in 1967 geen auteursrecht had geclaimd, was volgens de Lords geen enkele sprake. 1969 Was dat wellicht in 1969 anders, toen Fisher de band verliet? Hij had toen immers afstand gedaan van zijn rechten, in ruil voor een vrijwaring. Dat zou in beginsel hebben gekund, maar uit de door de jury in eerdere instanties vastgestelde feiten bleek dat niet. In de overeenkomst werd bovendien met geen woord gerept over auteursrecht. In cassatie konden de Lords dan ook niets meer met dit argument. 2009 De Lords concludeerden vervolgens, dat – in tegenstelling tot de Ierse wetgeving -  de Engelse wetgeving geen belemmering bevat voor het pas na veertig jaar claimen van een eigendomsrecht, zoals het muziekauteursrecht op (een deel van) een werk. Bovendien werden Brooker, Reid en Essex niet benadeeld door de opgetreden ‘vertraging’ als het ging om de 40% claim, nu zij daardoor juist veertig jaar lang zeer substantiële (extra) inkomsten hadden ontvangen, te weten het aandeel in de inkomsten dat anders aan Fisher zou zijn toegekomen. Brooker en Reid hadden geen nadeel geleden maar juist voordeel genoten! De tijd was nu gekomen om dat recht te zetten. In de woorden van één de Lords, te weten Baroness Hale of Richmond: ‘As one of those people who do remember the sixties, I am glad that the author of that memorable organ part has at last achieved the recognition he deserves’. Eind goed al goed voor Matthew Fisher. Tekst: Margriet Koedooder De Vos & Partners Advocaten, Amsterdam Hèt advocatenkantoor voor de creatieve industrie PS: In de Buma/Stemra database staan op 23 juli 2021 de volgende rechthebbenden vermeld:  

Lees meer

28-05-2021 - door Margriet Koedooder

Wat is het verschil tussen een schriftelijke en een elektronische handtekening als het gaat om de overdracht of exclusieve licentie van muziek(uitgave)rechten?

Inleiding Regelmatig heb ik in mijn praktijk te maken met de overdracht van auteursrechten. Ook word ik regelmatig betrokken bij het verlenen van een exclusieve licentie door de ene partij aan de andere partij. De vraag is dan: welke eisen gelden er voor een rechtsgeldige overdracht en voor het rechtsgeldig verstrekken van een exclusieve licentie? Op deze vraag ga ik hieronder wat dieper in. Persoonlijkheidsrechten Auteursrechten en naburige rechten zijn overdraagbaar. Dat blijkt uit de Auteurswet en de Wet Naburige Rechten. Niet alle onderdelen van een auteursrecht zijn overdraagbaar. Zo blijft bij de maker van een werk altijd het persoonlijkheidsrecht om zich te kunnen verzetten tegen verminkingen van zijn of haar werk. Van dit recht kan de maker geen afstand doen. Ook al kom ik in contracten regelmatig tegen dat de maker afstand doet van alle persoonlijkheidsrechten, voor het recht om je te verzetten tegen verminkingen geldt dat niet. De regeling is van dwingend recht en geldt ook voor artiesten, oftewel uitvoerende kunstenaars. Eisen overdracht Wil van een rechtsgeldige overdracht van een auteursrecht of een naburig recht sprake kunnen zijn, dan moet er aan drie eisen worden voldaan: Er moet sprake zijn van een geldige titel, oftewel een onderlinge rechtsverhouding tussen de overdrager en de partij die overgedragen krijgt; De overdrager moet daadwekelijk over de rechten kunnen beschikken en dus zelf écht de eigenaar ervan zijn, in andere woorden: beschikkingsbevoegd zijn; De auteursrechten of naburige rechten moeten daadwerkelijk zijn geleverd. Het verstrekken van een niet-exclusieve licentie oftewel gebruikstoestemming aan een partij, kan nog steeds mondeling. Maar voor de overdracht en de exclusieve licentie vereist de Auteurswet en de Wet Naburige Rechten (WNR) een ‘daartoe bestemde akte’, oftewel een akte, waaruit de levering blijkt. Maar wat is een akte? Een akte is een geschrift, dat is ondertekend door de overdragende partij. De wetgever wil de maker of uitvoerend kunstenaar door het stellen van deze schriftelijkheidseis met name een moment geven om even goed na te denken over de beoogde transactie. Op die manier kunnen te lichtvaardige acties van de maker of artiest worden voorkomen, zo is de gedachte. Sinds de invoering van de Wet Auteurscontractenrecht per 1 juli 2015, is de auteur en de artiest volgens de wetgever een ‘zwakke partij’ die moet worden beschermd tegen de ‘sterke’ exploitanten. Grijs repertoire In de periode voor de uitvinding van de computer, was het voor een ieder wel duidelijk wat een geschrift was. Een ieder begrijpt dat het dan gaat om papier waarop tekst staat en waar – wil sprake zijn van een akte - een handtekening onder staat. Een ondertekend papier is nodig, doordat auteursrechten en naburige rechten heel erg lang meegaan en het ondertekende papier dient tot bewijs van de overdracht of licentie. Zo’n geschrift moet dus gedurende lange tijd raadpleegbaar zijn. In de praktijk gaat dat bij oudere werken wel eens mis. Documenten van meer dan vijftig jaar geleden zijn lang niet altijd gedigitaliseerd opgeslagen zodra dat kon en raken dan wel eens zoek bij een verhuizing, worden vernietigd door een brand of raken om andere redenen kwijt. Het gevolg daarvan is dat – mocht het op enig moment nodig zijn – de rechthebbende zijn ‘titel’ niet meer kan bewijzen. In de muziekindustrie is er best wel veel ‘grijs repertoire’ om deze redenen, oftewel repertoire waarvan het niet (meer) zeker is of betwist kan worden wie de echte rechthebbende is. Elektronisch akte De wetgever heeft dankzij de opkomst van de computer en het internet voorzien in een elektronische variant van de ‘akte’. In artikel 156a Rv staat daarover het volgende: Artikel 156a Lid 1 Onderhandse akten kunnen op een andere wijze dan bij geschrift worden opgemaakt op zodanige wijze dat het degene ten behoeve van wie de akte bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt. Lid 2 Aan een wettelijke verplichting tot het verschaffen van een onderhandse akte kan alleen op een andere wijze dan bij geschrift worden voldaan met uitdrukkelijke instemming van degene aan wie de akte moet worden verschaft. Een instemming ziet, zolang zij niet is herroepen, eveneens op het verschaffen van een gewijzigde onderhandse akte. Het in de eerste zin van dit lid bepaalde lijdt uitzondering indien de akte eveneens is ondertekend door degene aan wie de akte op grond van de wet moet worden verschaft. Deze regeling betekent in de praktijk, dat een door bijvoorbeeld de koper van een auteursrecht op een werk per fax of email ontvangen document, waaruit de instemming van de auteursrechthebbende blijkt met de verkoop, als zo’n elektronische akte kan gelden. Daarnaast is er een wettelijke regeling van de elektronische handtekening (artikel 3:15a BW) en van de overeenkomst die langs elektronische weg tot stand is gekomen (artikel 6:227a BW). Handtekening Maar er dient – wil sprake zijn van een geldige levering - niet alleen sprake te zijn van een ‘geschrift’ maar ook van een handtekening. Vroeger ging het dan dus altijd om een schriftelijke handtekening, maar tegenwoordig bestaan er ook drie soorten elektronische handtekeningen die in de wet zijn geregeld, te weten: De gewone elektronische handtekening; De geavanceerde elektronische handtekening; De gekwalificeerde elektronische handtekening. Aan de gewone elektronische handtekening worden weinig (technische) eisen gesteld, maar de betreffende handtekening moet wel voldoende betrouwbaar zijn. Aan de andere twee soorten handtekeningen worden hogere eisen gesteld. Voor de rechtsgeldige levering van de rechten op een werk of een prestatie van een artiest, kan met een gewone elektronische handtekening worden volstaan als de gebruikte methode ‘voldoende betrouwbaar’ is. Wanneer dat wel en niet het geval is, is voor discussie vatbaar. Vandaar dat veel professionals kiezen voor de ‘geavanceerde elektronische handtekening’. Daarvoor is veel software beschikbaar op de markt. Een veel gebruikt programma voor de elektronische ondertekening van contracten en documenten is bijvoorbeeld Docusign. Praktijk In de dagelijkse muziekpraktijk komt het heel vaak voor, dat overdrachten en licenties plaatsvinden door: Ondertekening door beide partijen van een print van een elektronisch document; Het maken van een scan van die ondertekende print; Het versturen van de scan naar de wederpartij. Of daarmee écht is voldaan aan alle wettelijke eisen staat echter ter discussie. Nu gaat het in heel veel gevallen goed, doordat niemand een beroep doet op de ongeldigheid van de overdracht of exclusieve licentie. Maar een partij zou dat wel kúnnen doen. De straf op een ongeldige levering is dat de wederpartij de nietigheid of de vernietigbaarheid van de transactie kan inroepen. Wordt zo’n beroep terecht gedaan, dan heeft de (ver)nietig(baar)heid) terugwerkende kracht en dat kan enorme gevolgen hebben. Digitale platforms In de dagelijkse praktijk worden ook veelvuldig rechten op muziekwerken min of meer automatisch overgedragen of exclusief in licentie gegeven door middel van het uploaden van de eigen muziek naar een digitaal platform, bijvoorbeeld Beatstars. Hierover heb ik al eens eerder een artikel geschreven. Ik vermoed dat dergelijke transacties naar Nederlands recht vrijwel altijd vernietigbaar zullen blijken te zijn, maar dat kan voor de maker die ondoordacht een werk heeft geupload, welk werk ineens ontzettend populair blijkt te zijn worden, dan vooral een zegen zijn. Dit vanwege de mogelijkheid als maker en artiest om de transactie alsnog te vernietigen vanwege de ongeldigheid van de elektronische handtekening. Een geluk bij een ongeluk, zeg maar. Tekst: Margriet Koedooder De Vos & Partners Advocaten, Amsterdam Hèt advocatenkantoor voor de creatieve industrie  

Lees meer

Oudere berichten



Werkt voor

binnen- en buitenlandse bedrijven, organisaties en individuen werkzaam in de entertainment-, muziek, media en reclamebranche en werkt als advocaat voor organisaties en fondsen binnen de culturele sector. Werkt voor vele cliënten in de (inter)nationale EDM-sector.

Opleiding

Universiteit van Amsterdam, Nederlands recht (1984).

Rechtsgebieden

IE & ICT, Auteursrecht, Handelsnaamrecht, Media, Muziek & Entertainment, Muziekrecht, Mediarecht, Subsidierecht, Geschillenbeslechting, Procesrecht, Hoger beroep & second opinion

Expertises

Creatieve industrie, Entertainment en film, Kunst en cultuur, Mode en design, Poppodia en Festivals, Muziek, Reclame, media & communicatie, Software, Internet & ICT, Handel, Industrie & MKB

Contact

t: +31 (0)20 2060755
m: +31 (0)6 53812777
m: mkoedooder@devos.nl

   

Sla op met Vcard

Secretaresse

Ghizlan el Morabet

Office manager

t: 020-2060755

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage