+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Rick de Boer

Rick de Boer

Advocaat

Rick de Boer (1988) is, nadat hij in 2016 al kort werkzaam is geweest, in november 2019 weer bij de Vos en Partners Advocaten in dienst getreden.

Rick is afgestudeerd van de Vrije Universiteit van Amsterdam in de afstudeerrichting Privaatrecht, alwaar hij stevige fundamenten voor zijn carrière in het Personen- en familierecht en het Erfrecht heeft gelegd.

Tijdens zijn studie is Rick werkzaam geweest in de reisbranche. Hij heeft dit met veel plezier gedaan, maar miste bij tijd en wijle de intellectuele uitdaging. Vandaar dat hij ervoor heeft gekozen om een nieuwe stap in zijn carrière te maken. Met zijn betrokkenheid en inlevingsvermogen zet Rick zich nu voor de volle 100% in voor cliënten.

Momenteel werkt Rick aan verscheidene juridische vraagstukken uit de algemene praktijk. Dit geeft hem de mogelijkheid om veel ervaring op te doen in verschillende rechtsgebieden. Hierin komt zijn vermogen tot aanpassen volledig tot zijn recht. Het mooie aan het werk als advocaat vindt Rick dan ook de diversiteit, waarin hij constant op zoek is naar de beste oplossing voor zijn cliënten.

 




Recente blog berichten • Rick de Boer

26-11-2021 - door Rick de Boer

De relatie tussen een beroep op de legitieme portie en giften

Ik krijg regelmatig de vraag van cliënten of zij er verstandig aan doen om een (aanvullende) beroep te doen op de legitieme portie. Dat antwoord is helaas niet eenduidig te geven, omdat dit van een aantal omstandigheden afhangt. Eén van die omstandigheden is of er bij leven veel giften zijn gedaan door de overledene. De wet bepaalt namelijk dat de legitieme porties worden berekend over de waarde van de goederen, welke waarde wordt vermeerderd met in aanmerking te nemen giften. De wetgever heeft deze bepaling opgenomen, omdat de gedachte is dat de legitieme portie niet (bewust) moet kunnen worden uitgehold. Indien giften namelijk niet zouden worden meegeteld, zou de overledene bij leven zijn hele vermogen kunnen schenken, waarmee de legitieme portie op nihil zal uitkomen. Tellen alle giften mee voor de berekening van de legitieme portie? Het korte antwoord hierop is nee. De wet bepaald welke giften meetellen in de berekening. Artikel 4:67 BW geeft een lijst van giften die meetellen voor berekening van de legitieme portie, te weten: giften die kennelijk gedaan en aanvaard zijn met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld; giften die de erflater gedurende zijn leven te allen tijde had kunnen herroepen of die hij bij de gift voor inkorting vatbaar heeft verklaard; giften van een voordeel, bestemd om pas na zijn overlijden ten volle te worden genoten; giften, door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is; andere giften, voor zover de prestatie binnen vijf jaren voor zijn overlijden is geschied. Vreemd genoeg is de hoofdregel te vinden onder punt 5. Alle giften, welke binnen 5 jaar voor het overlijden zijn gedaan, tellen mee in de berekening. De overige vier categorieën zijn speciale gevallen en uitzonderingen op deze regel. De overige categorieën giften zijn niet begrensd in tijd en tellen dus ook mee wanneer zij langer dan vijf jaar voor het overlijden zijn gedaan. Voorgaande opsomming is wel limitatief. Dat wil zeggen, valt een gift niet onder één van de categorieën, dan telt deze niet mee voor de berekening. Gebruikelijke, niet bovenmatige giften en de legitieme portie Belangrijk is nog om te vermelden dat een onderscheid wordt gemaakt als het gaat om ‘gebruikelijke, niet bovenmatige giften’. Deze tellen namelijk niet mee in de berekening van de legitieme portie. Onder deze categorie giften vallen in ieder geval verjaardagscadeaus. Daarbij wordt rekening gehouden met de welstand van de schenker. Een meer vermogend persoon zal in de regel ook grotere cadeaus geven. In de rechtspraak wordt ook wel de vuistregel gehanteerd dat giften, die niet groter zijn dan het jaarlijks van schenkbelasting vrijgestelde bedrag, gebruikelijk en niet bovenmatig zijn. Imputatie Als vervolgens is vastgesteld welke giften moeten worden meegeteld in de berekening en de berekening van de legitieme portie is gemaakt, zijn we er nog niet. Namelijk, alle giften gedaan aan diegene die een beroep op de legitieme portie doet, worden in mindering gebracht op zijn/haar legitieme portie. Dat is de zogenoemde imputatie. Daarnaast is ook bepaald dat giften aan een kind van de overledene, die is overleden voor de overledene, in mindering worden gebracht op de legitieme portie van een kleinkind. Immers, de wetgever is ervan uitgegaan dat de gift middels bij overlijden aan de kleinkinderen is toegekomen en zij daarvan niet dubbel profijt van mogen hebben. Bovendien wordt de legitieme portie ook verminderd met een eventuele verkrijging van een sommenverzekering, die geen pensioenverzekering is, en die door het overlijden tot uitkering komt.   Conclusie Kortom, of u er verstandig aan doet om een beroep te doen op de legitieme portie hangt af van verschillende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de giften die door de overledene, al dan niet aan u, zijn gedaan. Daarbij is ook van belang om vast te kunnen stellen óf er sprake is van een gift, aan wie de gift is gedaan en wanneer de gift is gedaan. Heeft u vragen over giften en de legitieme portie, aarzel dan niet en neem vrijblijvend contact op met ons kantoor via 020-2060700 of info@devos.nl. Een team van erfrechtspecialisten staat voor u klaar om u te woord te staan.  

Lees meer

07-05-2021 - door Rick de Boer

De bekende (anonieme) zaaddonor

De rechtbank Gelderland heeft op 24 maart 2021 een onbevredigende uitspraak gedaan over het prijsgeven van de identiteit van een bekende zaaddonor. De moeder en dochter vorderden de verstrekking van de gegevens van de B-donor van het ziekenhuis, waar de donatie heeft plaatsgevonden. Het ziekenhuis wilde de gegevens wel verstrekken, maar stelde zich op het standpunt dat zij daartoe niet is gemachtigd, omdat de donor op enig moment heeft aangegeven anoniem te willen blijven. De rechtbank heeft geoordeeld dat een afweging van de belangen van de dochter enerzijds en de belangen van de donor anderzijds niet kan worden gemaakt, doordat de donor geen partij is in deze procedure en de rechtbank summiere informatie heeft over zijn motieven en belangen. Het ziekenhuis kan dus niet worden verplicht de identiteit van de donor bekend te maken. Categorieën donoren Alvorens in te gaan op de wettelijke bepalingen en inhoud van de uitspraak is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de categorieën B-donoren en A-donoren. B-donoren zijn mannen die bij de zaaddonatie hebben aangegeven voorlopig anoniem te willen blijven voor het donorkind. Het donorkind heeft later wel de mogelijkheid om te kunnen achterhalen wie zijn biologische vader is. Het donorkind kan op 12-jarige leeftijd bij Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) al een aantal basisgegevens van zijn/haar donor opvragen. Wanneer het donorkind de leeftijd van 16 jaar of ouder heeft bereikt, krijgt het donorkind de mogelijkheid om de biologische vader te kunnen ontmoeten. A-donoren zijn mannen die bij de zaaddonatie hebben aangegeven geheel anoniem te willen blijven voor het donorkind. Het donorkind zal dus nooit kunnen achterhalen wie zijn biologische vader is. Sinds de invoering van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) op 1 juni 2004 is het in Nederland verboden om als A-donor te doneren. Het blijkt namelijk dat kinderen psychische schade kunnen lijden onder het feit dat ze hun biologische vader niet kennen. De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting Sinds 1 juni 2004 is de Wdkb in werking getreden, waarbij het uitgangspunt is dat elk kind recht heeft op kennis over zijn afstamming. Dat heeft dus tot gevolg dat het vanaf dat moment niet meer mogelijk is om anoniem (als A-donor) zaad te doneren. De Wdkb voorziet nu in de verplichting om de afstammingsgegevens van de donor in een centraal registratiesysteem te bewaren. Dit systeem wordt beheerd door de SDKB. In dit systeem worden alleen de behandelingen die leiden tot een zwangerschap geregistreerd. Een ander belangrijk onderdeel van de wet is neergelegd in artikel 12 Wdkb, waarbij de donor, die voorafgaande aan de volledige inwerkingtreding heeft gedoneerd, de mogelijkheid wordt gegeven tegenover de SDKB te verklaren dat zijn identiteit niet kan worden vrijgegeven. Dit artikel zou met name van belang moeten zijn voor de A-donoren, aangezien zij bij de donatie reeds hebben aangegeven anoniem te willen blijven. Het opnemen van dit artikel heeft echter ook tot gevolg gehad, dat B-donoren, die eerder hebben aangegeven dat de identiteit op enig moment vrij mag worden gegeven, nu de mogelijkheid hebben gekregen om toch anoniem te blijven. Het effect daarvan is, dat moeders die specifiek hebben willen kiezen voor een B-donor, geconfronteerd kunnen worden met een A-donor. Zo geschiedde ook in de uitspraak die hiernavolgend wordt besproken. De rechtszaak De dochter, het donorkind en eiseres in deze procedure, is in 1998 geboren. De moeder is zwanger geworden door middel van een ivf-behandeling en heeft toentertijd uitdrukkelijk gekozen voor een zaaddonatie van een B-donor. Zij vond het kennelijk belangrijk dat haar kind de identiteit van de biologische vader kon achterhalen. Toen de dochter 16 jaar werd, heeft zij de gegevens van de donor bij het ziekenhuis opgevraagd. Daar kreeg zij nul op het rekest. Zonder dat de dochter of de moeder het wisten, heeft de donor namelijk op enig moment na de donatie – op grond van artikel 12 Wdbk – bij het ziekenhuis verklaard toch anoniem te willen blijven. De dochter en moeder hebben nu gevorderd dat het ziekenhuis alsnog de gegevens van de donor dient te verstrekken en hebben tevens een schadevergoeding gevorderd. Het standpunt van het ziekenhuis is dat zij de gegevens wel wil verstrekken, maar dat zij daartoe niet is gemachtigd, omdat de donor die toestemming niet heeft gegeven. Het ziekenhuis beroept zich dus kortgezegd op overmacht (artikel 6:75 Burgerlijk Wetboek). Het oordeel van de rechtbank is dat niet in geschil is dat de dochter in beginsel recht heeft op de gegevens en dat het ziekenhuis dus is gehouden de verlangde gegevens van de donor aan de dochter te verstrekken. Deze gegevens, zo vervolgt de rechtbank, kunnen echter pas worden verstrekt nádat een afweging heeft plaatsgevonden tussen de belangen van de dochter enerzijds en de belangen van de donor anderzijds. Aan de ene kant heeft de dochter het grondrecht om te weten wie haar ouders zijn en aan de andere kant heeft de donor het grondrecht dat zijn identiteit niet tegen zijn wil wordt prijsgegeven. Doordat de donor geen partij is in deze procedure en de rechtbank summiere informatie heeft over zijn motieven en belangen, oordeelt de rechtbank dat zij de belangenafweging niet kan maken. Daarbij is voor de rechtbank tevens van belang, dat de donor bij een oordeel in zijn nadeel, niet in hoger beroep kan zonder zijn identiteit alsnog prijs te moeten geven. De rechtbank wijst de vorderingen daarom af. De taak van de wetgever De rechtbank concludeert dat deze beslissing een onbevredigende slotsom is, maar dat de grens is bereikt van wat de rechter kan beslissen en dat de wetgever hier aan zet is. De rechtbank overweegt het volgende: “Dat er, naast anonieme donoren en door de moeder zelf aangedragen bekende donoren, ook donoren zijn geweest die enkel bij de KID-instantie bekend waren en die hun aanvankelijke instemming met bekendmaking van hun gegevens naderhand hebben ingetrokken, is door de wetgever onvoldoende onderkend bij de totstandkoming van art. 12 WDKB. Dit terwijl de kinderen die met het zaad van laatstbedoelde donoren zijn verwekt, zoals [de dochter], erop mochten rekenen dat zij de identiteit van hun biologische vader te weten zouden komen en dus door de rechtsgevolgen van het derde lid van deze bepaling bijzonder hard worden getroffen in hun grondrecht te weten van wie zij afstammen. Bovendien is er geen reden te bedenken waarom kinderen die vóór 1 juni 2004 met zaad van een bekende donor zijn verwekt de belangenafweging wordt onthouden, waarin art. 3 lid 2 WDKB voorziet voor kinderen die ná 1 juni 2004 met zaad van een donor zijn verwekt.” Conclusie Het moge duidelijk zijn dat deze uitspraak een onbevredigende uitkomst is voor wellicht vele donorkinderen. Deze uitspraak schept immers een precedent voor toekomstige vergelijkbare kwesties en heeft verstrekkende gevolgen voor kinderen van zaaddonoren, die hadden verwacht de identiteit van hun vader te weten te komen. Naar aanleiding van het rapport van de Tweede evaluatie Wdkb, heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onder meer aangegeven dat de mogelijkheid om van B-donor naar anonieme donor te veranderen, niet past bij de geest van de Wdkb. Afhankelijk van toekomstige rechterlijke uitspraken zou de minister bereid zijn een wetwijziging in gang te zetten. Het laatste woord hierover is dus nog niet gezegd. Wij zullen u op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Heeft u vragen over het donorschap, of overweegt u wellicht zelf zaaddonor te worden, aarzel dan niet en neem vrijblijvend contact op via 020-2060700 of info@devos.nl Een team van ervaren familierechtspecialisten zit voor u klaar om uw vragen te beantwoorden.

Lees meer

Oudere berichten



Werkt voor

Particulieren en ondernemers

Opleiding

Universiteit van Amsterdam, Bachelor Rechtsgeleerdheid, Nederlands recht - Vrije universiteit van Amsterdam, Master rechtsgeleerdheid: Privaatrecht

Rechtsgebieden

Erfrecht, Familierecht

Expertises

Familierecht, Rechtsbijstandsverzekeraars

Contact

t: 020-2060752
m: RdeBoer@devos.nl

   

Secretaresse

Laura Overwater

Secretariaat

t: 020-2060733

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage