+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Victor den Hollander

Victor den Hollander

Advocaat

Victor den Hollander (1985) is in 2012 afgestudeerd van de Universiteit Leiden in de afstudeerrichting Civiel Recht en scriptie in het Intellectuele Eigendom. Hij heeft zijn juridische kennis en ervaring in het veld van het intellectueel eigendomsrecht vervolgens in de praktijk eigen gemaakt. Met een focus op auteursrecht en de bescherming van creativiteit in de breedste zin.

Na zijn studie heeft hij een jaar bij een Amsterdamse startup in duurzame energie gewerkt om daarna 4 jaar ervaring op te doen in de inbreukbestrijding in de entertainmentindustrie. Met name juridische ICT-problemen, opsporing en (online) handhaving op het gebied van auteursrecht en onrechtmatige daad kennen voor hem geen geheimen meer. Victor weet als geen ander zijn weg op internet. Sinds enkele jaren werkt hij als advocaat voor de creatieve industrie, in het bijzonder intellectueel eigendom, auteursrecht, online platforms, muziek, (digitale) media en entertainment.

In zijn vrije tijd geniet hij van film, muziek, lezen en reizen.




Recente blog berichten • Victor den Hollander

30-04-2021 - door Victor den Hollander

Rechter beveelt 3x afgifte identificerende gegevens illegale aanbieders

Deze week hebben rechthebbenden wiens producten worden misbruikt door kwaadwillende partijen positieve resultaten behaald. De rechtbanken in Amsterdam, Utrecht en Den Haag bevelen gelijkgezind aan de desbetreffende aanbieders om de identificerende gegevens van de inbreukmakers over te dragen aan de partijen op wiens rechten inbreuk wordt gemaakt. PVH / Facebook PVH is het modebedrijf achter onder andere Tommy Hilfiger, Calvin Klein en Karl Lagerfeld. PVH heeft Facebook gewezen op ruim 3000 Facebook-advertenties en 352 Instagram-accounts met advertenties, waarin inbreuk wordt gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten (merk en auteursrechten) van PVH. Het gaat om advertenties van producten die niet van PVH afkomstig zijn, maar waarbij wel de merken van PVH worden getoond. Bij deze advertenties zijn knoppen geplaatst met de tekst ‘Shoppen’ of ‘Shop Now’ die verwijzen naar illegale websites waar nepartikelen worden verkocht. Om de partijen die achter deze illegale advertenties zitten aan te kunnen spreken, wil PVH de persoonsgegevens ontvangen van Facebook, maar Facebook wilde hier niet aan meewerken. Volgens PVH levert het niet op verzoek verstrekken van de identificerende gegevens in dit geval een onrechtmatige daad[1] op. Facebook verweert zich onder meer op basis van de subsidiariteit. Volgens Facebook kan PVH een andere, minder verstrekkende route bewandelen om deze gegevens te verkrijgen. De rechter verwerpt dit verweer en alle andere verweren van Facebook. Zelfs de informatie van de Facebook-pixel moet worden gedeeld. De informatie van de Facebook-pixel is een analytics tool die onder meer informatie bevat over welke pagina’s gebruikers bezoeken op een website. Met deze data herkent Facebook de gebruikers die eerder op de website zijn geweest, en kan herkend worden welke acties personen ondernemen op de website. Uiteindelijk moet PVH van de Rechtbank Amsterdam de volgende gegevens ontvangen van de partijen die de advertenties en accounts hebben aangemaakt: de naam, het adres en de woonplaats, het e-mailadres en het telefoonnummer waarmee de betreffende advertenties en accounts zijn aangemaakt, de datum van registratie, de datum, tijd en IP-adressen die gebruikt zijn voor het in- en uitloggen en voor het aanmaken van de advertentie, de betaalmethode en de betaalgegevens van elk account, en ook de informatie die met de Facebook-pixel is verzameld.[2] Stichting Brein / Rabobank Stichting Brein is als auteursrechthandhaver, die namens de boeken-, game-, film- en muziekindustrie (kortom: eigenlijk de hele creatieve industrie) optreedt, al jaren bezig met het opvragen van identificerende gegevens. En nu wederom met succes. De Rechtbank Utrecht heeft bepaald dat de Rabobank ditmaal, op grond van hetzelfde Lycos / Pessers[3] arrest uit 2005 als waar PVH zijn claim op heeft gebaseerd, onrechtmatig heeft gehandeld door deze gegevens niet direct af te staan. Stichting Brein heeft een anonieme handelaar (in het vonnis ‘NN’ genoemd) aangesproken, die tegen betaling door middel van een abonnementsvorm, talloze films, tv-series en TV-kanalen illegaal heeft aangeboden. Deze handelaar maakte voor de betalingen van zijn klanten – die voor € 15,- per maand een pakket met 10.000 zenders en meer dan 85.000 films en TV-series verkregen – gebruik van een bankrekening bij de Rabobank. De Rabobank verweerde zich, net zoals Facebook tegen PVH, met een subsidiariteitsverweer. Namelijk, dat er een andere, minder verstrekkende route bestaat om de gegevens te verkrijgen. De rechter verwerpt dit verweer echter eveneens: Brein had talloze providers en websites die verband hielden met ‘NN’ aangesproken, maar die hebben niet tot de zekerheid geleid dat ook de geldstroom naar deze anonieme NN te herleiden was. Ook het argument dat de gegevens van de rekeninghouder bij de Rabobank mogelijk van een katvanger of geldezel zouden zijn, verwerpt de rechtbank; die katvanger zou immers informatie over de inbreukmaker kunnen bezitten die Brein verder helpt. De Rechtbank Utrecht oordeelt uiteindelijk dat Rabobank aan Brein alle bij haar bekende identificerende naam- en adresgegevens moet verschaffen van de houder van het betreffende rekeningnummer.[4] Stichting React / ContextLogic Stichting React is een stichting die gelieerd is aan de Coöperatie SNB-React. SNB staat voor Stichting NamaakBestrijding. De partijen waar zij voor op komt zijn veel Europese merkhouders van grote internationale bedrijven, zoals Bang & Olufsen (B&O), Harman, GN Audio (Jabra), Lacoste S.A., PRL International mc. (Polo, Ralph Lauren), Puma AG, Sennheiser Electronic Gmbh, Nintendo of America mc. (Nintendo, Pokemon), Sony Computer Entertainment Europe (Playstation) en Sportswear Company Spa (Stone Island). Via het platform wish.com (dat op naam staat van ContextLogic) wordt geadverteerd voor artikelen, zoals kleding en elektronica, met bekende merknamen, waaronder B&O, Jabra, Puma, Stone Island, en afbeeldingen van (bijvoorbeeld) een door Lacoste als merk gedeponeerd krokodilletje. Eén van de bijschriften bij een advertentie luidt: “Because we use cheap materials to make clothes, so the quality can‘t be the same as the original, but the price is very cheap.” Stichting React vordert in de procedure dat ContextLogic identificerende gegevens verstrekt, van dertien (vrijwel allemaal in China gevestigde) handelaren, adverteerders en verkopers van deze nepproducten, die op het platform van ContextLogic hebben geadverteerd. In het verleden heeft ContextLogic al eerder identificerende gegevens afgestaan aan Stichting React, maar dit keer weigert ContextLogic afgifte. Wederom wordt er met verwijzing naar het Lycos / Pessers arrest[5] van de Hoge Raad uit 2005, geoordeeld dat het niet verstrekken van deze gegevens een onrechtmatige daad oplevert. De Rechtbank Amsterdam wijst net als de Rechtbank Utrecht en Den Haag de verstrekking van de identificerende gegevens toe, en in dit geval zijn dat de volgende gegevens: de rekeninghouderinformatie van creditcard(s), Paypal, E-Wallet, UMPAY, PayEco, Allpay, Payoneer, PingPong, Lianlian Pay en andere elektronische betalingsmiddelen, en de bankrekeningnummers met naam van de bank en tenaamstelling van de bankrekening die zijn gebruikt in het kader van via het platform aangeboden inbreukmakende producten en aanvullende diensten van het platform, en ook : de ID-kaartgegevens, dan wel identiteitsgegevens die ContextLogic verzamelt van de adverteerders met de Chinese nationaliteit volgens haar eigen “Real name authentication system”, de “identity information”. Dit alles voor zover van het van toepassing is op de desbetreffende gebruiker en uitsluitend voor zover deze gegevens ertoe strekken de gebruikers te identificeren.[6] Proceskosten Saillant detail in deze drie procedures is dat enkel Stichting React van de Rechtbank Amsterdam de volledige 1019h Rv proceskosten heeft gevraagd en toegewezen heeft gekregen. Dat betekent dat ca € 25.000,- aan advocaatkosten voor rekening van ContextLogic komt, hoewel de verliezer Rabobank ‘slechts’ ca €  1.775,- aan proceskosten aan Brein betaalt. In de procedure tussen Facebook en PVH wordt door de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Fake gegevens De vraag die nu rijst is ook met welke gegevens PVH, Brein en React worden geconfronteerd. In veel gevallen blijkt dat op platformen nog gebruik wordt gemaakt van ‘fake’ gegevens, waarbij de accounthouder ‘Donald Duck’ heet en de sommatie derhalve naar Duckstad moet worden verstuurd. Of de gegevens van Chinese handelaren bruikbaarder zijn dan het adres van Donald Duck valt te betwijfelen. Vanzelfsprekend is de Rabobank de enige partij waarvan de rekeninghoudergegevens zouden moeten kloppen; banken dienen over het algemeen namelijk te controleren wie hun rekeninghouders zijn. Of dat tot een succes leidt is ook nog maar de vraag. Recente nieuwsberichten met betrekking tot de kwaliteit en mate waarin controles door banken plaats vinden[7] lijken weinig hoop te geven. Deze bijdrage van Victor den Hollander verscheen het eerst op devos.nl op 30 april 2021. [1] Op grond van het arrest HR 25 november 2005, IER 2006, 2 (Lycos / Pessers) [2] Vzr. Rechtbank Den Haag 29 april 2021, C/09/604813 / KG ZA 20-1249 (PVH tegen Facebook) http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:4356 zie r.o. 5.5. [3] HR 25 november 2005, IER 2006, 2 (Lycos / Pessers) [4] Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 23 april 2021, IEF 19920; C/16/514516 / KG ZA 20-665 (BREIN tegen Rabobank) http://ie-forum.nl/documents/ecli/608a71bb-ae70-4fc2-bf39-221ac35ff8c2.pdf [5] HR 25 november 2005, IER 2006, 2 (Lycos / Pessers) [6] Vzr. Rechtbank Amsterdam 26 april 2021, IEF 19923, IT 3497; C/13/697737 / KG ZA 21-146 (Stichting React tegen ContextLogic) http://ie-forum.nl/documents/ecli/608abc40-a7c8-4d3c-af76-4016c35ff8c2.pdf [7] https://www.ad.nl/economie/abn-amro-diep-door-het-stof-vanwege-witwassen~a3d478ca/

Lees meer

26-02-2021 - door Victor den Hollander

Een unieke domeinnaam of een unieke handelsnaam; verwarrend? Het is inmiddels verduidelijkt

In zijn beslissing van 19 februari 2021 bespreekt de Hoge Raad de details met betrekking tot de beschermingsomvang van handelsnamen en, in het bijzonder; beschrijvende handelsnamen. Dat handelsnamen steeds vaker beschrijvend zijn is een trend. Voor beschrijvende handelsnamen werd enige tijd naar het domeinnamenrecht gekeken, maar dat blijkt nu onjuist te zijn geweest. De handelsnaam of bedrijfsnaam waar een onderneming handel mee drijft is van groot belang. Niet alleen herkennen klanten een onderneming aan die naam, maar een onderneming onderscheidt zich er ook mee van andere partijen die in een soortgelijke bedrijfsbranche opereren. Ondernemingen kunnen zich op die manier niet alleen een unieke plaats in de markt verschaffen door middel van hun naam, ze kunnen ook optreden tegen anderen die een (te) sterk gelijkende handelsnaam gebruiken. Voor de één (bijvoorbeeld: de plaatselijke bakker of het kinderdagverblijf) is het wat minder van belang dan voor de ander (een online opererend meubelbedrijf) indien er naast Amsterdam ineens ook in Maastricht een partij met een soortgelijke naam gaat opereren.  Het komt erop neer, dat er een continu krachtenveld is tussen de ‘eerste’ partij met de naam, en de ‘tweede’ of ‘inbreukmakende’ partij die een naam heeft die er (te) veel op lijkt. Optreden tegen die andere partij kan echter niet zomaar; soms is er namelijk geen (juridische) reden of grondslag om het gebruik van een soortgelijke naam door een andere partij te verbieden. Verschil tussen domeinnaam en handelsnaam Het is in ieder geval van belang om het onderscheid tussen de domeinnaam en de handelsnaam duidelijk te hebben. Wie een nieuwe bedrijfsnaam bedenkt voor een bedrijf waarmee diegene ook actief wil zijn via internet, doet er goed aan als eerste te controleren of de domeinnaam nog vrij is. De geldende regels omtrent domeinnamen en handelsnamen verschillen echter nogal van elkaar.  Voor de goede orde; de handelsnaam is de naam waarmee de onderneming zijn handel drijft in het economisch verkeer. Registratie in de Kamer van Koophandel is daarvoor nuttig, maar ook bijvoorbeeld de naam op visitekaartjes en facturen is daarbij van belang. De domeinnaam is het unieke ‘online adres’ van een website. Zo is coolblue.nl, een domeinnaam van het bedrijf dat opereert onder de handelsnaam Coolblue BV. De domeinnaam zalando.nl is de domeinnaam van het bedrijf met de handelsnaam Zalando SE.  De domeinnaam en handelsnaam hoeven niet overeen te komen: de domeinnaam nu.nl is bijvoorbeeld van DPG Media Services NV en Coolblue BV heeft in het verleden als marketingstrategie gebruik gemaakt van veel domeinnamen. Een webshop was (en is) immers snel gebouwd; de domeinnamen MP3shop.nl, Scheerapparaatshop.nl, Strijkijzerstore.nl en Wasmachinestore.nl zijn slechts een aantal voorbeelden van de in totaal ca. 100 domeinnamen die Coolblue heeft gebruikt .  Een andere mogelijkheid is dat een bedrijf zich bij de Kamer van Koophandel inschrijft met de handelsnaam waar al een .nl of .com of andere extensie bij is opgenomen. Bijvoorbeeld de handelsnaam die tevens als domeinnaam werd gebruikt door het bedrijf parfumswebwinkel.nl; een partij die later in geschil raakte met parfumswinkel.nl .  In de praktijk heeft een bedrijf met een beschrijvende domein- of handelsnaam enkele voordelen in verband met de vindbaarheid via Google. Om die reden kan het slim zijn een domeinnaam of handelsnaam te kiezen die de activiteit van de onderneming precies beschrijft . Zoals: indien je plan is parfums te gaan verkopen via een webwinkel; de naam parfumswebwinkel.nl. Beschrijvend of verwarrend? Verwarrend is het, indien de ene naam lijkt op een ander. Deze verwarring-toets verschilt echter met de verwarringsgevaartoets die het merkenrecht hanteert (daarover later meer). Voor handelsnamen geldt dat voor een hoge mate van bescherming in het geval van verwarring, het van belang is dat de handelsnaam niet te ‘beschrijvend’ is (bijvoorbeeld; een handelsnaam voor een bakker met het woord ‘bakker’ er in, is beschrijvend). Het domeinnamenrecht werd voor een groot deel ingekleurd door hoe er met handelsnamen werd omgegaan, en met beschrijvende handelsnamen in het bijzonder. Dat was opmerkelijk, omdat hoe er met domeinnamen omgegaan moet worden, niet voortkomt uit de Handelsnaamwet, maar is gebaseerd op het artikel voor Onrechtmatige Daad. Hierdoor is de specifieke wet- en regelgeving met betrekking tot handelsnamen hier niet automatisch ook op van toepassing. In 2015 is door de Hoge Raad in zijn arrest Artiestenverloning  beslist dat op basis van de regels uit de Handelsnamenwet met betrekking tot het verwarringsgevaar, ook de mate van bescherming van domeinnamen dient te worden getoetst. De beslissing hield kort gezegd in dat optreden tegen een verwarrende domeinnaam, indien die beschrijvend is, niet mogelijk is zonder ‘bijkomende omstandigheden’. Het leek er enige tijd op, dat voor de beoordeling van handelsnamen en de mate waarin een beschrijvende handelsnaam wel of geen bescherming geniet ten opzichte van een andere beschrijvende handelsnaam, er dan ook deze ‘bijkomende omstandigheden’ nodig zouden moeten zijn. Zo is in de Parfumswinkel-zaak bij het Gerechtshof Den Haag uit 2017 dan ook geoordeeld dat deze ‘bijkomende omstandigheden’ ook vereist zijn voor een geslaagd beroep op een verwarrende beschrijvende handelsnaam. Dat daarmee de interpretatie van de beschermingsomvang van beschrijvende handelsnamen diende te worden gebeuren via het domeinnamenrecht was natuurlijk de wereld op zijn kop. Hiermee moest het oude handelsnamenrecht uit 1921 worden beoordeeld aan de hand van het domeinnamenrecht. Om die reden is het recente arrest van de Hoge Raad van belang; hierin is de interpretatie van het Gerechtshof Den Haag uit 2017 namelijk teruggedraaid. In dit arrest is bepaald dat voor bescherming van beschrijvende handelsnamen op grond van art. 5 Handelsnaamwet verwarringsgevaar volstaat. Bijkomende omstandigheden (die dus wél vereist zijn voor verwarring bij beschrijvende domeinnamen) zijn voor handelsnamen niet vereist. Praktische tips Door de Kamer van Koophandel wordt over handelsnamen het volgende geschreven: De handelsnaam is de naam die u gebruikt bij het ondernemen. Het handelsnaamrecht ontstaat door het gebruik van de handelsnaam. U moet uw handelsnaam actief gebruiken om bescherming te krijgen van de Handelsnaamwet. Bijvoorbeeld in uw reclame, op uw gebouw, website en facturen. en U mag geen handelsnaam gebruiken die hetzelfde is als de naam van een ander bedrijf. Of er heel erg op lijkt als dit verwarrend is voor het publiek (zoals klanten en leveranciers). Dit gebeurt vooral als u in dezelfde regio onderneemt en dezelfde producten of activiteiten levert.  Een sterker recht dan een handelsnaam, is een merk. Een bedrijfsnaam als merk registreren kost wel geld, want een merk moet gedeponeerd worden en moet regelmatig worden verlengd. Wie zijn bedrijfs- of handelsnaam als merk registreert, heeft in ieder geval over het algemeen een sterke(re) bewijspositie dan degene die dit nalaat. Voor een geslaagde registratie mag het merk echter niet te beschrijvend zijn; het kan echter wel een oplossing bieden. Recent is er nog, 100 jaar na de invoering van de Handelsnaamwet, een proefschrift verschenen waarin wordt gepleit voor herziening van de wet zodat het merkenrecht en de handelsnamenrecht beter op elkaar aansluiten.  Deze bijdrage van Victor den Hollander verscheen het eerst op devos.nl op 26 februari 2021. [1] HR 19 februari 2021, 19/04586 [IEF19773], (DOC Diary Partners / Diary Partners) https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:269 [2] https://www.domeinnaamblog.nl/wp-content/uploads/2018/04/Coolblue-webshops.pdf [3] Gerechtshof Den Haag 19 september 2017, C/09/496904/HA ZA 15-1081 (Ans Trading / Parfumswebwinkel.nl) https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:2622 [4] Zie ook Trouw 19 november 2020; https://www.trouw.nl/economie/conflicten-over-de-naam-van-je-bedrijf-de-wet-die-dat-regelt-is-achterhaald~b4872d37/ [5] HR 11 december 2015, NJ 2016/79 (Artiestenverloning), https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:3554 [6] Zie ook: https://www.mr-online.nl/verwarringsgevaar-is-genoeg-om-handelsnaam-te-beschermen/ [7] https://ondernemersplein.kvk.nl/bedrijfsnaam-handelsnaam-vastleggen/ [8] De Handelsnaamwet onder de loep, Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht, DeLex 2020

Lees meer

Oudere berichten



Werkt voor

diverse multinationals en andere (middel)grote ondernemingen, cliënten in muziek, media, internet en entertainment, artiesten en (startende) ondernemers.

Opleiding

Bachelor Rechtsgeleerdheid (2011, Universiteit Leiden), Master Privaatrecht (2012, Universiteit Leiden).

Rechtsgebieden

IE & ICT, Auteursrecht, Merkenrecht, Handelsnaamrecht, Privacy, Brand protection & enforcement, Media, Muziek & Entertainment, Muziekrecht, Mediarecht, Licensing

Expertises

Creatieve industrie, Entertainment en film, Poppodia en Festivals, Muziek, Reclame, media & communicatie, Software, Internet & ICT, Privacy, Software, Internet & ICT

Contact

t: 020-2060778
m: vdenhollander@devos.nl

   

Sla op met Vcard

Secretaresse

Ghizlan el Morabet

Office manager

t: 020-2060755

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage