+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Nicola Ebbink

Nicola Ebbink

Advocaat

Nicola heeft de master Privaatrecht, specialisatie Intellectueel Eigendomsrecht, afgerond aan de Universiteit Utrecht. Haar scriptie schreef ze over één van haar favoriete – en zeer actuele - onderwerpen: de toepassing van de reclameregels bij social media marketing. Deze werd beoordeeld met een 8,5. Ze is voornamelijk werkzaam binnen de IE-praktijk en de algemene praktijk. Binnen het IE-recht gaat haar interesse voornamelijk uit naar het media-, entertainment-, muziek- en reclamerecht. Naast stages bij verschillende advocatenkantoren is Nicola ook werkzaam geweest bij een groot televisieproductiebedrijf.




Recente blog berichten • Nicola Ebbink

26-11-2021 - door Nicola Ebbink

Influencers opgelet: binnenkort geldt een registratieplicht bij het Commissariaat voor de Media

Het Commissariaat voor de Media (CvdM), de toezichthouder op de naleving van de regels uit de Mediawet, zal begin 2022 bekendmaken dat YouTubers en influencers (hierna kort gezegd: content creators) die (substantieel) geld verdienen met het creëren van content op social media zich dienen te registreren bij het CvdM, waardoor zij onder het toezicht vallen van de instantie. Mediarechtcongres 2021 Gisteren was ik in het Volkshotel in Amsterdam, waar de vijfde editie van het Mediarechtcongres plaatsvond, georganiseerd door uitgeverij deLex. Eén van de sprekers was de voorzitter van het CvdM, Peter Eijsvoogel, die de aanwezige advocaten en juristen informeerde over wat er het komende jaar staat te gebeuren op het gebied van de regulering en handhaving van reclame- en influencermarketing via social media. Reclameregels Nederlandse Reclamecode Social Media Influencers dienen zich momenteel al te houden aan de regels die onder andere zijn vastgelegd in de Nederlandse Reclame Code (NRC). De belangrijkste regel met betrekking tot reclame en marketing via social media is dat reclame als zodanig herkenbaar moet zijn (artikel 11 NRC). In de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing (RSM) is deze regel verder verduidelijkt en gespecificeerd. De relatie tussen adverteerder en content creator moet duidelijk zijn, bijvoorbeeld door hashtags als “#spon” en “#partner” te gebruiken of door bij een post op bijvoorbeeld YouTube de tekst “deze video bevat betaalde promotie” te zetten. De Reclame Code Commissie (RCC) ziet toe op de naleving van de regels uit de reclamecodes, maar heeft niet de bevoegdheid om maatregelen op te leggen aan content creators die de regels niet correct naleven. Het CvdM heeft deze bevoegdheid wel. Zo kan het CvdM boetes opleggen aan partijen – zogenoemde “commerciële mediadiensten op aanvraag” - die de regels uit de Mediawet en de bijbehorende beleidsregels met betrekking tot reclame niet naleven. In de praktijk blijkt dat content creators de reclameregels nog te vaak aan hun laars lappen. Anno 2021 bestaat twee derde van de reclame-inkomsten uit online reclame, waarvan een groot deel wordt verdiend door content creators. Het werd volgens het CvdM dan ook hoog tijd om deze groep onder haar toezicht te stellen. Reclameregels Mediawet voor commerciële mediadiensten op aanvraag (cmoa’s) Aanbieders van commerciële mediadiensten op aanvraag (cmoa’s) vallen onder het toezicht van het CvdM (art. 3.29a Mediawet). Cmoa’s moeten dus aan de regels van de Mediawet en de door het CvdM opgestelde beleidsregels inzake reclame voldoen. Eén van deze regels is dat de aanbieder van een cmoa zich moet laten registreren bij het CvdM (art. 3.29b Mediawet). Een commerciële mediadienst op aanvraag wordt als volgt gekenmerkt: Het gaat om een economische dienst Het hoofddoel is het aanbieden van video’s Het aanbod wordt gepresenteerd in een catalogus De dienst heeft een massamediaal karakter De keuze van video’s staat onder redactionele verantwoordelijkheid YouTubekanalen kunnen een cmoa zijn (sinds 1 november 2020). Er bestaat echter onduidelijkheid over welke kanalen precies een cmoa zijn en dus over de vraag of en in hoeverre content creators aan de regels voor cmoa’s moeten voldoen. Het CvdM heeft zich het afgelopen jaar gebogen over deze vraag en heeft een ‘beslisboom’ ontwikkeld om vast te kunnen stellen of een content creator wel of niet onder toezicht van het CvdM staat. In plaats van zich toe te spitsen op de vraag wanneer een kanaal wel of niet een cmoa is, heeft het CvdM getracht om voorwaarden te stellen voor uploaders ervan. Voorwaarden content creator om aan regels voor cmoa’s te moeten voldoen Zoals het er nu uitziet komt het erop neer dat een content creator zich dient te registreren bij het CvdM en dus onder toezicht van het CvdM komt te staan indien (de aantallen kunnen nog iets veranderen): Hij/zij een minimum aantal **volgers of abonnees heeft van 100.000 ** Hij/zij ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel Hij/zij een minimum van 24 video’s heeft geüpload in een tijdspanne van 12 maanden Door bovenstaande voorwaarden te stellen tracht het CvdM onderscheid te maken tussen ‘hobby-influencers’ en de grotere spelers in influencer-land. Monica Geuze en Enzo Knol zijn hierdoor covered, maar “de breiende oma” met een bescheiden video-kanaal hoeft zich niet te registreren. De verwachting is dat – als het criterium van minimaal 100.000 volgers blijft - zo’n 2.000 Nederlandse content creators zich zullen moeten registreren. Registratie zal ongeveer EUR 250,- per jaar gaan kosten. Binnenkort meer In het eerste kwartaal van 2022 zullen de definitieve regels waarschijnlijk worden gepubliceerd. In het tweede kwartaal zullen de content creators in kwestie zich kunnen inschrijven bij het CvdM. In het derde kwartaal zal worden gekeken of en hoe het CvdM de regels kan handhaven en in het vierde kwartaal zullen de regels worden geëvalueerd en wellicht aangepast.

Lees meer

25-06-2021 - door Nicola Ebbink

Geen merkbescherming voor "COVID 19" wegens strijd met openbare orde

COVID 19 World Wide Board Game Het Europees Bureau voor Intellectuele Eigendom (EUIPO) heeft de inschrijving van het teken COVID 19 WORLD WIDE BOARD GAME als Uniemerk geweigerd.[1] Volgens het EUIPO is inschrijving van het teken in strijd met de openbare orde. Bij het publiek roept de merknaam de associatie op met de vele doden die de Covid 19-pandemie op haar geweten heeft. Inschrijving ervan druist daarmee in tegen de morele principes die in de EU gelden.  De aanvrager, de Hongaar Tibor Kuna, verweerde zich met het argument dat het spel het belang van de bestrijding van de pandemie benadrukt en daardoor een educatief doel dient. Dit argument werd door het EUIPO te licht bevonden. Het komt wel vaker voor dat merkaanvragen worden ingediend die te maken hebben met belangrijke actuele gebeurtenissen. Regelmatig worden die aanvragen geweigerd met de reden dat de tekens beschrijvend zijn en daardoor onderscheidend vermogen missen. Zo werd in maart 2020 de inschrijving van het woord CORONA MASK voor stofmaskers geweigerd. De gronden voor de beslissing zijn niet openbaar, maar lijken evident.    Ook strijd met de openbare orde vormt geregeld een grond voor weigering, zo werd de inschrijving van het teken BIN LADEN geweigerd. Het teken BREXIT voor bier en sigaretten bleek wel door de beugel te kunnen. Het EUIPO had inschrijving ervan in eerste instantie geweigerd met als reden dat de BREXIT ziet op een controversieel onderwerp, dat bovendien negatieve associaties zou oproepen bij de Britten die tegen de Brexit hadden gestemd. De Kamer van Beroep van het EUIPO was het hier echter niet mee eens en oordeelde onder meer dat de controversiële boodschap van Brexit door merkinschrijving ervan werd opgelost met humor, wat een goede zaak was.[2] Strijd met openbare orde: EUIPO vs. BOIP Op grond van artikel 7 lid 1 onder f van de Uniemerkverordening wordt de inschrijving van merken die in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden, geweigerd. Deze absolute weigeringsgrond sluit een monopolie op een merknaam uit, indien het in strijd is met de huidige wetgeving of als het teken door het relevante publiek kan worden opgevat als strijdig met de fundamentele waarden van de samenleving. Te denken valt aan tekens die racistisch, seksistisch of anderszins beledigend zijn. Onder het ‘relevante publiek’ wordt de consument verstaan met een gemiddelde drempel van gevoeligheid en level van tolerantie. Met het relevante publiek wordt voornamelijk de groep binnen de Europese Unie die hoogstwaarschijnlijk het meest met het merk geconfronteerd zal worden als maatstaf genomen. Opvattingen van het relevante publiek over strijdigheid met de openbare orde en goede zeden zijn niet in alle landen hetzelfde, onder meer wegens linguïstische, geschiedkundige, sociale en culturele verschillen. Wanneer een teken in één van de 27 lidstaten van de EU als strijdig met de openbare orde kan worden opgevat, is inschrijving als Uniemerk niet mogelijk. Dit verklaart dat het EUIPO vaker een merkaanvraag weigert wegens strijd met de openbare orde dan bijvoorbeeld het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP). Tekens die refereren aan seks of scheldwoorden bevatten, worden door het EUIPO in de regel bijvoorbeeld geweigerd, terwijl het Benelux Bureau minder streng is. Zo passeerde de titel FIST FUCKING de openbare orde-toets in de Benelux wel, maar oordeelde het EUIPO dat het merk FUCKING FREEZING aanstootgevend was. Ook LUL DE BEHANGER voor diensten van een behangbedrijf werd door het Benelux Bureau geaccepteerd. Twee recente voorbeelden van zaken waarin de vraag of inschrijving van een teken als Uniemerk geweigerd diende te worden op grond van strijd met de openbare orde centraal stond, zijn de volgende: La mafia se sienta a la mesa Het Gerecht EU oordeelde dat een teken waarin een prominente plaats wordt ingenomen door het woordelement ‘la mafia’ in strijd is met de goede zeden en openbare orde.[3] De aanvrager, de Spaanse eigenaar van een restaurantketen met dezelfde naam, had het teken LA MAFIA SE SIENTA A LA MESA als merk laten registreren. Tegen deze registratie had Italië een vordering tot nietigverklaring ingediend bij het EUIPO. De vordering werd toegewezen. De merkhouder ging tegen de beslissing in beroep bij het Gerecht EU. Zonder succes: volgens het Gerecht verwijst het teken naar een criminele organisatie die verantwoordelijk is voor bijzonder ernstige aantastingen van de openbare orde, waardoor instandhouding van het merk in strijd is met de openbare orde. Daarbij komt nog dat de zin “la mafia se sienta a la mesa” (Nederlandse vertaling: “de maffia gaat aan tafel”) in zijn algeheel een positief beeld schetst van het optreden van de maffia en de criminele activiteiten van de organisatie ten onrechte vergoelijkt. Dit merk kan zodoende niet alleen de slachtoffers van die criminele organisatie en hun gezinsleden schokken of beledigen, maar ook iedereen die op het grondgebied van de Unie met dat merk wordt geconfronteerd en een gemiddelde gevoeligheids- en tolerantiedrempel heeft. Fack ju Göhte Het teken FACK JU GÖHTE is volgens het Hof van Justitie van de EU niet in strijd met de openbare orde en goede zeden.[4] Het EUIPO had inschrijving van de titel als merk geweigerd, omdat de woorden “Fack ju” in samenstelling met het woord “Göhte”, een verwijzing naar de Duitse schrijver Goethe, door het Duitse publiek als beledigend zou worden opgevat. Het EU Gerecht hield deze beslissing in stand. Het HvJ EU oordeelde daarentegen dat niet is gebleken dat de titel aanleiding is geweest voor controverse onder het relevante publiek. De perceptie van de Engelse term “fuck you” door het Duitse publiek is niet dezelfde als de perceptie ervan door het Engelstalige publiek. De gevoeligheid van bepaalde termen in de moedertaal kan groter zijn dan die in een vreemde taal. Onder meer om die redenen is het woordteken niet strijdig met de fundamentele morele waarden van de samenleving.   Conclusie Met zijn beslissing om het teken COVID 19 WORLD WIDE BOARD GAME niet als merk te registreren, conformeert het EUIPO zich aan de strenge invulling die de Europese autoriteiten plegen te geven aan de weigeringsgrond gebaseerd op strijd met de openbare orde. Opvallend is dat het EUIPO vaak merkinschrijving weigert als het aankomt op de openbare orde-grond. In sommige gevallen houdt de aanvrager voet bij stuk en beslist het Gerecht of het Hof van Justitie dat het betreffende teken wel door de beugel kan. De termijn om beroep in te stellen tegen de beslissing van het EUIPO met betrekking tot het Covid-bordspel is inmiddels verstreken. Het lijkt erop dat Tibor Kuna zich bij de besproken beslissing heeft neergelegd.   [1] EUIPO 24 februari 2021, aanvraag nr. 18313622 [2] Kamer van Beroep EUIPO 28 juni 2017, zaak R 2244/2016-2 [3] Gerecht EU, 15 maart 2018, T-1/17 [4] HvJ EU, 27 februari 2020, C-240/18 P

Lees meer

Oudere berichten



Contact

t: 020-2060765
m: nebbink@devos.nl

 

Secretaresse

Ghizlan el Morabet

Office manager

t: 020-2060755

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage