+31 (0)20 2060700info@devos.nl
Wieke Verberne

Wieke Verberne

Advocaat

Wieke Verberne houdt zich bezig met het insolventierecht in algemene zin. Zij ondersteunt de curatoren in hun taak, met het uiteindelijke doel om zelf ook als curator benoemd te worden. Daarnaast volgt zij de ontwikkelingen rondom de WHOA op de voet, zodat zij hierover kan adviseren.

Voordat Wieke in dienst is getreden bij De Vos & Partners Advocaten is zij werkzaam geweest bij een advocatenkantoor in Naarden, waar zij haar interesse voor het insolventierecht verder ontwikkelde.

Wieke heeft haar opleiding rechtsgeleerdheid afgerond in Groningen. Gedurende haar studie heeft zij meerdere stages binnen de advocatuur gelopen. Wieke heeft met veel plezier 5 jaar in Groningen gewoond, waarna zij naar Amsterdam is verhuisd.

 




Recente blog berichten • Wieke Verberne

16-04-2021 - door Wieke Verberne

Het deponeren van een jaarrekening: onderschat uw verplichtingen niet!

De meeste ondernemingen zijn op grond van de wet verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen. Voor het opstellen van een jaarrekening geldt een maximale termijn van vijf maanden na afloop van het boekjaar. Met goedkeuring van de algemene aandeelhoudersvergadering kan deze termijn met nogmaals vijf maanden worden verlengd. Nadat de jaarrekening door het bestuur is opgesteld en definitief door de aandeelhoudersvergadering is vastgesteld, rust op het bestuur de wettelijke verplichting om de jaarrekening te deponeren. Voor het deponeren van een jaarrekening geldt een termijn van maximaal twaalf maanden na afloop van het betreffende boekjaar. Indien het boekjaar van de onderneming gelijk is aan het kalenderjaar, dan dient het bestuur de jaarrekening dus uiterlijk op 31 december te deponeren. Het vaststellen en deponeren van een jaarrekening is wellicht voor bestuurders van ondergeschikt belang, maar bestuurders zouden deze verplichting niet moeten onderschatten. Indien de vennootschap namelijk in staat van faillissement wordt verklaard en de jaarrekeningen zijn niet of niet tijdig gedeponeerd, dan loopt het bestuur een risico op aansprakelijkheid. Wettelijk bewijsvermoeden In geval van faillissement is iedere bestuurder jegens de boedel aansprakelijk voor het tekort in het faillissement, indien het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Indien het bestuur de deponeringsplicht heeft geschonden, wordt de curator geholpen in zijn bewijspositie tegenover bestuurders van de failliete vennootschap. Bij schending van de deponeringsplicht staat namelijk vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit wordt ook wel het wettelijk bewijsvermoeden genoemd, en vormt een nuttig instrument voor de curator. De bestuurders kunnen namelijk niet meer weerleggen dat er sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling; zij kunnen enkel weerleggen dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Indien de bestuurders er niet in slagen om het bewijsvermoeden te weerleggen, dan leidt dit tot aansprakelijkheid van de bestuurders voor het tekort in het faillissement. Weerleggen van het bewijsvermoeden: hoe werkt dit in de praktijk? Zoals gezegd, kunnen de bestuurders aansprakelijkheid voorkomen, door het wettelijk bewijsvermoeden te weerleggen. Het bestuur zal aldus moeten weerleggen dat de schending van de deponeringsplicht een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het ligt in een dergelijk geval voor de hand om aannemelijk te maken dat andere feiten en omstandigheden het faillissement hebben veroorzaakt. Indien de bestuur erin slaagt om een andere oorzaak van het faillissement aannemelijk te maken, dan volstaat dit in beginsel als een weerlegging van het wettelijk bewijsvermoeden. De bestuurders ontsnappen alsdan aan de aansprakelijkheid jegens de boedel.   Het voorgaande betekent dat het deponeren van een jaarrekening wel degelijk van groot belang is. Mocht u met een dergelijke situatie worden geconfronteerd, dan kunnen de advocaten van de sectie Insolventierecht van De Vos & Partners Advocaten u daar goed mee helpen. Onze advocaten hebben veel ervaring als curator, wat hen in staat stelt om door een bril van de curator naar uw vennootschap te kijken. Zo bent u goed voorbereid op een faillissementsscenario.

Lees meer

22-01-2021 - door Wieke Verberne

Artikel van Wieke Verberne: Versterking positie kleine MKB-ondernemers in een WHOA-akkoord

Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in werking getreden. De WHOA maakt het voor ondernemingen mogelijk om haar schuldenlast te herstructureren door een akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden. Indien het akkoord wordt aangeboden aan kleine MKB-ondernemers, dan hebben deze ondernemers recht op minimaal 20% van hun vordering.  Met de inwerkingtreding van de WHOA heeft de schuldenaar de mogelijkheid om tot een akkoord te komen met haar schuldeisers. Iedere schuldeiser (met uitzondering van werknemers) kan in een akkoord betrokken worden. Het akkoord ziet op de wijziging in de rechten van de schuldeisers. Zo kan het akkoord bijvoorbeeld inhouden dat schuldeisers (een gedeelte van) hun vordering moeten prijsgeven.  Homologatie van een WHOA-akkoord  Bij het aanbieden van een akkoord worden alle schuldeisers in verschillende klassen ingedeeld. Hierbij geldt als uitgangspunt dat schuldeisers met een verschillende rang in een verschillende klasse worden ingedeeld. Indien ten minste één klasse instemt met het akkoord, kan het akkoord gehomologeerd worden door de rechter. Homologatie betekent dat het akkoord verbindend is voor alle schuldeisers. Homologatie heeft aldus tot gevolg dat de tegenstemmende schuldeisers toch aan het akkoord worden gebonden. In de praktijk wordt dit ook wel een dwangakkoord genoemd.  Extra bescherming voor MKB-ondernemers  Homologatie van en WHOA-akkoord kan grote gevolgen hebben voor schuldeisers. De rechten van de tegenstemmende schuldeisers zijn gebonden aan het akkoord en dienen bijvoorbeeld een gedeelte van hun vordering prijs te geven. Dergelijke wijzigingen in de positie van schuldeisers zullen naar verwachting moeilijk op te vangen zijn voor MKB-ondernemers.  Voorheen kende het WHOA-wetsvoorstel geen aanvullende bescherming voor kleine MKB-ondernemers. Daar is dankzij een amendement in de Tweede Kamer verandering in gekomen. Het amendement houdt in dat kleine MKB-ondernemers minimaal 20% van hun vordering betaald moeten krijgen in een WHOA-akkoord.  Een kleine MKB-onderneming valt enkel onder de beschermende 20%-regel in de volgende gevallen:  De onderneming kwalificeert als een micro- of kleinbedrijf in de zin van artikel 2:395a en 2:396 BW; of De onderneming heeft minder dan 50 werknemers in dienst.  Bent u een ondernemer in het MKB die valt onder één van de bovengenoemde gevallen en heeft u vragen over de WHOA? Onze advocaten voorzien u graag van advies over uw positie in een WHOA-akkoord.

Lees meer

Contact

t: 020-2060721
m: wverberne@devos.nl

   

Secretaresse

Esther Hemelaar-Tuilan

Secretariaat

t: 020-2060728

 


Copyright/Disclaimer © 2017 by De Vos & Partners N.V., Amsterdam, Nederland. All rights reserved. Website by Omelette Du Fromage